H6 B4 (3 BK)

Biologisch evenwicht
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Biologisch evenwicht

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
Nakijken
Leerdoelen
Uitleg
Aan de slag
Afronding

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nakijken

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les weet je..
Wat een leefomgeving is.
Wat abiotische en biotische factoren zijn.
Wat een optimumkromme is.
Wat een individu, populatie, levensgemeenschap en ecosysteem is.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Organisme en omgeving
In de ecologie bestuderen we alle relaties tussen organismen en hun leefomgeving (milieu).
Er zijn invloeden uit de biotische (levend )en de abiotische (levenloosnatuur.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Organisatieniveaus ecologie
Individu: eén enkel organisme.
Populatie: een groep individuen van dezelfde soort, die in een bepaald gebied leven en zich onderling kunnen voortplanten.
Levensgemeenschap: alle populaties in een gebied.
Ecosysteem: meerdere levensgemeenschappen bij elkaar.
Biotoop: alle abiotische en biotische factoren samen.


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Biologisch evenwicht 
Biologisch evenwicht: toestand waarin de grootte van elke populatie in een ecosysteem schommelt om een bepaalde waarde.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Optimumkromme
Optimumkromme: grafiek waarbij verband tussen verschillende omstandigheden wordt weergegeven. Bijvoorbeeld, warmte en overlevingskans.
Optimum: het punt waarbij het organismen de beste overlevingskans heeft.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten blz  94                           Zorg dat je 12 bloemen maakt
1 bloem: 5,1
2 bloemen:,2,3,4,6,7,8
3 bloemen : 
In de ecologie bestuderen we alle relaties tussen organismen en hun leefomgeving (milieu).
Er zijn invloeden uit de biotische en de abiotische natuur.
Individu: eén enkel organisme.
Populatie: een groep individuen van dezelfde soort, die in een bepaald gebied leven en zich onderling kunnen voortplanten.
Levensgemeenschap: alle populaties in een gebied.
Ecosysteem: meerdere levensgemeenschappen bij elkaar.
Biologisch evenwicht: toestand waarin de grootte van elke populatie in een ecosysteem schommelt om een bepaalde waarde.
 

Slide 9 - Tekstslide

14 bloemen

Opdrachten blz  94                           Zorg dat je 9 bloemen maakt
1 bloem: 5,1
2 bloemen:1,2,3,4,6,7,8
3 bloemen : 
Optimumkromme: grafiek waarbij verband tussen verschillende omstandigheden wordt weergegeven. Bijvoorbeeld, warmte en overlevingskans.
Optimum: het punt waarbij het organismen de beste overlevingskans heeft.

Slide 10 - Tekstslide

14 bloemen

Afsluiting

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies