M1 Unité 4 - Grammaire I (aller + futur proche)

M1C
Alexis
Alysia
Sayomii
Wesely
Jelte
Annique
Jillian
Sasha
Yeva
Lisa
Fenna
Mayla
Jasmijn
Mees
Ronan
Alexandro
Bego
Aram
Lotte
Isabella
Milan
Boaz
Logan
Ryan
Docent
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

M1C
Alexis
Alysia
Sayomii
Wesely
Jelte
Annique
Jillian
Sasha
Yeva
Lisa
Fenna
Mayla
Jasmijn
Mees
Ronan
Alexandro
Bego
Aram
Lotte
Isabella
Milan
Boaz
Logan
Ryan
Docent

Slide 1 - Tekstslide

le 11 mars 2025

Slide 2 - Tekstslide

M1D
Armita
Juna
Suze
Naomi
Ralph
Lucas
Duko
Misha
Quinn
Jervee
Isaura
Megan
Thijmen
Sven
Ky-Shawn
Anna
Valentina
Julien
Samantha
Justin
Dennis
Sem
Docent

Slide 3 - Tekstslide

Le programme:
1. Corriger ex. 3,4
2. Aantekening werkwoord aller
3. Au travail!
4. So'tje Apprendre 1 en 2

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoel: aan het einde van de les...
- Weet ik de betekenis en de vormen van het werkwoord ''aller''
- Kan ik een toekomende tijd maken  

Slide 5 - Tekstslide

Exercice
1. Corriger ex. 3, 4,5 en 6 page 15-16

Klaar leer: apprendre 3 page 36
timer
10:00

Slide 6 - Tekstslide

Welke onregelmatige werkwoorden ken ik al (+ vertaling)?

Slide 7 - Open vraag

Unité 4: het werkwoord aller 
Het werkwoord aller = gaan, is net zoals avoir en être een onregelmatig werkwoord. 

Je                vais         = ik ga
Tu                vas          = jij gaat
Il/elle/on   va            = hij/zij/men gaat
Nous          allons     = wij gaan 
Vous           allez        = jullie gaan/ u gaat
Ils/elles     vont         = zij gaan

Slide 8 - Tekstslide

Unité 4: de futur proche - toekomende tijd 
De futur proche gebruik je om te vertellen wat je in de toekomst gaat doen (toekomst van VANDAAG). 

Hoe maak ik de futur proche?
Vorm van het werkwoord aller + heel werkwoord 

BV: Ik ga vanmiddag zwemmen
Cet après-midi, je vais nager

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Marie gaat
A
Marie vas
B
Marie va

Slide 11 - Quizvraag

Jullie gaan
A
Nous allons
B
Vous allez

Slide 12 - Quizvraag

Zet de zin in een toekomende tijd:
Les élèves (faire) les devoirs

Slide 13 - Open vraag

Zet de zin in een toekomende tijd
Tu (acheter) un nouveau jean?

Slide 14 - Open vraag

Au travail
Faire: ex. 8A t/m E
Klaar : Apprendre: apprendre 1+2 + werkwoord aller
timer
10:00

Slide 15 - Tekstslide