Havo 5 herhaling aarde paragraaf 5.3

paragraaf 5.3
Mens en Landschap
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

paragraaf 5.3
Mens en Landschap

Slide 1 - Tekstslide

Welke omschrijving hoort bij het begrip: landdegradatie
A
Wegspoelen of wegwaaien van bodemdeeltjes doordat de mens de vegetatie verstoord heeft.
B
Door de mens veroorzaakte schade aan een natuurlijk systeem.
C
Afname van de kwaliteit van de bodem of ondergrond door processen als versnelde bodemerosie en verzilting.
D
Proces van landdegradatie in relatief droge gebieden.

Slide 2 - Quizvraag

Welke drie soorten landdegradatie kun je onderscheiden:
A
overbeweiding, ontbossing, verzilting
B
versnelde bodemerosie, verwoestijning, ontbossing
C
verzilting, versnelde bodemerosie, overbeweiding
D
versnelde bodemerosie, verwoestijning, verzilting

Slide 3 - Quizvraag

Geef in je eigen woorden weer wat versnelde bodemerosie is.

Slide 4 - Open vraag

Welke landschapszones zijn kwetsbaar voor versnelde bodemerosie?
A
subtropische zone
B
tropische zone
C
aride zone
D
gematigde zone

Slide 5 - Quizvraag


Wat is verzilting?
A
Het wegspoelen van de bodem door water.
B
Het kunstmatig water geven van gewassen.
C
Ander woord voor infiltratie.
D
Ophoping van zout in de bodem in o.a. slecht gedraineerde irrigatiegebieden.

Slide 6 - Quizvraag

Verzilting ontstaat meestal door .........
A
een toename van de hoeveelheid neerslag
B
een verkeerde manier van irrigeren
C
een afname van de hoeveelheid neerslag
D
het smelten van gletsjers

Slide 7 - Quizvraag

Door overbeweiding verdwijnt vegetatie. De bodem wordt dan niet meer vastgehouden door plantenwortels. Zo ontstaan erosie en verwoestijning.
A
juist
B
onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Welke bewering over verwoestijning is onjuist?
A
Verwoestijning is een vorm van landdegradatie.
B
Verwoestijning komt door verzilting tot stand.
C
Verwoestijning is een gevolg van versnelde bodemerosie.
D
Verwoestijning is op de eerste plaats een gevolg van klimaatsverandering.

Slide 9 - Quizvraag

Ontbossing kan verwoestijning tot gevolg hebben.
A
goed
B
fout

Slide 10 - Quizvraag

Wat is duurzaam landgebruik?
A
Het uitputten van land zonder rekening te houden met toekomstige generaties
B
Het ongecontroleerd gebruik maken van land
C
Het negeren van de impact van landgebruik op andere delen van de wereld
D
Landgebruik gericht op behoud van de kwaliteit van de bodem.

Slide 11 - Quizvraag

Op de foto zie je een voorbeeld van duurzaam landgebruik, namelijk ...
A
irrigatie
B
strook verbouwing
C
ontbossing
D
terrassen

Slide 12 - Quizvraag

Welke andere manieren van duurzaam landgebruik ken je?

Slide 13 - Open vraag

Welk begrip hoort niet in het onderstaande rijtje thuis?
A
Drainage
B
Versnelde bodem erosie
C
Landdegradatie
D
Verzilting

Slide 14 - Quizvraag

Gebruik bron 12 en 13 op pagina 162 en 163 van je boek.
In de Sahel is verwoestijning een groot probleem, doordat de kwetsbare vegetatie vaak wordt aangetast.
Noem twee manieren waarop vegetatie het optreden van verwoestijning voorkomt.


Slide 15 - Open vraag

Gebruik bron 12 en 13 op pagina 162 en 163 van je boek.
Leg met behulp van de begrippen ontbossing en overbeweiding uit dat de aantasting van de vegetatie in de Sahel te maken heeft met een hoge bevolkingsdruk. Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten

Slide 16 - Open vraag

Door de belangrijke rol die de vegetatie speelt bij het ontstaan van verwoestijning is het verband tussen klimaatverandering en verwoestijning een kip-eiverhaal.
Geef aan hoe:
• verwoestijning kan leiden tot klimaatverandering;
• klimaatverandering kan leiden tot verwoestijning.

Slide 17 - Open vraag

Gebruik bron 14.
Mondiale klimaatverandering wordt tegengaan door de inzet van duurzame energie.
Geef aan hoe zonnepanelen de door de mens veroorzaakte klimaatverandering verminderen.

Slide 18 - Open vraag

De volgende vragen hebben betrekking op het onderdeel klimaat

Slide 19 - Tekstslide

Gebruik voor de volgende vragen bronnen 1, 2, 4 op pagina 153 t/m 155 van je boek en de atlas.
De stad Lima, de hoofdstad van Peru, ligt aan zee maar kent nauwelijks regenval.
Leg uit waardoor Lima – gelet op de zeestromen daar – zo weinig neerslag kent.
Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.


Slide 20 - Open vraag

Gebruik bron 4 van je boek op pagina 156 en de atlas.
De stad Cusco, verder in het binnenland van Peru, kent echter wel behoorlijk wat neerslag. Jaarlijks valt er zo’n 740 mm.
Leg met behulp van een atlaskaart uit waardoor er zo veel neerslag in Cusco valt.
Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Slide 21 - Open vraag

Gebruik nogmaals bron 4 en de atlas.
In Cusco valt de meeste regen in de zomer.
Leg met behulp van een atlaskaart en het begrip intertropische convergentiezone (ITCZ) uit, waardoor er vooral ’s zomers neerslag in Cusco valt.
Noem eerst de gebruikte atlaskaart. Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Slide 22 - Open vraag