Thema 3: Kritisch consumeren versneld

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Zelftest thema 2
Niveau 2: blz. 195
Niveau 3-4: blz. 230
timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Thema 3: Kritisch consumeren - versneld
Kritisch consumeren bestaat uit:
 1. Omgaan met geld -                            Hoofdstuk 1
2. Consumeren: weet wat je koopt- Hoofdstuk 2
3. Duurzaamheid-                                    Hoofdstuk 3

Slide 3 - Tekstslide

Hoofdstuk 1: Omgaan met geld:
Kernbegrippen
Budgetteren - Begroting maken
Vaste lasten
Risico's van lenen

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeeld van een begroting
Je inkomsten en uitgaven naast elkaar zetten is budgetteren

Slide 5 - Tekstslide

Wat zijn de vaste lasten van Choukri?
Onthoud je antwoord

Slide 6 - Tekstslide

Wat zijn de vaste lasten van Choukri?
A
€220
B
€570
C
€720
D
€880

Slide 7 - Quizvraag

Houdt Choukri deze maand geld over of niet? Hoeveel?
Onthoud je antwoord

Slide 8 - Tekstslide

Houdt Choukri deze maand geld over of niet? Hoeveel?

A
Choukri houdt €127 over
B
Choukri komt €127 tekort
C
Choukri houdt niets over
D
Ik weet het niet

Slide 9 - Quizvraag

Ik weet mijn vaste lasten per maand zijn
ja
nee
ongeveer

Slide 10 - Poll

Slide 11 - Tekstslide

Hoofdstuk 2- Consumeren
Kernbegrippen:
Consumeren
1e & 2e levensbehoeften
reclame trucs

Slide 12 - Tekstslide

Wat betekent consumeren?
A
bijvoorbeeld iets drinken
B
bijvoorbeeld iets eten
C
bijvoorbeeld een product kopen
D
alle 3

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

Eten
Kleding
Onderdak
Drinken
Horloge
Auto
Vakantie
Gezondheidszorg
Uitgaan
Primaire levensbehoefte
Secundaire levensbehoefte

Slide 15 - Sleepvraag

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

Hoofdstuk 3 -Duurzaamheid
Kernbegrip
Duurzaam Produceren

Slide 19 - Tekstslide

Wat denken jullie wat duurzaam betekent?
A
Iets dat je maar heel kort kan gebruiken
B
Dat het veel geld kost
C
Iets dat je lang kan gebruiken
D
Dingen die niet slecht zijn voor het milieu

Slide 20 - Quizvraag

Duurzaamheid
- vriendelijke omstandigheden voor mens en dier
- Natuurbehoud 
- Schoon en energie neutraal
vriendelijke omstandigheden voor mens en dier

Slide 21 - Tekstslide

Keurmerken (uitleg blz. 203 handboek)

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Voedselkeurmerk
Maak verwerkingsopdracht 1 op blz. 248

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide