Nieuw Nederlands KGT 2 Thema A Water

Welkom!
Op tafel heb je liggen:
  • Laptop: klaar om van start te     gaan. (Magister -> Leermiddelen -> Nieuw Nederlands klas 2 KGT)

  • Boek Nieuw Nederlands
  • Schrift met etui
  • Ga naar www.lessonup.app
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Op tafel heb je liggen:
  • Laptop: klaar om van start te     gaan. (Magister -> Leermiddelen -> Nieuw Nederlands klas 2 KGT)

  • Boek Nieuw Nederlands
  • Schrift met etui
  • Ga naar www.lessonup.app

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen dit jaar?
Periode 1 V
Periode 2
Periode 3
Cursus 1 Meer dan lezen
Thema C Kunst
Thema A Water
Cursus 7 Spelling 
Cursus 5 Woordsoorten
Cursus 3 Fictie
2x een SO
Eindproduct: Recensie
Eindproduct: Lapbook
1x een PW
Eindproduct: Discussie
Eindproduct: Mondeling
1x een SO
1x een SO
Lezen Password
Lezen Password
Schrijfopdracht Password

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?
Leer doel: Je leert een woordweb gebruiken om woorden te groeperen. 

  • Toets week nabespreken
  • Start Thema A Water 
  • Tijd over? Start met het huiswerk
  • Afsluiten

Slide 3 - Tekstslide

§ 1    Nederland waterland
Vind jij het leuk om te suppen of te zwemmen?
Nederland is een echt waterland.
Vaak zien we water als iets positiefs, maar het heeft ook negatieve kanten, zoals overstromingen of watertekorten door droogte. In dit thema maak je kennis met allerlei onderwerpen die met water te maken hebben en leer je hoe belangrijk water is voor Nederland en voor de mensen en dieren die daar leven. Uiteindelijk gebruik je die informatie om een lapbook te maken.

Slide 4 - Tekstslide

§ 2 Woordweb maken
Met een woordweb kun je voor jezelf duidelijk maken welke woorden met elkaar te maken hebben. Het woord midden in het woordweb is het belangrijkst. Daaromheen staan andere woorden die met dat centrale woord te maken hebben. Je kunt de betekenis van een woord in een woordweb ook verduidelijken met bijvoorbeeld een tegenstelling, een synoniem of een zin waarin het woord gebruikt wordt.

Een goede woordenschat = een goed woordweb

Slide 5 - Tekstslide

Cursus 1 ~ § 2 Onbekende woorden
Als je in een tekst een onbekend woord tegenkomt, kijk dan eerst of je de betekenis uit de tekst kunt halen. Gebruik hiervoor een woordraadstrategie
Je hebt hiervoor de volgende manieren al geleerd: een synoniem, een omschrijving en een voorbeeld zoeken.

Slide 6 - Tekstslide

Cursus 1 ~§ 2 Onbekende woorden
Je leert nu twee nieuwe woordraadstrategieën.


1. Een tegenstelling zoeken
Je kunt de betekenis van een onbekend woord soms vinden doordat er in de tekst een tegenstelling van dat woord staat. Een tegenstelling is een woord dat precies het tegenovergestelde betekent.
Bijvoorbeeld: boven ↔ onder; hoog ↔ laag; veilig ↔ gevaarlijk; klassiek ↔ modern.

Slide 7 - Tekstslide

Cursus 1 ~ § 2 Onbekende woorden
Zo zoek je een tegenstelling
Let in de tekst op de woorden maar, echter, toch, daarentegen
Aan deze woorden kun je zien dat er een tegenstelling in de tekst staat.
Nieuwe games zijn vaak prijzig, maar in de uitverkoop zijn ze goedkoop.
Het woord prijzig is een tegenstelling van goedkoop. Prijzig betekent dus duur.

Slide 8 - Tekstslide

Cursus 1 ~ § 2 Onbekende woorden
2. Een bekend woorddeel zoeken

Als je de betekenis van een woord niet kent, kun je op zoek gaan naar een bekend deel in dat woord. Deze strategie kun je toepassen bij woorden die zijn samengesteld uit twee of meer woorden, bij woorden met een voorvoegsel en bij woorden met een achtervoegsel.

Slide 9 - Tekstslide

Cursus 1 ~ § 2 Onbekende woorden
Zo zoek je een bekend woorddeel

  • Kijk welke delen van het woord jij al kent. Bijvoorbeeld:
    - Inkoopmedewerker. Je kent het woord inkoop en het woord medewerker. Een inkoopmedewerker is dus iemand in het                bedrijf die meehelpt met de inkoop.

  • Kijk of er een voorvoegsel voor het woord staat, bijvoorbeeld: on-, her-.
       Bijvoorbeeld:
       – ongezond. Je weet dat on- hetzelfde is als niet of zonder. Ongezond betekent dus niet gezond.
       – hergebruiken. Je weet dat her- opnieuw betekent. Hergebruiken betekent dus opnieuw gebruiken.

  • Kijk of er een achtervoegsel achter het woord staat, bijvoorbeeld: -vol, -loos, -rijk.
       – naamloos. Je weet dat -loos hetzelfde is als zonder. Naamloos betekent dus dat iets zonder naam is, het heeft geen naam.

Slide 10 - Tekstslide

Aan de slag met het
huiswerk

Leer doel:
Je leert een woordweb gebruiken om woorden te groeperen. 

Thema A Water
§ 2 Woordweb  
opdrachten 
1 t/m 5


Slide 11 - Tekstslide

Fijne dag & tot de volgende les!
Pak je tas weer in &
blijf zitten tot de bel gaat.

Slide 12 - Tekstslide