2.5 Gezonde voeding (2mavo)

Planning
  1. huiswerkcontrole & nakijken 2.4
  2. herhalingsvragen leerstof tot nu toe
  3. leerdoelen + uitleg 2.5
  4. huiswerk + proefwerk opgeven

1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Planning
  1. huiswerkcontrole & nakijken 2.4
  2. herhalingsvragen leerstof tot nu toe
  3. leerdoelen + uitleg 2.5
  4. huiswerk + proefwerk opgeven

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Open je boek op blz. 107
nakijken opdracht 1;
1 = mond
2 = slokdarm
3 = maag
4 = twaalfvingerig darm
5 = dunne darm
6 = dikke darm
7 = endeldarm

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 2
1e = de huig
2e = het strotklepje

opdracht 3
= C




opdracht 4
 A + 3
 B + 5
C + 2
D + 1
E + 4

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 5
Mond: speeksel wordt gemaakt in de speekselklieren, voedsel in stukjes kauwen.
Slokdarm: geen verteringssappen, voedsel naar de maag vervoeren.
Maag: maagsap met zoutzuur, voedsel wordt tijdelijk opgeslagen.
Twaalfvingerige darm: gal en alvleessap, gal wordt gemaakt in de lever, alvleessap in de alvleesklier.
Dunne darm: darmsap, voedingsstoffen gaan via de darmwand het bloed in.
Dikke darm: geen verteringssappen, water wordt opgenomen in het bloed, hierdoor wordt de voedselbrij ingedikt.
Endeldarm: geen verteringssappen, onverteerbare voedselresten worden hier opgeslagen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lichtroze lijn = gevraagde gele lijn
donkerroze lijn = gevraagde bruine lijn

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 6

= C


opdracht 7

a = C

b = De dikke darm. Dit orgaan moet het water uit de onverteerbare resten halen. Als je diarree hebt, dan haalt de dikke darm niet genoeg water uit de voedselbrij, waardoor je erg waterige ontlasting hebt.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 8

a = 
1: alvleesklier
2: lever
3: galblaas
3 functie = opslaan van gal
4: twaalfvingerige darm
5: alvleessap
6: gal
6 functie = emulgeren van vetten


b= 
van verteringssappen

c = 
In de dunne darm worden het water en de opgeloste stoffen opgenomen in het bloed.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Boek voor nu dicht op tafel +
Log in op deze lessonup
timer
1:00

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dierlijk
Plantaardig
Voedingsmiddel

Voedingsstof

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de tabel over twee voedingsstoffen in door aan te geven wat voor soorten voedingsstoffen ze zijn
Voedingsstoffen
Brandstof
Bouwstof
Reserve
stof
Beschermende stof
Koolhydraten
Mineralen
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
Nee

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voedingsstoffen die moeten worden verteerd
Voedingsstoffen die niet worden verteerd.
Mineralen

Eiwitten
Vetten

Water
Koolhydraten
Vitaminen

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slokdarm
Lever
Dikke darm
Galblaas
Maag
Alvleesklier
Dunne darm
Endeldarm + anus
Appendix

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de onderdelen van de spijsvertering in de goed volgorde.
mond
slokdarm
maag
12-vingerige darm
dunne darm
dikke darm
endeldarm
anus

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet in de juiste volgorde
1
2
3
4
5
6
Door peristaltische bewegingen wordt het voedsel door de slokdarm geperst.
Vanuit de galblaas en alvleesklier worden verteringssappen aan het voedsel toegevoegd
De maagportier laat kleine porties voedsel door naar de 12-vingerige darm
Met je gebit kauw je het voedsel. Speeksel bevat enzymen die helpen bij de vertering.
In de maag wordt het voedsel gemengd en gekneed
In de dunne darm wordt het voedsel vermengd met darmsappen.

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het gebit: de eerste stap in het verteren van voedsel
Snijtanden
Hoektanden
Kiezen
tanden waarmee stukken van voedsel wordt afgebeten
tanden waarmee stukken van voedsel wordt afgebeten
tanden met een knobbelige bovenkant waarmee voedsel wordt fijngemalen

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Log UIT op deze lessonup!

Sluit ook je device!
timer
0:30

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.5 gezonde voeding 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.5 Gezonde voeding
Leerdoelen:
  1. Ik kan met de Schijf van Vijf adviezen voor een gezonde voeding geven.
  2. Ik weet wat een gezond gewicht is en welke keuzes daaraan kunnen bijdragen.
  3. Ik kan mogelijke oorzaken en gevolgen van eetstoornissen noemen en enkele voorbeelden geven.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voeding &
Gezondheid

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gezonde voeding
Elk vak heb je dagelijks nodig.
Elke productgroep heeft voordelen voor je gezondheid EN
levert een belangrijke voedingsstof.

