GEdrag

Thema 8 Gedrag T3
5 doelstelling
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3,4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Thema 8 Gedrag T3
5 doelstelling

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

BS 1 Wat is gedrag?
Doelstelling 1
Je kan omschrijven wat gedrag is en hoe gedrag wordt bestudeerd.

Slide 4 - Tekstslide

Wat is gedrag?

Slide 5 - Open vraag

Ethologie
ethologie = gedragsbiologie (onderzoek naar gedrag)

ethologen zijn gedragsbiologen


Slide 6 - Tekstslide

Studie van gedrag = ethologie
Ethologie = studie van gedrag
Alles objectief bekijken = alleen feiten!


    Slide 7 - Tekstslide

    Ethogram en protocol
    Dit zijn termen die je moet weten. Ook in het examen biologie komt dit vaak terug. Hieronder een ethogram en een protocol.

    Slide 8 - Tekstslide

    Ethogram en protocol
    ethogram = objectieve beschrijving (zonder persoonlijk waardeoordeel) van de verschillende handelingen
       - De apen kussen elkaar, omdat ze elkaar graag mogen -- fout
       - De hond kijkt angstig --> fout
       - De hond doet zijn oren iets naar achter en plaatst zijn staart tussen zijn             benen

    protocol = lijst van de achtereenvolgens waargenomen handelingen


    Slide 9 - Tekstslide

    Slide 10 - Video

    BS  2 Oorzaken van gedrag
    Doelstelling 2:
    Je kunt beschrijven waardoor gedrag wordt veroorzaakt en hierbij sleutelprikkels en supranormale prikkels onderscheiden. 

    Slide 11 - Tekstslide

    Gedragsketen

    Slide 12 - Tekstslide

    Prikkels en gedrag
    Gedrag volgt altijd op een prikkel.
    Dit kan een inwendige prikkel zijn of een uitwendige prikkel 
    • inwendige prikkel: honger, hormonen,dorst
    • uitwendige prikkel: geluid, geur (dus iets wat je met je zintuigen waarneemt)

    Slide 13 - Tekstslide

    Inwendige prikkel
    Uitwendige prikkel

    Slide 14 - Tekstslide

    Uitwendige prikkels
    Inwendige prikkels
    licht
    kou
    dorst
    geur
    geluid
    honger
    spierpijn
    hormonen

    Slide 15 - Sleepvraag

    sleutelprikkel

    Slide 16 - Tekstslide

    sleutelprikkel
    een sleutelprikkel is een prikkel die een doorslaggevende rol speelt bij gedrag

    Slide 17 - Tekstslide

    Een sleutelprikkel:
    A
    Leidt altijd naar hetzelfde gedrag.
    B
    Leidt naar meerdere mogelijkheden qua gedrag.
    C
    Leidt naar aangeleerd gedrag.
    D
    Leidt naar aangeboren gedrag.

    Slide 18 - Quizvraag

    Supranormale prikkel

    Slide 19 - Tekstslide

    supranormale prikkel

    Slide 20 - Tekstslide

    Doelstelling 3
    Je kunt de factoren noemen waardoor gedrag wordt bepaald en je kunt verschillende vormen van leren beschrijven.

    Slide 21 - Tekstslide

    Aangeboren/aangeleerd
    • Aangeboren eigenschappen (nature) : eigenschappen die erfelijk zijn
    • Aangeleerde eigenschappen (nurture): normen, waarden en gewoonten die je overneemt van je ouders, vrienden je omgeving
    Aangeboren/aangeleerd
    • Aangeboren eigenschappen: eigenschappen die erfelijk zijn
    • Aangeleerde eigenschappen: normen, waarden en gewoonten die je overneemt van je ouders, vrienden je omgeving

    Slide 22 - Tekstslide

    Slide 23 - Video

    Aangeboren
    Aangeleerd
    Manieren
    Zwemmen
    Lachen
    Huilen
    Liegen
    Lezen
    Duimzuigen

    Slide 24 - Sleepvraag

    Aangeboren gedrag
    Aangeleerd gedrag

    Slide 25 - Sleepvraag

    Hieronder staan voorbeelden van gedrag. 
    Is er sprake van aangeboren  of  aangeleerd gedrag? 
    aangeboren gedrag
     aangeleerd gedrag
    Een baby zuigt melk bij de moeder.
    Een hond zwemt.
    Een kat gebruikt een kattenluikje om naar binnen en naar buiten te gaan.
    Een kat rent achter een muis aan.
    Een meisje speelt gitaar.
    Een papegaai zegt "hallo".

