BSR 24/3 1tb Lezen §5 Alinea's en kernzinnen

  • Verder in je leesboek!
    * Gebruik de laatste minuut om te noteren wat je hebt gelezen (steekwoorden).
§5 Alinea's en kernzinnen
Startopdracht:
timer
10:00
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

  • Verder in je leesboek!
    * Gebruik de laatste minuut om te noteren wat je hebt gelezen (steekwoorden).
§5 Alinea's en kernzinnen
Startopdracht:
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

  • Je kunt de kernzinnen van alinea's bepalen.
  • Je kunt zelf een alinea schrijven met een eigen kernzin.
Lesdoelen

Slide 2 - Tekstslide

In deze les:
  • Herhaling periode 1.
  • De uitleg van Lezen paragraaf 5 behandelen.
  • Oefenen met het herkennen van
    alinea's en kerzinnen.
  • Aan het werk.
  • Gezamenlijk afronden.

Slide 3 - Tekstslide

Heb je graag veel vrienden, of is één goede vriend genoeg?

Slide 4 - Tekstslide

Er volgen nu wat herhalingsvragen

Slide 5 - Tekstslide

Wat voor indeling heeft een tekst bijna altijd?

Slide 6 - Open vraag

Welke leesstrategieën zijn er?

Slide 7 - Open vraag

Welke vraag kun je stellen om het onderwerp van de tekst te bepalen?

Slide 8 - Open vraag

Welke vraag kun je stellen om de hoofdgedachte van een tekst te bepalen?

Slide 9 - Open vraag

Tekstdoelen en tekstsoorten
(paragraaf 4)

Slide 10 - Woordweb

Wat is het tekstdoel van een tekst waarin verteld wordt hoe je iets moet doen?
A
amuseren
B
activeren
C
instrueren
D
overtuigen

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het tekstdoel van een tekst waarbij de schrijver je wilt vermaken?
A
amuseren
B
activeren
C
instrueren
D
overtuigen

Slide 12 - Quizvraag

Wat is het tekstdoel van een nieuwsbericht?
A
amuseren
B
informeren
C
instrueren
D
overtuigen

Slide 13 - Quizvraag

Iedere schrijver heeft een schrijfdoel. Bij elk schrijfdoel horen verschillende tekstsoorten. Sleep het juiste doel naar de bijbehorende tekstsoort.
Activeren
Amuseren
Overtuigen
Informeren

Slide 14 - Sleepvraag

Alinea's en kernzinnen
Cursus 1, §5. Bladzijde 32-33

Slide 15 - Tekstslide

Alinea's en kernzinnen
Teksten zijn verdeeld in alinea's.
Een alinea bestaat uit een aantal zinnen dat bij elkaar hoort, omdat ze over hetzelfde deelonderwerp gaan.

De belangrijkste informatie uit een alinea staat in de kernzin. Dat is vaak de eerste zin en soms de laatste. In de rest van de alinea staat dan vaak meer informatie of voorbeelden (bijzaken).

Slide 16 - Tekstslide

Voorbeeld
Er zijn in Nederland verschillende nieuwsmedia voor jongeren. Iedereen kent het NOS Jeugdjournaal, dat al ruim 35 jaar goed en slecht nieuws in de huiskamer brengt voor kinderen tussen grofweg 9 en 13 jaar oud. Daarnaast is er sinds 2003 het nieuwsweekblad Kidsweek, voor 7- tot 12-jarigen. In 2009 kwam daar 7Days bij (12-18 jaar).

In de zinnen na de kernzin worden voorbeelden genoemd.

Slide 17 - Tekstslide

Een kernzin is dus een hoofdzaak. Na de kernzin komt dus...
A
Een bijzaak
B
nog een hoofdzaak

Slide 18 - Quizvraag

Hoofdzaak
Bijzaak
Belangrijk
Kernzin
Kan weggelaten worden
Bijzaak

Slide 19 - Sleepvraag

Daarvoor kun je het beste op tijd beginnen met het leren van de moeilijke woorden en het huiswerk voor leesvaardigheid keurig bijhouden. Daarnaast is veel (online) oefenen met spelling aan te raden.
Sleep het woord 'kernzin' naar de kernzin van bovenstaande alinea. Sleep het woord 'bijzaak' naar de bijzaak in bovenstaande alinea.
Als je een voldoende wilt halen voor de eindtoets, moet je je goed voorbereiden. 
Zo kun je gratis oefenen via cambiumned.nl.
kernzin
bijzaak

Slide 20 - Sleepvraag

Slide 21 - Tekstslide

Wat is de kernzin van alinea 1?
A
De eerste zin
B
De tweede zin
C
De derde zin

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de kernzin van alinea 2?
A
De eerste zin
B
De tweede zin

Slide 23 - Quizvraag

Wat is in deze alinea de kernzin?

Slide 24 - Open vraag

Wat is in deze alinea de kernzin?

Slide 25 - Open vraag

Wat is in deze alinea de kernzin?

Slide 26 - Open vraag

Waaraan kun je een alinea herkennen?

Slide 27 - Woordweb

Omschrijf in je eigen woorden wat een kernzin in (en waar je deze vaak kunt vinden).

Slide 28 - Open vraag

(Ver)werken
Wat?
Cursus 1.5 Alinea's en kerzinnen.
Opdracht 1 t/m 3 op blz. 32-33.
Hoe?
Keuze: zelfstandig of in tweetallen.

Hulp
De 4 B's en het oogje.

Tijd
Timer.

Klaar?
Verder in je leesboek!

timer
15:00

Slide 29 - Tekstslide

  • Je kunt het verschil herkennen tussen activerende, amuserende, informerende, instruerende en overtuigende teksten.
  • Je kunt schrijven (en spreken) met een herkenbaar doel.

Lesdoelen

Slide 30 - Tekstslide

Tekstdoelen en tekstsoorten
Amuseren
Informeren
Overtuigen
Activeren

Slide 31 - Sleepvraag

Vul in:
De belangrijkste informatie van een                                staat in de                            . Vaak is dat de eerste, tweede of laatste zin van de alinea. In de zinnen ervoor of erna staat een voorbeeld of een verdere uitleg. 
timer
0:45
hoofdgedachte
kernzinnen
alinea
kernzin
kernzin

Slide 32 - Sleepvraag

Neem deel onze LessonUp klas
Wat kun je hier vinden?
  • LessonUps
  • Video's
  • Handige websites 

Klassencode
1tna: ioaqf
1bka: grqeb

Slide 33 - Tekstslide