De ontkenning/La négation

Le but de la leçon (leerdoel van deze les)
De Ontkenning; in het Nederlands ; niet/geen ; Ik hou niet van brood

À la fin de la leçon(einde van deze les) ken/kun je:

--> de ontkenning herkennen in het Frans
--> de ontkenning toepassen in het Frans
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Le but de la leçon (leerdoel van deze les)
De Ontkenning; in het Nederlands ; niet/geen ; Ik hou niet van brood

À la fin de la leçon(einde van deze les) ken/kun je:

--> de ontkenning herkennen in het Frans
--> de ontkenning toepassen in het Frans

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Tekstslide

een ezelsbruggetje om de vorm van de ontkenning in het Frans te onthouden.
Een ezelsbruggetje om de vorm van de ontkenning in het Frans te onthouden.
                                 EEN HAMBURGER





Slide 4 - Tekstslide

Een ezelsbruggetje om de vorm van de ontkenning in het Frans te onthouden.
                   LES LUNETTES/DE BRILLEN

Slide 5 - Tekstslide

Stappenplan ontkenning (noteer in je schrift)
Stap 1:  zoek de persoonsvorm
Stap 2: zet ne ervoor en pas erachter.
Stap 3: controleer of je persoonsvorm begint met een klinker'/ stomme 'h, zo ja verander de ne in n'

Let op: c'est wordt --> ce n'est pas

Slide 6 - Tekstslide

Dit zijn de 5 vormen van de ontkenning met de vertalingen.
1.  niet/geen = ne .... pas
2. niet meer = ne ..... plus 
3. niets = ne ..... rien
4. nooit = ne ..... jamais

Slide 7 - Tekstslide

Twee praktische tips:
Tip 1: het vinden van de persoonsvorm.
Om de persoonsvorm te vinden: zoek naar:
- namen
- woorden als: je/tu/il/elle/on/nous/vous/ils/elles
De persoonsvorm staat hier direct achter!

Tip 2: overzicht tijdens toets.
Als je op de toets de persoonsvorm onderstreept, maak je het voor jezelf overzichtelijk waar de ontkenning moet komen te staan.

Slide 8 - Tekstslide

Maak ontkennend met ne.... pas :
 Je travaille.  
ne'
pas
travaille
je

Slide 9 - Sleepvraag

Wat is de ontkenning van:
''Elles travaillent au marché''.
A
Elles pas travaillent au ne marché.
B
Elles ne travaillent au marché pas.
C
Elles n´ travaillent pas au marché.
D
Elles ne travaillent pas au marché.

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de ontkenning van:
''Vous mangez les fruits?''
A
Vous ne mangez les pas fruit?
B
Vous ne mangez pas les fruit?
C
Vous pas mangez ne les fruit?
D
Vous ne pas mangez les fruit?

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de ontkenning van:
J´aime la glace.
A
J´aime pas ne la glace.
B
J´aime ne la pas glace.
C
Je n´aime pas la glace.
D
J´aime ne la glace pas.

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de ontkenning van:
''Paul habite à Paris''.
A
Paul habite à Paris
B
Paul n'habite pas à Paris.
C
Paul ne habite pas à Paris.
D
Paul ne habite à pas Paris

Slide 13 - Quizvraag

Maak de zin ontkennend.
Tu adores les crêpes.

Slide 14 - Open vraag

Begrijp jij de ontkenning in het frans ?
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

Au travail (aan het werk)
Maak opdracht 16 b en 16d.(a) p.123 et 124
Klaar:  oefen voor de spreektoets(oefenmaterial : spreekvaardigheid)

Slide 16 - Tekstslide