Maandag 17 maart

Maandag 10 maart

Goedemorgen!
Startklaar
Lezen

Vertonen de personages in jouw boek goed gedrag (burgerschap) 
Je kunt 2 manieren noemen die ervoor hebben gezorgd dat je het cijfer op het proefwerk kreeg kunt evenaren of kunt verbeteren. 

Je kunt een voorbeeld noemen van een gedicht met een vast vorm. 

Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met alliteratie en assonantie. 
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Maandag 10 maart

Goedemorgen!
Startklaar
Lezen

Vertonen de personages in jouw boek goed gedrag (burgerschap) 
Je kunt 2 manieren noemen die ervoor hebben gezorgd dat je het cijfer op het proefwerk kreeg kunt evenaren of kunt verbeteren. 

Je kunt een voorbeeld noemen van een gedicht met een vast vorm. 

Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met alliteratie en assonantie. 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Gedichten met een vast vorm:

Limerick 

Sonnet

Kunnen jullie kenmerken van beide soorten noemen. (overleg in 2-tallen) 
Je kunt 2 manieren noemen die ervoor hebben gezorgd dat je het cijfer op het proefwerk kreeg kunt evenaren of kunt verbeteren. 

Je kunt een voorbeeld noemen van een gedicht met een vast vorm. 

Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met alliteratie en assonantie. 

Slide 3 - Tekstslide

Dinsdag 18 maart 

Goedemorgen
Startklaar
Lezen

Op welke manier laten de personages zien dat ze om elkaar geven/of niet? (burgerschap)
Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met enjambement, alliteratie en assonantie. 

Slide 4 - Tekstslide

Enjambement

Alliteratie

Assonantie

Zoek eens op wat deze termen betekenen. Geef er ook een voorbeeld bij 
Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met enjambement, alliteratie en assonantie. 
timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

Nieuw! 
* -Enjambement: wanneer een gedicht op zin op grammaticaal onlogische plaatsen afbreekt. Hierdoor kun je spanning opbouwen of de betekenis van een woord benadrukken. 
* Alliteraties 
- Wie weet waar Willem Wever woont, Willem Wever woont 'wied' weg! 
* Assonanties
- Klinkerrijm: gaan, staan
wil, stil







Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met enjambement, alliteratie en assonantie. 

Slide 6 - Tekstslide


* Alliteraties 
- Wie weet waar Willem Wever woont, Willem Wever woont 'wied' weg! 
* Assonanties
- Klinkerrijm: gaan, staan
wil, stil







Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met enjambement, alliteratie en assonantie. 

Slide 7 - Tekstslide

Enjambement:

Vorige week ging ik op 
STAGE!
Eerst vond ik het 
SPANNEND, maar later in de week 
was ik blij dat ik niet in de 
SCHOOLBANKEN 
zat. 

Nu jij!!!

Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met enjambement, alliteratie en assonantie. 

Slide 8 - Tekstslide

Als je na een lange reis
eindelijk weer thuisgekomen bent
raak je even van de wijs
is alles vreemd en onbekend.

De kamer is zo leeg en kaal
de muren staan naar alle kanten
de ramen zijn veel groter dan normaal
want in de keuken staan de planten.
Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met enjambement, alliteratie en assonantie. 

Slide 9 - Tekstslide

Het ruikt in huis een beetje raar
je moet weer wennen aan de maten
van deurkruk en van schakelaar.

De straat is breder en verlaten
en wat je nog het meest herkent
is de auto met op het dak de tent.
Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met enjambement, alliteratie en assonantie. 

Slide 10 - Tekstslide

Daarna rest van opdracht nakijken. 
Je kunt vertellen wat er wordt bedoeld met enjambement, alliteratie en assonantie. 

Slide 11 - Tekstslide