3M 7.2 Voedselproductie

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startopdracht - Zelfstandig stil

Geef van de volgende invloeden op het milieu een voorbeeld:
1. Vervuiling
2. Aantasting
3. Uitputting






  1. Loop rustig het lokaal binnen en praat zachtjes
  2. Ga zitten op je stoel
  3. Je jas hang je over je stoel
  4. Pak je chromebook, boek, schrift + pen

timer
4:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startopdracht 

Geef van de volgende invloeden op het milieu een voorbeeld:
1. Vervuiling
2. Aantasting
3. Uitputting






Voorbeelden:
1. We gooien plastic flesjes weg, fabrieken lozen afvalwater. in de sloot.
2. We kappen bossen voor landbouwgrond, we bouwen wegen in veenweidegebieden.
3. We verbouwen veel dezelfde gewassen (planten, zoals sla) op een groot stuk grond, we halen zout uit de bodem (zoutwinning)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Leerdoelen
  • Uitleg basisstof 7.2 --> Voedselproductie
  • Video uitstoot methaan door koeien --> 3.5 min. 
  • Video genetische manipulatie --> 1.5 min.
  • Opdrachten maken
  • Afsluiting 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Duurzaam leven

  • 7.1 De mens en het milieu 
  • 7.2 Voedselproductie
  • 7.3 Duurzame landbouw
  • 7.4 Energie
  • 7.5 Klimaatverandering
  • 7.6 Water
  • 7.7 Bodem en afval

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je kunt manieren noemen om een grotere productie van voedsel te verkrijgen.
  • Je kunt beschrijven hoe veredeling en DNA-technieken worden gebruikt om de voedselproductie te vergroten. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Landbouw
Alle activiteiten waarbij milieu wordt aangepast voor voedselproductie.

3 soorten landbouw: 
  • Akkerbouw (planten)
  • Tuinbouw (planten, vaak fruit)
  • Veeteelt (landbouwhuisdieren)

Nodig om alle mensen te voeden.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Akkerbouw
Grote stukken grond (akkers) met 1 soort gewas = monocultuur

Voordelen:
  • Snel en makkelijk bewerken en oogsten. 
  • Hoge voedselopbrengst = lage prijzen. 


Bij akkerbouw en tuinbouw worden er planten verbouwd = voedingsgewassen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Akkerbouw 
Nadelen monocultuur:
  • Zorgt voor uitputting grond
  • Gevoelig voor (insecten)plagen
  • Gevoelig voor schimmels en bacteriën.

Om voedingsgewassen te beschermen gebruiken boeren bestrijdingsmiddelen

Boeren kunnen chemische of biologische bestrijdingsmiddelen gebruiken. 
Biologische is beter voor het milieu.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veeteelt
Landbouwhuisdieren --> koeien, schapen, geiten, kippen, enz.

Intensieve veehouderij (bio-industrie):
  • Voordelen: weinig grond, veel dieren, veel productie.
  • Nadelen: dierwelzijn, mest.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Akkerbouw
Door de monocultuur raakt de grond snel uitgeput.

Gebruik van mest om mineralen in de grond aan te vullen.
  • Organische mest van dieren*
  • Kunstmest

*Afbraak door reducenten -> stikstof
Wat zijn reducenten?
Schimmels en bacterien

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nadelen bemesting
Organische mest van dieren:
--> Bevat ammoniak 
Kunstmest:
--> Productie en transport kost veel energie

Alle soorten mest:
Planten nemen niet alle mineralen op --> verzuring en vermesting

Ammoniak = NH3 =  stikstof + waterstof. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nadelen bemesting
  • Productie en transport  van kunstmest kosten veel energie 
  • Er treedt verzuring en vermesting op doordat niet alle mineralen     worden opgenomen. 
  • Door verzuring worden bomen, planten en waterdieren vatbaarder   voor ziekten. 
  • Bij vermesting komen er te veel mineralen in het oppervlaktewater
  • Het biologisch evenwicht raakt verstoord.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verzuring
Gevolgen:
  • Wortelharen beschadigen
  • Kalktekort
  • Afname biodiversiteit:
Zeldzame soorten sterven uit

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. toename algen en kroos
2. water troebel.  Licht wordt tegengehouden. Bodemplanten sterven 
3. roofvissen kunnen prooi niet meer zien en sterven
4.  afname watervlo, toename algen
 5. algen leven kort en sterven.  Veel reducenten. Weinig zuurstof, veel CO2. Geen leven mogelijk
waterbloei

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bodembewerking
Door ploegen en eggen komt er meer zuurstof in de bodem voor de reducenten
Ook kunnen planten dan water en mineralen beter opnemen en de plantenwortels kunnen beter in de bodem doordringen. 

Sommige akkerbouwers doen
dit niet om het bodemleven
niet te verstoren. Dat noem je
niet-kerende grondbewerking.
Ploegen = Een grondbewerking waarbij het werktuig, de ploeg, de grond losmaakt. 
Eggen = Met een land- en tuinbouwwerktuig worden grove kluiten aarde fijn gemaakt. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhogen voedselproductie
De voedselproductie wordt hoger door gebruik te maken van    voedingsgewassen met gunstige erfelijke eigenschappen

Het gewas kan die eigenschappen 
krijgen door veredeling en 
door genetische modificatie.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veredeling

Veredeling begint met de selectie van planten met gunstige 
eigenschappen. Dat noem je kunstmatige selectie, omdat de selectie  plaatsvindt door mensen.
 
Een veredelaar kruist deze individuen tot er 
planten uitkomen met een 
combinatie van gunstige eigenschappen
Deze soort wordt dan in productie genomen.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veredeling

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genetische modificatie
  • Door genetische modificatie wordt een gen van de ene plant toegevoegd aan de erfelijke informatie van de andere plant.  Bv. aardappels kweken die resistent zijn tegen ziekten. 
  • Een genetisch gemodificeerd organisme noemen we een transgeen.

Sommige mensen zijn bang dat dit

gevaarlijk is. Er is in NL een vergunning 
nodig en staat op het etiket. 


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Wat is nu genetische modificatie / manipulatie?

- A 
- B
- C
- D 
Intensieve veehouderij
  • Veel dieren en weinig ruimte
  • Krachtvoer met veel energierijke stoffen voor zoveel mogelijk groei/opbrengst.
  • Veredeling (= fokken) om bv. meer melkproductie te krijgen bij koeien --> dieren met een goede opbrengst met elkaar kruisen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunstmatige inseminatie (ki)

Bij kunstmatige inseminatie wordt sperma van een stier met gunstige eigenschappen opgevangen en in de baarmoeder van een koe ingebracht. 
In-vitrofertilisatie (ivf)

Buiten de baarmoeder 
bevruchten zaadcellen de eicellen, waarna het klompje cellen in de baarmoeder van draagkoeien wordt ingebracht. 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Biologische landbouw
Probeert het milieu zo veel mogelijk te besparen

Biologische gewasbestrijding
Geen monoculturen
Kleine stukken grond afgewisseld

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk

Lezen 7.2
Maken opdracht 1, 2 
en 4 t/m 8







Slide 26 - Tekstslide

Klaar: puzzel laten maken
Startvragen
1. Waarom is vlees eten niet duurzaam?



Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startvragen
1. Waarom is vlees eten niet duurzaam?

Antwoord:
Voor veeteelt is veel veevoer nodig. Daarvoor is veel landbouwgrond nodig. Het gebruik van landbouwgrond zorgt voor vervuiling en uitputting van het milieu.

Slide 28 - Tekstslide

Extra vraag: Waarom is voor veevoer veel landbouwgrond nodig?