Uit de grote vakken moet je meer nemen dan uit de kleine vakken. 
De grote vakken bevatten alleen plantaardige voedingsmiddelen. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5 voedingsadviezen voor gezonde voeding
1 Veel groente en fruit (minimaal 250 gram)
2 zachte en vloeibare vetten 
3 meer plantaardig, minder vlees
4  Vooral volkoren 
5 Dorstlessers zonder suiker
+ niet te veel en niet te vaak producten met veel zout, suiker of verzadigd vet of met weinig vezels.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Energie uit je voeding

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel energie heb je nodig?
Energie in voedsel wordt aangegeven in kilojoule (kJ), 
of in kilocalorie (kcal)

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel energie heb je nodig:
Waarom verschilt het per persoon?

  • Leeftijd
  • Lichaamsgrootte
  • Geslacht
  • Lichamelijke inspanning

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ongeveer een gezond gewicht?
  • Om te kijken of je, ongeveer, een gezond gewicht hebt, kan je je BMI (Body Mass Index) berekenen. 
  • Daarvoor gebruik je de volgende formule:
  •  
  •  
  • Voor jongeren is de BMI wel lastiger te bepalen dan voor   volwassenen. 
BMI=lengte2gewicht

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

-Je weet wat een gezond gewicht is en welke keuzes daaraan kunnen bijdragen. 
Je kunt je BMI op 3 manieren berekenen: formule, grafiek, website/computer


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GEWICHT IS NIET ALLES!
Gewicht heeft ook te maken met je erfelijke eigenschappen:
  • zwaardere bouw
  • andere stofwisseling
  • dikte van de onderhuidse vetlaag verschilt van mens tot mens

  • (Aziatische of Hindostaanse achtergrond geldt een andere lichaamsbouw)
  • (krachtsporters zijn volgens  vaak te zwaar, door meer spiermassa, maar niet door vet)

Slide 27 - Tekstslide

Meestal geldt: je gewicht blijft gelijk als de hoeveelheid
energie die je opneemt gelijk is aan de hoeveelheid energie
die je verbruikt. Als je meer eet dan je nodig hebt, wordt een
deel van de voedingsstoffen opgeslagen als reservestof.
Dat gebeurt vooral in de vorm van vet. Hierdoor word je zwaarder. Als je minder eet dan je nodig hebt, worden je reservestoffen gebruikt als energiebron. Hierdoor neemt je gewicht af.
aankomen en afvallen
  • Je moet een voedingsadvies kunnen geven voor iemand die wil aankomen en voor iemand die wil afvallen.

Lees alles van tabel 4 op blz. 116 voor beide de 5 adviezen. 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

overgewicht
ondergewicht 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ondergewicht
= een te laag gewicht

Dit is niet gezond.
Er kan een te kort zijn aan voedingsstoffen ontstaan. 
Iemand met ondergewicht wordt ziek en kan zich lusteloos en moe voelen.
Bij langdurig ondergewicht neemt de kans op botbreuken toe.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overgewicht
Bij overgewicht of obesitas (ernstig overgewicht) is er teveel vet in het lichaam opgeslagen.

Mensen met overgewicht hebben meer kans op hart- en vaatziekten en diabetes (suikerziekte).
Overgewicht is ook slecht voor de gewrichten.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eetstoornissen
  • Mensen met een eetstoornis zijn in hun hoofd de hele dag bezig met eten. 
  • Ze maken zich zorgen over de invloed van eten op hun lichaam.
  • Eten is voor hen een bron van spanning en angst. 


Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eetstoornis anorexia nervosa
  • Iemand  met anorexia nervosa is niet te dik, maar voelt dat wel zo.
  • Hij/zij valt daarom erg veel af en is bang om aan te komen.
  • Iemand met anorexia heeft wel honger, maar weigert om (voldoende) te eten. 
  • Hierdoor ontstaat ondervoeding, want kan leiden tot ziekten,
  • problemen met maag en gebit
  • haaruitval
  • en zelfs overlijden

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eetstoornis
Boulimia Nervosa
  • Iemand met Boulimia Nervosa is ook bang om dik te worden en eet ook te weinig, maar daar heeft daarnaast regelmatig eetbuien. 
  • Daarna braakt hij/zij het voedsel uit of neemt laxeermiddelen in. 
  • Ook bij Boulimia Nervosa ontstaat ondervoeding.
  • Door het braken kan de wand van de slokdarm onherstelbaar beschadigen. 

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eetstoornis
eetbuistoornis

  • Iemand met een Eetbuistoornis heeft ook vreetbuien maar braakt en laxeert niet, waardoor deze persoon  juist ernstig overgewicht krijgt. 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OORZAKEN EETSTOORNIS
De oorzaak is vaak psychisch-->negatief oordeel over zichzelf. 
Oorzaken:
  • Beïnvloed door cultuur en media
  • Nare gebeurtenissen in je leven
  • Angst om controle te verliezen
  • Faalangst/ perfectionisme
  • Ontevreden over jezelf/uiterlijk
  • ! Belangrijk = hulp zoeken , want je kan het niet in je eentje
  • oplossen, omdat het over meer gaat dan alleen eten. 

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nog vragen?

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

huiswerk voor volgende les = 
Maak  IN JE WERKBOEK ;
van thema 2 - van basisstof 2.5; opdrachten 1 t/m 8


PW thema 2 biologie = 5 februari


Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies