In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Een bijwoord (bw) geeft een tijd, plaats, frequentie,
ontkenning, graad of hoeveelheid aan.
En ook....:)
Voorbeelden: niet, toch, ook, vaak, erg
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.