Rekenen Herhalen juli 2023

Optellen van 20 met 5
Vermenig- vuldigen van 20 met 5
Delen van 20 met 5
Aftrekken van 20 met 5
Halveren van 20 met 5
Bereken de SOM van 20 en 5
Bereken het VERSCHIL van 20 en 5
Bereken het PRODUCT van 20 en 5
Bereken het QUOTIËNT van 20 en 5
1 / 24
volgende
Slide 1: Sleepvraag
RekenenMiddelbare schoolvmbo k, t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Optellen van 20 met 5
Vermenig- vuldigen van 20 met 5
Delen van 20 met 5
Aftrekken van 20 met 5
Halveren van 20 met 5
Bereken de SOM van 20 en 5
Bereken het VERSCHIL van 20 en 5
Bereken het PRODUCT van 20 en 5
Bereken het QUOTIËNT van 20 en 5

Slide 1 - Sleepvraag

Wat is het VERSCHIL tussen 31 en 20?

Slide 2 - Open vraag

Wat moet je doen als de SOM van twee getallen wordt gevraagd?
Je moet de twee getallen : ........

Slide 3 - Open vraag

Wel soort getallen kun je VEREENVOUDIGEN?
A
Procenten
B
Getallen kleiner dan 10
C
Decimale getallen
D
Breuken

Slide 4 - Quizvraag

Welk getal is kleiner dan 32,08 en groter dan 6,999
A
38,5406
B
2,3233
C
23,0185
D
- 14,955

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de SOM van de helft van 14 plus 3?
A
10
B
11
C
17
D
15,5

Slide 6 - Quizvraag

Wat is een KWART van 48?

Slide 7 - Open vraag

Wat is de waarde van cijfer 3 in het getal 13.985
A
13
B
3
C
13000
D
3000

Slide 8 - Quizvraag

Welk cijfer staat op de plaats van het honderdtal: 1.234.567?

Slide 9 - Open vraag

De digitale tijd in 19:54 in woorden?
A
54 minuten voor 19
B
6 minuten over 19
C
4 minuten voor 8
D
6 minuten voor 8

Slide 10 - Quizvraag

Schrijf 8 over half 5 's ochtends op als digitale tijd.

Slide 11 - Open vraag

Bereken 8 + 13 + 2 + 37 - 43 =

Slide 12 - Open vraag

De bus vertrekt vanavond om half 7. Hoe laat is dat op een digitale klok?
A
07:30
B
06:30
C
18:30
D
19:30

Slide 13 - Quizvraag

Een kwart van 12 en éénderde van 15 is samen?

Slide 14 - Open vraag

Wat is het totaal van de helft van 18 en eenvijfde van 20

Slide 15 - Open vraag

Reken om: 1,05 meter is hetzelfde als
A
10,5 km
B
105 mm
C
0,105 dm
D
105 cm

Slide 16 - Quizvraag

1030 milliliter is hetzelfde als
A
103,0 liter
B
10,30 deciliter
C
10,30 liter
D
1,030 deciliter

Slide 17 - Quizvraag

Welke breuk is groter: of
52
103
A
103
B
52
C
ze zijn even groot

Slide 18 - Quizvraag

50% van 140 is

Slide 19 - Open vraag

Hoeveel procent is 5 van de 25?
A
5%
B
20%
C
25%
D
30%

Slide 20 - Quizvraag

Wat heb je nodig als je iets gaat berekenen?
A
Een potlood of een pen
B
Kladpapier of rekenmachine
C
Je gezonde verstand
D
Alledrie

Slide 21 - Quizvraag

Er staat in de opdracht: "De prijs is inclusief de korting." Dat betekent:
A
De korting moet nog worden berekend
B
De korting moet er nog bij
C
De korting is er al van af
D
Alledrie fout

Slide 22 - Quizvraag

Bij de betaling van een flesje parfum lever je ook een cadeaubon in. Dat betekent:
A
Het bedrag op de cadeaubon gaat van de prijs af
B
Het bedrag op de cadeaubon moet je nog betalen
C
Het bedrag op de cadeaubon is de helft van de prijs
D
Alledrie fout

Slide 23 - Quizvraag

Rekenen is
A
Fun
B
Belangrijk
C
Goed nadenken
D
Alledrie goed

Slide 24 - Quizvraag