    Slide 26 - Sleepvraag

    gewenning

    Slide 27 - Tekstslide

    Inprenting


    Slide 28 - Tekstslide

    Manieren van leren
    • Trail and error

    Leren door toevallige ontdekkingen

    proefondervindelijk leren


    Werkt iets niet dan probeer je weer wat anders

    -bijv. vogel eet geen rode rupsen meer want die zijn vies

    Slide 29 - Tekstslide

    Hierna een fimpje van klassieke conditionering
    hierna ook een fimpje van operant conditioneren

    Slide 30 - Tekstslide

    Doelstelling 4
    Je kunt verschillende typen sociaal gedrag onderscheiden

    Slide 31 - Tekstslide

    Signalen
    Signalen kunnen worden afgegeven via:
    1. Geuren
    2. Kleuren
    3. Geluiden
    4. Houdingen
    5. Gebaren

    Slide 32 - Tekstslide

    Wat is sociaal gedrag?
    A
    een leeuw die een gnoe opeet
    B
    een kat die sist naar een hond
    C
    een leeuw die vecht met een andere leeuw
    D
    een man die zijn hond leert pootjes geven

    Slide 33 - Quizvraag

    Sociaal gedrag
    • Territoriumgedrag
    • Dreiggedrag
    • Aanvalsgedrag
    • Vluchtgedrag
    • Baltsgedrag
    • Broedzorg
    • Imponeergedrag
    • Verzoeningsgedrag

    Slide 34 - Tekstslide

    Wat is geen voorbeeld van sociaal gedrag?
    A
    vlooien bij apen
    B
    mens laat hond uit
    C
    katten vechten met elkaar
    D
    twee eenden baltsen

    Slide 35 - Quizvraag

    Wat is hier het signaal?

    Slide 36 - Open vraag

    Wie is de baas in een groep?
    • Als er in een groep dominante en onderdanige dieren zijn en elk dier zijn plaats kent, dan heet dat rangorde.

    • Kippen hebben ook een duidelijke rangorde, de zogenaamde pikorde.
    Beluister mij!

    Slide 37 - Tekstslide

    Doelstelling 5
    Je kunt de overeenkomsten en de verschillen tussen gedrag van mensen en gedrag van dieren. 

    Slide 38 - Tekstslide

    overeenkomsten

    - gedrag bepaald door erfelijke factoren en leerprocessen
    - gevoelig voor sleutelprikkels en supranormale prikkels
    - territoriumgedrag, imponeergedrag, dreiggedrag

    Verschillen

    - gedrag mens sterker bepaald door leerprocessen
    - mens kan gedrag beoordelen door normen / waarden


    Slide 39 - Tekstslide

    Aangeleerd gedrag wat je als mens vertoont ligt ergens 'opgeslagen'. Waar?
    A
    In je DNA
    B
    In je kleine hersenen
    C
    In je hersenstam
    D
    In je grote hersenen

    Slide 40 - Quizvraag

    Welk gedrag van de mens is aangeboren?
    A
    Mensen durven niet naakt over straat te lopen, ook al is het heel erg warm.
    B
    Een baby huilt, want hij heeft een vieze luier.
    C
    Een meisje huilt, omdat ze niet met de jongens mee mag voetballen
    D
    Een jongen krijgt tranen in zijn ogen als hij hoort dat hij een onvoldoende heeft.

    Slide 41 - Quizvraag