H1 §4b Rijk & arm

Ik zit klaar voor de les:
  • Mijn spullen liggen op tafel (boek, pen, papier, laptop).
  • Telefoon is thuis of in mijn kluis
  • Mijn jas hangt aan de kapstok.
  • Ik heb geen pet of capuchon op.
  • Ik heb geen eten of drinken meer bij mij.
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Ik zit klaar voor de les:
  • Mijn spullen liggen op tafel (boek, pen, papier, laptop).
  • Telefoon is thuis of in mijn kluis
  • Mijn jas hangt aan de kapstok.
  • Ik heb geen pet of capuchon op.
  • Ik heb geen eten of drinken meer bij mij.

Slide 1 - Tekstslide

Rekenvraag:
Burger Boris verkoopt verschillende burgers. Afgelopen week verkocht hij 650 burgers. 30% waren kipburgers. Hoeveel zijn dat er?

Slide 2 - Open vraag

H1 §4b Wordt alles duurder?

Slide 3 - Tekstslide


Deze les:
  • Terugblik
  • Huiswerk bespreken
  • Instructie: een stijging of daling in procenten
  • Opdrachten maken 
  • Evalueren hoe de les ging

Slide 4 - Tekstslide


Terugblik:
De vorige les hebben we het gehad over:
  • reserveringen
  • koopkracht
  • inflatie

Slide 5 - Tekstslide

Noem 2 dingen waar je een reservering voor moet maken:

Slide 6 - Woordweb

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Neemt je koopkracht toe of af?

Mijn inkomen stijgt met 6%. De inflatie is 3,5%
A
koopkracht stijgt
B
koopkracht daalt

Slide 9 - Quizvraag

De inflatie is 2,5%.
Het inkomen van Puck stijgt met 1,5%.
Met hoeveel procent stijgt of daalt de koopkracht van Puck?

A
koopkracht stijgt met 2,5% - 1,5% = 1%
B
koopkracht daalt met 2,5% - 1,5% = 1%

Slide 10 - Quizvraag

De inflatie is 2,5%.
Het inkomen van Ariana stijgt met 3,5%.
Met hoeveel procent stijgt of daalt de koopkracht van Ariana?

A
koopkracht stijgt met 3,5% - 2,5% = 1%
B
koopkracht daalt met 2,5% - 3,5% = -1%

Slide 11 - Quizvraag

Huiswerk nakijken
Zijn er nog vragen over het huiswerk 
Opdracht:
 K: 6 t/m 8 (23-24) 
 TL: (af)maken opdracht 4, 5, 6, 9 10 en 11 (23-25)

Let op:
Kijk je huiswerk nu na!

Slide 12 - Tekstslide


Lesdoel:

Ik weet:
  • wat het gevolg is van een prijsstijging voor je koopkracht
  • hoe je een stijging of daling in procenten berekent

Slide 13 - Tekstslide

Een stijging of daling in procenten
  • Prijzen van goederen en diensten, maar ook lonen kunnen stijgen of dalen. Een stijging in euro's zegt niet zoveel.  
  • Omdat €1 prijsstijging op een brood (€2) is veel, maar op een auto (van €21.000) niet zoveel.

Daarom kun je zo'n verandering beter in procenten uitdrukken.

Een verandering in procenten bereken je met de verhoudingstabel

Slide 14 - Tekstslide

Verandering in procenten
 


Bijvoorbeeld: Drie jaar geleden kreeg je €4 zakgeld en nu krijg je €7


Slide 15 - Tekstslide

Deze maand heb je €12 gespaard. Vorige maand had je €15 gespaard.
Hoeveel procent is dat minder?

Slide 16 - Open vraag

In 2021 heb je €720 kleedgeld gekregen. In 2022 krijg je € 900.
Hoeveel procent is dat meer?

Slide 17 - Open vraag

Maak opdracht:
K:11 & 12 (25)
Klaar: vul de samenvatting 
voor §1 en §2 in op blz 26

TL: 2 & 3 (22)
Klaar: samen nakijken 
vraag 10 en 11





timer
20:00

Slide 18 - Tekstslide


Evaluatie:
  1. Wat was het lesdoel?
  2. Hoe ging het vandaag?
  3. Wat is het huiswerk:

Slide 19 - Tekstslide

Huiswerk:

Maak opdracht:
K:11 & 12 (25)
TL: 2 % 3 (22)

Slide 20 - Tekstslide