Paragraaf 5.2.6 (r)

Paragraaf 2.6
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Paragraaf 2.6

Slide 1 - Tekstslide

Excursie Amsterdam
  • Ergens in mei (activiteitenweek als het past)
  • Bijeenkomst eredoctoraat UvA Paalberends (klassiek germaanse taal en cultuur)
  • Trein: jongerenticket 8,95
  • Rondvaart door binnenstad
  • Fietsexcursie door arbeiderswijken (opdracht)
  • Lezing + gesprek burgemeester
  • Rondleiding door ondergronds gangenstelsel
  • 2 uur vrije tijd in het centrum
  • Avondmaaltijd inbegrepen bij Amsterdammers met een andere etnische achtergrond
  • 's Avonds: Hunted. 
  • 20:19 Centraal --- 21:44 Kampen Zuid

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen 2.6
  1. Je kunt twee oorzaken noemen van zeespiegelstijging.
  2. Je kunt uitleggen hoe gletsjers worden beïnvloed door klimaatverandering.
  3. Je kunt twee oorzaken noemen voor de toenemende kans op overstromende rivieren.
  4. Je kunt vier gevolgen noemen van het verschuiven van de landschapszones.
  5. Je kunt vier gevolgen noemen van verminderde beschikbaarheid van zoet water.
  6. Je kunt de gevolgen van de klimaatverandering voor de natuur beschrijven.
  7. Je kunt de gevolgen van de klimaatverandering voor de maatschappij beschrijven.

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk
Lees 'De niet-levende natuur verandert'
  1. (Ld1) Noteer (of onderstreep) twee oorzaken van zeespiegelstijging.
  2. (Ld2) Noteer (of onderstreep) hoe gletsjers worden beïnvloed door klimaatverandering.
  3. (Ld3) Noteer (of onderstreep) twee oorzaken van de toenemende kans op overstromende rivieren.

Lees 'landschapszones verschuiven'
  1. Noteer (of onderstreep) de vier gevolgen van het verschuiven van de landschapszones.

Lees 'Nieuwe leefomstandigheden door klimaatverandering'
  1. Noteer (of onderstreep) de vier gevolgen van verminderde beschikbaarheid van zoet water.

Slide 4 - Tekstslide

Tekstanalyse
Lees 'De niet-levende natuur verandert'
  • (Ld1) Noteer (of onderstreep) twee oorzaken van zeespiegelstijging.
  • (Ld2) Noteer (of onderstreep) hoe gletsjers worden beïnvloed door klimaatverandering.
  • (Ld3) Noteer (of onderstreep) twee oorzaken van de toenemende kans op overstromende rivieren.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Opdrachten
Maak opdracht 2

Slide 9 - Tekstslide

Tekstanalyse
Lees 'landschapszones verschuiven'
  • Noteer (of onderstreep) de vier gevolgen van het verschuiven van de landschapszones.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Tekstanalyse
Lees 'Nieuwe leefomstandigheden door klimaatverandering'
  • Noteer (of onderstreep) de vier gevolgen van verminderde beschikbaarheid van zoet water.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Opdrachten
Maak opdracht 1, 2c, 2e, 3a, 4

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

Maak opdracht 5

Slide 19 - Tekstslide

Huiswerk
Opdrachten 1,3,4.

Slide 20 - Tekstslide

Opgave 1
1 B, C, E

Slide 21 - Tekstslide

Opgave 2
2 a Meer afsmelten van sneeuw en ijs door jaren met warmere zomers. Daarnaast minder toevoer van sneeuw door meer jaren met minder neerslag.
 b Dit is de grens in een gebied waarboven sneeuw het hele jaar door blijft liggen.                                                          c Met de juli-isotherm van 0 °C. Deze geeft het duidelijkst de grens aan waaronder de sneeuw in de zomer afsmelt.
 d Het gebied met accumulatie van sneeuw groeit en dus groeit de gletsjer.
 e Door de folie komt er minder kortgolvige straling op de gletsjer waardoor de gletsjer minder opwarmt en in de zomer minder afsmelt. De gletsjer krimpt minder.

Slide 22 - Tekstslide

Opgave 3
3 a Doordat in de landschapszones het klimaat voor nieuwe soorten planten geschikt wordt en voor huidige soorten ongeschikt. Zuid-Europa heeft veel soorten planten waarvoor het klimaat ongeschikt wordt, Noord-Europa niet. Globaal is hier een noordwaartse verplaatsing uit af te leiden.
 b De boreale landschapszone. Deze kent het grootste percentage nieuwe soorten waarvoor het klimaat geschikt wordt.
 c Vooral de plantensoorten die specifieke eisen stellen aan hun milieu.

Slide 23 - Tekstslide

Opgave 4
4 a – het soort klimaat in het land. Vooral de steppeklimaten (BS-klimaat) en de Middellandse Zeeklimaten (Cs-klimaten) worden droger;
  – een sterk groeiende bevolking waardoor de vraag naar water stijgt;
  – economische ontwikkeling, waardoor bijvoorbeeld landbouwgewassen meer water nodig hebben.
 b Dit zijn enerzijds de landen met een BW-, BS- en Cs-klimaat waar door de opwarming de hoeveelheid neerslag afneemt. Anderzijds betreft het landen zoals India en Indonesië met een flinke bevolkingsgroei en een sterke economische ontwikkeling.

Slide 24 - Tekstslide

Opgave 5
5 a De TCI-score wordt in veel regio’s in de mediterrane landen lager doordat de temperaturen in de zomer onaangenaam hoog worden.
 b Vooral de boreale landschapszone profiteert, vooral door een hogere temperatuur, zowel in zomer, voorjaar als najaar.

Slide 25 - Tekstslide