Erfelijkheid en evolutie introductieles

Erfelijkheid en evolutie introductieles
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Erfelijkheid en evolutie introductieles

Slide 1 - Tekstslide

LEERDOELEN
1 Je kunt de verschillen uitleggen tussen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting.
2 Je kunt benoemen dat alle cellen van je lichaam dezelfde erfelijke informatie bevatten.
3 Je kunt uitleggen wat genotype en fenotype zijn.
4 Je kunt de verschillen benoemen tussen mitose en meiose.
5 Je kunt benoemen dat soorten verwant zijn als ze een gemeenschappelijke voorouder hebben.

Slide 2 - Tekstslide

Over welk type voortplanting gaat de zin?
Twee geslachtscellen versmelten.
A
geslachtelijke voortplanting
B
ongeslachtelijke voortplanting
C
beide

Slide 3 - Quizvraag

Over welk type voortplanting gaat de zin?
Er vindt bevruchting plaats.
A
geslachtelijke voortplanting
B
ongeslachtelijke voortplanting
C
beide

Slide 4 - Quizvraag

Over welk type voortplanting gaat de zin?
De nakomelingen hebben dezelfde erfelijke eigenschappen als de ouders.
A
geslachtelijke voortplanting
B
ongeslachtelijke voortplanting
C
beide

Slide 5 - Quizvraag

Over welk type voortplanting gaat de zin?
De nakomelingen hebben verschillende erfelijke eigenschappen.
A
geslachtelijke voortplanting
B
ongeslachtelijke voortplanting
C
beide

Slide 6 - Quizvraag

Bij welk nummer hoort
bevruchte eicel?

A
1
B
3
C
4
D
5

Slide 7 - Quizvraag

Bij welk nummer hoort
celkern?

A
1
B
3
C
4
D
5

Slide 8 - Quizvraag

Bij welk nummer hoort
bevruchte eicel?

A
1
B
3
C
4
D
5

Slide 9 - Quizvraag

Welk woord hoort bij
nummer 1?

Slide 10 - Woordweb

In deze cel komen de chromosomen enkelvoudig voor (12 letters)

Slide 11 - Open vraag

Mannelijk geslachtschromosoom
(1 letter).

Slide 12 - Open vraag

Lange dunne ‘draden’ in de celkern
(11 letters).

Slide 13 - Open vraag

Stof die de informatie bevat voor erfelijke eigenschappen (3 letters).

Slide 14 - Open vraag

De stukjes DNA die samen de erfelijke informatie bevatten voor een erfelijke eigenschap (3 letters).

Slide 15 - Open vraag


Slide 16 - Open vraag

Een andere naam voor de gewone celdeling is (1). Een andere naam voor de reductiedeling is (2)
A
1 mitose 2 meiose
B
1 meiose 2 mitose

Slide 17 - Quizvraag

Bij de reductiedeling worden
...... gevormd.
A
lichaamscellen
B
geslachtscellen

Slide 18 - Quizvraag

Bij de gewone celdeling worden
......... gevormd.
A
lichaamscellen
B
geslachtscellen

Slide 19 - Quizvraag

In de dochtercellen komen de chromosomen in paren voor
A
mitose
B
meiose

Slide 20 - Quizvraag

Eerst gaan de chromosomen van elk paar uit elkaar en daarna de DNA-ketens van elk chromosoom.
A
mitose
B
meiose

Slide 21 - Quizvraag

Het doel van deze celdeling is de vorming van nieuwe cellen voor groei, vervanging en herstel.
A
mitose
B
meiose

Slide 22 - Quizvraag

Welke gemeenschappelijke
voorouder leefde het
kortst geleden?
A
Lynx en de huiskat
B
Bengaalse kat en de huiskat

Slide 23 - Quizvraag

Welke katachtige is het
meest verwant aan
de huiskat?
A
Poema
B
Bengaalse kat
C
Lynx

Slide 24 - Quizvraag

Welke katachtige is het
minst verwant aan
de huiskat?
A
Poema
B
Bengaalse kat
C
Lynx

Slide 25 - Quizvraag

Hoe meer het DNA van twee soorten overeenkomt, hoe ....... geleden hun gemeenschappelijke voorouder leefde.
A
korter
B
langer

Slide 26 - Quizvraag

Van welke katachtige komt
het DNA het meest
overeen met dat
van de lynx?
A
Poema
B
Bengaalse kat
C
Lynx

Slide 27 - Quizvraag