5H Framing en figuurlijk taalgebruik & puntje op de i

Planning en lesdoelen
Programma
  1. Examen Nederlands HH
  2. Introductie framing
  3. Stukje theorie
  4. Opdracht
  5. Aan de slag: taakwerk

Lesdoelen:
  1. Je weet waar je extra op moet letten bij het maken van het examen Ned.
  2. Jullie weten wat framing is.
  3. Jullie weten hoe media beïnvloeden.
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Planning en lesdoelen
Programma
  1. Examen Nederlands HH
  2. Introductie framing
  3. Stukje theorie
  4. Opdracht
  5. Aan de slag: taakwerk

Lesdoelen:
  1. Je weet waar je extra op moet letten bij het maken van het examen Ned.
  2. Jullie weten wat framing is.
  3. Jullie weten hoe media beïnvloeden.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Examen Nederlands: wat ga je doen en niet vergeten?

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Examen
  • Oefening baart kunst: ieder jaar ongeveer zelfde examen, andere teksten;
  • Lees met een pen/marker in de hand en markeer. Zo dwing je jezelf actief te lezen;
  • Blijft dichtbij de tekst bij het formuleren van je antwoord;
  • Werk met een antwoordstarter;
  • De woorden die horen bij het herhalen van de vraag tellen voor het woordenaantal niet mee.
  • Lees de vraag nauwkeurig. Zoek het relevante tekstgedeelte op!
  • Je neemt je woordenboek natuurlijk mee! 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoordstarter 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet je antwoordstarter van vraag 2 eruit?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Werk netjes en nauwkeurig!
  • Formuleer hele zinnen
    -Niet: Om zelfstandigheid te ontwikkelen
    -
    Wel: Verdwalen leidt volgens Gabriels en Van Noort tot het ontwikkelen van zelfstandigheid.
  • Hoofdletter & punt
  • Sla een regel over tussen je antwoorden.
  • Spelling doet ertoe:
    -Samenstellingen schrijf je aan elkaar;
    -Werkwoordspelling;
    -Congruentie: het onderwerp en de persoonsvorm moeten qua getal overeenkomen.  -> De media willen het nieuws brengen.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Framing

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Volkskrant is volgens mij...
A
altijd subjectief
B
altijd objectief
C
vaker subjectief dan objectief
D
vaker objectief dan subjectief

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De krant of het nieuws dat ik lees is objectief.
(volledig eens=100)
-1100

Slide 9 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke synoniemen ken je voor het werkwoord ETEN?

Slide 10 - Woordweb

Geef hier aan welke woorden welke connotatie hebben: welk gevoel geven ze mee? Wat is de boodschap over de auteur/ hoe wordt iemands mening gevormd door de woordkeuze
FRIKANDEL

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

KADAVERSTAAF

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Laat William zijn
middelvinger zien?
A
Ja
B
Nee

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing
  • Jullie zagen net voorbeelden van framing
  • Maar wat is framing dan precies?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medelijden

Veel ophef over deze foto/ video
Klimaatverandering? Misschien was de beer wel ziek

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing
  • Eeuwenoude beïnvloedingstechniek
  • Inkaderen
  • Het verloopt via taal en beelden
Het meegeven van een bepaald kader aan een boodschap

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom framen we?
  • Frames blijven lekker hangen
  • Mensen beïnvloeden

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het wordt veel gebruikt door:
  • Politici
  • Media
  • Eetwarenindustrie
  • Reclame

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Corona
Vleermuizensoep
Markt in India

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Eufemisme
 is een stijlfiguur waarmee iets mooier, vriendelijker of minder onaangenaam wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dysfemisme
Grove, versterkende beschrijving. Beledigender alternatief.
Voorbeeld: stinkhok, in plaats van toilet. Morsdood, in plaats van overleden.

Leraar: “Anton is verbaal zeer begaafd en goed te verstaan”

Ouder:” Bedoelt u dat hij een grote bek heeft?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

eufemisme & dysfemisme
eufemisme:  prijsaanpassing in plaats van prijsverhoging

dysfemisme (is ook snel een hyperbool):  de moddervette hond (ipv dikke of stevige hond)


Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing in de reclame

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan je voorgaande foto omschrijven?

Slide 30 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Alle woorden hebben betrekking op appelsap. Toch worden de gele woorden  wel in reclames gebruikt en de rode woorden  niet. Waarom niet? Waarom klinken die woorden zo slecht? En waarom worden er eigenlijk woorden als ‘ambachtelijk’ en zelfs ‘oprecht’ gebruikt in appelsapreclames? Ze voegen inhoudelijk niets toe, maar geven wel een goed gevoel over het product. Een interessant geval is ‘natuurtroebel’: ‘troebel’ wekt eigenlijk negatieve associaties op, maar bij ‘natuurtroebel’ is het ineens heel logisch en juist ‘natuurlijk’ en ‘gezond’.

Natuurtroebel
Ambachtelijk
Natuurlijk
Vers geplukt
Gezond
Oprecht
Met drab erin
Van massale teelt
Bevat suikers
Urinekleurig

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je mensen die uit een ander land komen, in jouw land blijven wonen en misschien jouw nationaliteit willen verkrijgen?

Slide 32 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Voel je het verschil?
asielzoeker
vluchteling
ontheemde
refugié
migrant
politieke vluchteling
economische vluchteling
gelukszoeker

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing
in 
het debat

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voorbeeld
gebrekkige → gehandicapte → mindervalide → andersvalide → persoon met een beperking

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
jagger – oude – bejaarde – gepensioneerde – oudere – vitalo

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Framing in het examen
Wat wil de schrijver vermoedelijk bereiken met bepaalde woorden.
Voorbeeld:
"Zijn rivaal Roglic hield zich drie weken lang opgesloten en beschut in een defensieve bunker."
Geef aan of de beeldspraak in bovenstaande zin leidt tot positieve of negatieve beeldvorming ten aanzien van Roglic en leg uit waarom.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Figuurlijk taalgebruik in het examen

  • Typeer de schrijfstijl (neutraal/zakelijk/objectief/ persoonlijk/subjectief/bombastisch/overdreven/beeldend
  • Wat is de strekking van de anekdote?
  • Leg het beeld uit.
  • Citeer woordgroepen waarmee de schrijver probeert sympathie van de lezer op te wekken.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Figuurlijk taalgebruik in het examen
Het gaat om manipulatie van de lezer door bepaalde woordkeuze:
  • Welke sturing wil de schrijver geven aan het onderwerp?
  • Is de beeldspraak adequaat of juist manipulatief?
Voorbeelden:
  • De beeldspraak is wel/niet geslaagd, want ...
  • Benadrukt een voorbeeld van bijzonder taalgebruik vooral chaos, overbelasting  of gebrek aan solidariteit?
  • Typeer de schrijfstijl (neutraal/zakelijk/objectief/ persoonlijk/subjectief/bombastisch/overdreven/beeldend

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Bedenk een frame voor een situatie die te maken heeft met:
1. School
2. Werk
3. Uitgaan
Je moet over 5 minuten met je groepje vertellen: wat is de situatie, naar wie communiceer je en wat is de frame.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik snap wat framing inhoudt
07

Slide 42 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb er vertrouwen in dat ik framing in een tekst kan herkennen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 43 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Taakwerk
  • Examen 2023, tijdvak 1
    Maak het examen en noteer de antwoord op papier/in je schrift.
    Nakijken met nakijkboekje (uitgebreide feedback!)
  • Voorbeeldopgaven

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies