Beginsituatie werkvorm voor klas Mark E

Kerntaak 1 Beginsituatie (motorisch)
Wat beschrijf je allemaal?
Wanneer is wat je beschrijft goed?
Waar haal je de informatie vandaan?
Ons doel: De student kan aan het einde van de les(sen) de motorische beginsituatie van één leerlijn/activiteit beschrijven van zijn kerntaak 1 groep.
1 / 8
volgende
Slide 1: Tekstslide
B&LMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 8 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Kerntaak 1 Beginsituatie (motorisch)
Wat beschrijf je allemaal?
Wanneer is wat je beschrijft goed?
Waar haal je de informatie vandaan?
Ons doel: De student kan aan het einde van de les(sen) de motorische beginsituatie van één leerlijn/activiteit beschrijven van zijn kerntaak 1 groep.

Slide 1 - Tekstslide

Zet in de juiste volgorde
1
2
3
4
5
Observeren
Beginsituatie beschrijven
Lesvoorbereiding maken
Lesgeven
Lesdoel(len) formuleren

Slide 2 - Sleepvraag

Wat beschrijf je allemaal in een begin situatie van de groep?

Slide 3 - Open vraag

Beginsituatie
Algemene gegevens van de doelgroep:
- Aantal + verhouding jongens en meisjes
- Leeftijd
3 gedragsaspecten:
- Motorisch
- Cognitief
- Sociaal affectief
De individuele leerlingen (wie vallen er op bij één van deze gedragsaspecten)


 

Slide 4 - Tekstslide

Motorisch gedrag
Cognitief gedrag
Sociaal-affectief gedrag
Kan een nieuwe tikker kiezen
Kan de bal 10 stuiteren
Kan nieuwe regel bedenken
Kan vrijlopen bij lummelen
Werkt samen in een tikspel
Kan met 2 benen tegelijk in de tramp. springen
Kan de bal gooien met techniek bovenhandse strekworp

Slide 5 - Sleepvraag

Beginsituatie
De beginsituatie wordt belangrijker en ook hoe die in beeld te krijgen.

Geschreven beginsituatie moet: 
  • gericht zijn op jou onderdeel
  • concreet geformuleerd
  • bij het juiste gedragsaspect 
  • informatie bevatten uit de observatie


 

Slide 6 - Tekstslide

Deze les focus op motorische beginsituatie
3 kleine doelen:
- Beschrijf uitsluitend motorisch gedrag
- Gebruik opgehaald gegevens uit de observatie
- Voegt specifieke situaties of aantallen toe

In de observatie heb ik gezien dat kinderen bij de bovenhandse strekworp vaak met het juiste been uitstappen. 3 van de 10 kinderen stapt af en toe nog met het been (r/l) gelijk aan de arm waar het mee gooit (r/l). Dit gebeurd vooral als ze snel moeten gooien in een wedstrijd vormpje.

Slide 7 - Tekstslide

Werkvorm
Jullie krijgen een uitgewerkte beginsituatie. We gaan die controleren op een aantal punten:
- Geef alles wat GEEN motorisch gedrag beschrijft een kleur.
- Geef al het motorisch gedrag waarbij duidelijk is dat het uit de observatie komt een andere kleur.
- Onderstreep alles waar je duidelijk leest dat er een specifiek situatie wordt genoemd of aantallen aan toegevoegd zijn.

Slide 8 - Tekstslide