Module 3.1 toets N4 Bodem en bemesting Leeruitkomst 2
Module 3.1 toets Bodem en bemesting Leeruitkomst 2
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
AgroMBOStudiejaar 1
In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Module 3.1 toets Bodem en bemesting Leeruitkomst 2
Slide 1 - Tekstslide
Op de afbeelding zie je hoe een grondmonster op bouwland wordt genomen. Tot hoe diep wordt bouwland bemonsterd?
A
Tot 10 cm
B
Tot 20 cm
C
Tot 30 cm
D
Tot 40 cm
Slide 2 - Quizvraag
Wat er gebeurt er met de opname van voedingselementen door de plant bij erge droogte?
Slide 3 - Open vraag
Dierlijke mest varieert in samenstelling hiervoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen? geef 3 oorzaken weer.
Slide 4 - Open vraag
Wat is een bodemanalyse en waarom is het belangrijk om een bodemanalyse uit te laten voeren?
Slide 5 - Open vraag
Welke informatie kun je afleiden uit een bodemanalyse? Noem drie factoren die gemeten worden.
Slide 6 - Open vraag
Wat is de pH waarde? Geef ook aan wanneer de pH zuur, neutraal of basisch is.
Slide 7 - Open vraag
Wat kun je afleiden over de nutriëntenbalans van de bodem door middel van een bodemanalyse?
Slide 8 - Open vraag
Wat zijn de belangrijkste voordelen van het gebruik van organische mest voor de bodem?
Slide 9 - Open vraag
Welke negatieve effecten kunnen kunstmest en overbemesting hebben op het bodemleven?
Slide 10 - Open vraag
Hoe beïnvloedt organische mest de biodiversiteit van de bodem (zoals de activiteit van bodemorganismen)?
Slide 11 - Open vraag
Wat is het verschil in werking tussen organische mest en kunstmest voor de bodem?
Slide 12 - Open vraag
Waarom is een juiste pH belangrijk in de bodem?
Slide 13 - Open vraag
Wat is de rol van fosfaat (P) in de groei van een plant, en waarom is het belangrijk voor een gezonde plant?
Slide 14 - Open vraag
Wat is de rol van kalium (K) in de groei van een plant, en waarom is het belangrijk voor een gezonde plant?
Slide 15 - Open vraag
Wat is de rol van magnesium (Mg) in de groei van een plant, en waarom is het belangrijk voor een gezonde plant?
Slide 16 - Open vraag
Wat is de rol van calcium (Ca) in de groei van een plant, en waarom is het belangrijk voor een gezonde plant?
Slide 17 - Open vraag
Welke gevolgen heeft een teveel aan hoofdelementen (zoals fosfaat) uit mest voor het milieu en dieren in de omgeving?
Slide 18 - Open vraag
Wat zijn de hoofdelementen als je het hebt over de bemesting?
Sleep de elementen naar het juiste doel.
wel hoofdelement
geen hoofdelement
Stikstof
Zink
Mangaan
Zwavel
Natrium
Kali
Slide 19 - Sleepvraag
waar
niet waar
N Stimuleert celstrekking
stikstof = NO4+
Nitrificatie zet ammonium om in nitraat
Vlinderbloemigen zorgen voor vervluchtiging van stikstof
Denitrificatie ontstaat bij teveel zuurstof in de bodem
Salpeterstikstof is snel opneembaar voor de plant
Slide 20 - Sleepvraag
Zwavel was in het verleden geen enkel probleem. Op welke wijze kregen we zwavel op het land in het verleden.
Slide 21 - Open vraag
Compost kennen we in twee vormen. Vink de juiste antwoorden aan. (meerdere antwoorden mogelijk)
A
AGF- en GFT-compost
B
GFT- en groentecompost
C
AGF- en Groentecompost
D
GFT- en Groencompost
Slide 22 - Quizvraag
Welke drie processen kunnen de opname van organische mest beïnvloeden?
Slide 23 - Open vraag
Wat wordt bedoeld met het werkings-coëfficiënt van fosfaat en stikstof van de dierlijke mest?
Slide 24 - Open vraag
Beschrijf het verschil tussen organische stof en humus
Slide 25 - Open vraag
Wat is een samengestelde meststof?
A
een meststof die drie van de vier elementen stikstof, kalium, fosfor en zwavel bevat
B
een meststof die drie van de vier elementen stikstof, kalium, fosfor en magnesium bevat
C
een meststof die twee van de vier elementen stikstof, kalium, fosfor en zwavel bevat
D
een meststof die twee van de vier elementen stikstof, kalium, fosfor en magnesium bevat
Slide 26 - Quizvraag
Voor specifieke teelten en om meerdere elementen in 1 strooibeurt te kunnen strooien, kun je kiezen voor een blend. Wat is een blend?
Slide 27 - Open vraag
Hiernaast zie je een strooitabel die kan je gebruiken om te bepalen welke snelheid je moet rijden, welke werkbreedte en welke stand de kunstmeststrooier afgesteld moet worden.
Welke snelheid moet ik rijden en op welke stand moet ik hem afstellen als ik 200 kg fijne korrels wil strooien?
Slide 28 - Open vraag
Bladmeststoffen is ook nog een optie voor bemesting? Hoe werken die en waarom zou je hiervoor kiezen? Kan dit als vervanger van de gewone bemesting?
Slide 29 - Open vraag
Wat is de EC-waarde? Bij welke werkzaamheid is het verstandig om het water te controleren hierop? Wat is het gevaar voor de planten bij een hoge EC-waarde?