Köppen

Köppen
klimaten
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Köppen
klimaten

Slide 1 - Tekstslide

Planning:
  1. Lesdoelen
  2. Uitleg Köppen systeem
  3. Verwerken
  4. Lesdoelen

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe het Köppen klimaat systeem werkt.
  • Aan het einde van de les kun je aanwijzen welke klimaten waar voorkomen. (en waarom)

Slide 3 - Tekstslide

Klimaat systeem van Köppen
  • Geograaf, meteoroloog, klimatoloog en botanicus Wladimir Köppen
  • Deelt de wereld in verschillende klimaten in door letters.

Slide 4 - Tekstslide

Bron: https://www.geolution.nl/weer/klimaatclassificatie_van_koppen.htm

Slide 5 - Tekstslide

A-klimaat
  • Tropisch klimaat.
  • Vooral rond de evenaar.
  • In de koudste maand is het gemiddeld minimaal 18°.
  • Voorbeelden: Savanne of het tropisch regenwoud.

Slide 6 - Tekstslide

B- Klimaat
  • Droog klimaat.
  • Weinig neerslag.
  • Bijna geen neerslag.
  • Voorbeelden: Woestijn of steppe.

Slide 7 - Tekstslide

C-klimaat
  • Klimaat dat voorkomt rond grote 'wateren' (zeeën en oceanen).
  • Matig klimaat: Koude zomers en warme winters.
  • Koudste maand tussen 18° en -3°

Slide 8 - Tekstslide

D-klimaat
  • Klimaat dat voorkomt in gebieden die niet dicht bij grote wateren liggen.
  • Hete zomers, koude winters.
  • Koudste maand onder -3° en warmste boven 10°

Slide 9 - Tekstslide

E-klimaat
  • Poolklimaat.
  • Altijd erg koud.
  • Warmste maand is kouder dan 10°.

Slide 10 - Tekstslide

Toevoegingen kleine letter
  • Bij het A, C en D klimaat komt er een tweede letter bij.
  • Heeft te maken met wanneer de neerslag valt.
  • Dit is een kleine letter!
  • f = fehlt (ontbreekt) er is geen droge tijd.
  • s = sommer (zomer) de droge tijd is in de zomer.
  • w = winter, de droge tijd is in de winter.

Slide 11 - Tekstslide

Toevoegingen hoofdletter
  • Bij het B en E klimaat komt er een tweede letter bij.
  • Heeft te maken met begroeiing.
  • Dit is een hoofdletter!
  • Bij B: S = Steppe, W = Woestijn
  • Bij E: T = Tundra, F = IJskap (polen + bergtoppen)

Slide 12 - Tekstslide

BW 
Af
Cf
EF
Df
Af
BW
Cf

Slide 13 - Sleepvraag

Slide 14 - Sleepvraag

4 klimaten

1. Poolklimaat

- Hele jaar koud (onder 10 graden)
- Weinig Neerslag

Slide 15 - Tekstslide

4 klimaten

2.  Gematigd klimaat 

- tussen koud en warm in
- bijna hele jaar neerslag

Slide 16 - Tekstslide

4 klimaten

3.  Droog klimaat

- vaak erg heet
- weinig neerslag

Slide 17 - Tekstslide

4 klimaten

4.  Tropisch klimaat

- hele jaar warm
- veel neerslag

Slide 18 - Tekstslide

Klimaatdiagram
Dit is een grafiek waarin je kunt aflezen welk klimaat een plaats of gebied heeft.

Oefenen:

Slide 19 - Tekstslide


A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Poolklimaat

Slide 20 - Quizvraag


A
Tropisch klimaat
B
Poolklimaat
C
Gematigd klimaat
D
Droog klimaat

Slide 21 - Quizvraag


A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Poolklimaat

Slide 22 - Quizvraag


A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Pool klimaat

Slide 23 - Quizvraag


A
Droog klimaat
B
Poolklimaat
C
Gematigd klimaat
D
Tropisch klimaat

Slide 24 - Quizvraag


A
Poolklimaat
B
Tropisch klimaat
C
Droog klimaat
D
Gematigd klimaat

Slide 25 - Quizvraag


A
Droog klimaat
B
Tropisch klimaat
C
Poolklimaat
D
Gematigd klimaat

Slide 26 - Quizvraag


A
Droog klimaat
B
Tropisch klimaat
C
Poolklimaat
D
Gematigd klimaat

Slide 27 - Quizvraag


A
tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Pool klimaat
D
Gematigd klimaat

Slide 28 - Quizvraag

Je weet nu de klimaten met hun landschap te combineren, knap!
Maar weet je nu ook welke klimaten je tegenkomt van de evenaar naar de noord/zuidpool?

Slide 29 - Tekstslide

Verschillen in bevolkingsspreiding 
Dunbevolkt zijn de volgende gebieden:

- teveel hoogteverschil (reliëf)
- klimaat te warm
-Klimaat te koud
- klimaat te droog

Slide 30 - Tekstslide

Bevolkingsconcentratie =?

Slide 31 - Open vraag

In welke klimaatzone vind je de grootste bevolkingsconcentraties?
A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Pool klimaat

Slide 32 - Quizvraag

Op welk schaalniveau heb je de klimaten, landschap en bevolkingsspreiding nu bekeken in deze les?
A
Lokale schaal
B
Continentale schaal
C
Nationale schaal
D
Mondiale schaal

Slide 33 - Quizvraag

Wat heb je deze les geleerd?

Slide 34 - Open vraag

Lesdoelen
  • Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe het Köppen klimaat systeem werkt.
  • Aan het einde van de les kun je aanwijzen waar ongeveer de klimaten van Köppen voorkomen.

Slide 35 - Tekstslide