Hoofdstuk 32: Introductie tot dierendiversiteit

Hoofdstuk 32: Introductie tot dieren diversiteit
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieHBOStudiejaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 32: Introductie tot dieren diversiteit

Slide 1 - Tekstslide

Wat onderscheidt dieren van andere organismen?

Slide 2 - Woordweb

Leerdoelen
32.1:Je kan de verschillende fasen van de vroege ontwikkeling van een embryo beschrijven en uitleggen

32.2: Je kan de 4 tijdperken benomen met de organismen die in dat tijdperk hun oorsprong hebben

32.3: Je kan dieren indelen in categorieën op basis van hun lichaamsplan.

32.4: Je kan fylogenetische groepen beschrijven op basis van de hun afstammingslijnen.


Slide 3 - Tekstslide

Leerdoel

32.1.:Je kan de verschillende fasen van de vroege ontwikkeling van een embryo beschrijven en uitleggen

Slide 4 - Tekstslide

Voortplanting: Uniforme ontwikkeling bij alle dieren 
Zygote
Achtcellig stadium
Blastula
Gastrula

Slide 5 - Sleepvraag

Voortplanting en ontwikkeling
  • Meeste dieren planten zich geslachtelijk voort. 
  • Sommige dieren ondergaan metamorfose. 
  • Homeo boxen en Hox-genen: DNA sequenties die eiwitten maken die genexpressie reguleren bij dierlijke embryo's en genen die morfologie beïnvloeden.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Leerdoel

32.2: Je kan de 4 tijdperken benoemen met de organismen die in dat tijdperk hun oorsprong hebben

Slide 8 - Tekstslide

Geschiedenis van dieren
>700 miljoen jaar geleden: ontstaan eerste dieren
Eencelligen >>>> meercelligen
Celcommunicatie belangrijk
Choanoflagellaten: mogelijke zustergroep bij ontstaan van dieren. Eiwitdomeinen in DNA zijn met die van dieren vergeleken. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Tekstslide

Neoproterozoïcum 

  • (1 miljard - 541 miljoen jaar geleden)
  • Ediacaran-biota: macroscopische, meestal zachte, meercellige eukaryoten
  • In zee

Slide 13 - Tekstslide

Paleozoïcum (phanerozoïcum)
  • 541 - 252 miljoen jaar geleden
  •  Golf van diversificatie = Cambrische explosie
  • Eerste grote, harde dieren
  • Eerste bilaterianen met compleet spijsverteringsorgaan
  • Afname ediacaran-biota
  • Ook perioden met massa-extinctie
  • Eerste geleedpotigen aan land, daarna ook gewervelden

Slide 14 - Tekstslide

Mesozoïcum  (phanerozoïcum)         
  • 252 - 66 miljoen jaar geleden
  • Sommige reptielen terug naar zee
  • Trias: eerste zoogdieren (insecteneters)
    en dino's
  • Jura:  eerste vogels, meer diversiteit in dino's
  • Krijt: grote diversiteit in angiospermen
    (bloeiende planten) en insecten

Slide 15 - Tekstslide

Cenozoïcum (phanerozoïcum)
  • 66 miljoen jaar geleden tot nu
  • Massa-extincties van land- en zeedieren (dino's en mariene reptielen) = overgang van Krijt naar Tertiair
  • Eerste grote zoogdieren
  • Afkoeling wereldklimaat
  • Eerste primaten
  • Continentale drift

Slide 16 - Tekstslide

Leerdoel


32.3: Je kan dieren indelen in categorieën op basis van hun lichaamsplan.

Slide 17 - Tekstslide

Symmetrie

Slide 18 - Tekstslide


A
Radiaal symmetrisch
B
Bilateraal symmetrisch

Slide 19 - Quizvraag

Triploplastisch en diploplastisch

Ectoderm: vormt later de huid en het zenuwstelsel.

Endoderm: vormt later het spijsverteringsstelsel en de inwendige organen.

Mesoderm: vormt later het bloed, het skelet, de spieren, het bindweefsel en het urineweg stelsel.



Slide 20 - Tekstslide

Lichaamsholtes


Coelom: Lichaamsholte tussen Mesoderm weefsels


Hemocoel: Lichaamsholte tussen endoderm en mesoderm weefsels


Compact: geen lichaamsholte.

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide


A
protostomia
B
deuterostomia

Slide 23 - Quizvraag

Leerdoel


32.4: Je kan fylogenetische groepen beschrijven op basis van de hun afstammingslijnen.

Slide 24 - Tekstslide

Zijn de leerdoelen behaald?
32.1.:Je kan de verschillende fasen van de vroege ontwikkeling van een embryo beschrijven en uitleggen
 

32.2: Je kan de 4 tijdperken benomen met de organismen die in dat tijdperk hun oorsprong hebben

32.3: Je kan dieren indelen in categorieën op basis van hun lichaamsplan.

32.4: Je kan fylogenetische groepen beschrijven op basis van de hun afstammingslijnen.


Slide 25 - Tekstslide

Bedankt voor 
jullie aandacht

Slide 26 - Tekstslide

Wat vond je van deze miniles?
Wat ging goed, wat kon beter?
Hoe was de samenwerking en de interactie.
Was de les interessant?

Slide 27 - Woordweb