Ruzie

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
Lezen + AVI 
Ruzie DISK 
Filmpje kijken + vragen
Dictee

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet jij over ruzie?

Slide 3 - Woordweb

Hoe vaak maak jij ruzie?
Nooit
Alleen als de ander begint
Soms heb ik zin om ruzie te maken
Heel vaak

Slide 4 - Poll

Hoe vecht jij?
Ik gebruik woorden als ik ruzie maak.
Ik sla of ik schop.

Slide 5 - Poll

Met wie heb jij wel eens ruzie?

Slide 6 - Open vraag

Waar gaat de ruzie vaak over?

Slide 7 - Open vraag

Wat is het verschil tussen 'pesten' en 'plagen'?

Slide 8 - Open vraag

12

Slide 9 - Video

vroeger = verleden tijd
nu =tegenwoordige tijd
jij was
wij hadden
jij werkte
zij luisterde
hij reisde
hij is
hij vindt
wij geven
jullie praten
wij praatten
hij tekent

Slide 10 - Sleepvraag

vroeger = verleden tijd
nu =tegenwoordige tijd
jij was
wij hadden
jij werkte
zij luisterde
hij reisde
hij is
hij vindt
wij geven
jullie praten
wij praatten
hij tekent

Slide 11 - Sleepvraag

02:19
Regel 3... waar gaat die over?
A
Met nepvechten met je elkaar niet in het gezicht slaan.
B
Met nepvechten vecht je met je ogen dicht.
C
Met nepvechten met je een helm op om je ogen te beschermen.
D
Met nepvechten houd je oogcontact.

Slide 12 - Quizvraag

02:48
Wat is een goede reactie?

Slide 13 - Open vraag

03:47

Slide 14 - Open vraag

04:29
"Je doet alsof". Betekent?
A
het is niet echt, je doet alsof je pijn hebt.
B
het is echt, je hebt gewoon echt pijn.

Slide 15 - Quizvraag

06:17
Wat is het gevaar van nepslaan?
A
Dat je lijkt alsof het nep is.
B
Dat je iemand heel boos maakt.
C
Dat je jezelf pijn doet.
D
Dat je iemand echt slaat.

Slide 16 - Quizvraag

06:51
Hoe kan je veilig iemand een knietje geven?
A
Door een kniebeschermer om te doen.
B
Dat kan niet. Het doet altijd pijn.
C
Door met je bovenbeen te raken.
D
Door heel zachtjes te doen.

Slide 17 - Quizvraag

09:05

Slide 18 - Open vraag

10:06
Wat is de gouden tip voor een goede vechtscène?

Slide 19 - Open vraag

11:28
Een neppe vechtscène is als een ...
A
sport
B
les
C
ruzie
D
dans

Slide 20 - Quizvraag

00:56
Wat betekent 'nep'-vechten?

Slide 21 - Open vraag

01:23
Wat is regel 1 bij 'nep'-vechten
A
je bepaalt wie wint en wie verliest
B
je spreekt af wat je gaat doen
C
je gaat door tot iemand stop zegt
D
je vecht met elkaar online

Slide 22 - Quizvraag

kopen
krijgen
lezen
lopen
rijden
schrijven
sluiten
spreken
springen
vechten
sprong
sprak
las
schreef
sloot
liep
reed
kreeg
kocht
vocht

Slide 23 - Sleepvraag

01:53
Regel 2: afstand. Wat betekent dat?
A
dat je ver genoeg van elkaar afstaat zodat je elkaar niet echt raakt.
B
dat je minstens 5 meter uit elkaar staat.
C
dat je alleen met je benen met trappen
D
dat je vecht over de telefoon, je bent niet echt bij elkaar.

Slide 24 - Quizvraag

kopen
krijgen
lezen
lopen
rijden
schrijven
sluiten
spreken
springen
vechten
gesprongen
gesproken
gelezen
geschreven
gesloten
gelopen
gereden
gekregen
verkocht
gevochten

Slide 25 - Sleepvraag

Pesten
Plagen
Niet gemeen
Kun je om lachen
Komt geen ruzie van
Stopt op tijd
Vaak 1 tegen 1
Gemeen
Niet om te lachen
Komt ruzie van
Gaat te lang door
Vaak een groepje tegen 1

Slide 26 - Sleepvraag

Slide 27 - Tekstslide

We lezen samen de zinnen

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Lees de woorden. Zet de woorden in de goede volgorde.
Let op de leestekens!

Slide 31 - Tekstslide

met Stop pesten !

Slide 32 - Open vraag

spijt Het me.

Slide 33 - Open vraag

nooit doen Ik zal het meer.

Slide 34 - Open vraag

wist . Sorry ik dat niet ,

Slide 35 - Open vraag

een heeft Hij grote mond .

Slide 36 - Open vraag

terugdoen moet gewoon iets Je !

Slide 37 - Open vraag