Grammatica woordsoorten les 3: zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord

Grammatica woordsoorten les 3: zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
Welkom 1hvf,
Volg het stappenplan, dan maken we er een goede les van!
Stap 1: Pak je schrift, boek, leesboek en laptop
Stap 2: Log in bij LessonUp met je eigen naam.
Stap 3: Beantwoord de vraag uit het nieuws:  In Eindhoven kon je op een speciale manier het liedje: The final countdown zingen. Hoe? 
A) Er stond de hele dag dat liedje op.
B) De verkeersborden deden de tekst
C) Er stond een groot billboard op met de tekst.
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Grammatica woordsoorten les 3: zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
Welkom 1hvf,
Volg het stappenplan, dan maken we er een goede les van!
Stap 1: Pak je schrift, boek, leesboek en laptop
Stap 2: Log in bij LessonUp met je eigen naam.
Stap 3: Beantwoord de vraag uit het nieuws:  In Eindhoven kon je op een speciale manier het liedje: The final countdown zingen. Hoe? 
A) Er stond de hele dag dat liedje op.
B) De verkeersborden deden de tekst
C) Er stond een groot billboard op met de tekst.

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  1. Je kunt het zelfstandig werkwoord (zww) en het hulpwerkwoord (hww) herkennen in een zin.
  2. Aan het einde van de les kun je een zin taalkundig benoemen met: blw, olw, zn, bn, vz, zww en hww

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
1. Lezen + uitdelen fictieopdracht
2. Herhaling: blw, olw, zn, bn, vz
3. Uitleg: zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
4. Oefenen
5. Huiswerk: Werkblad zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord

Slide 3 - Tekstslide

Lezen
Let op: 3 april moet het leesboek uit zijn.
10 april lever je je dossier in met de fictieopdracht
timer
10:00

Slide 4 - Tekstslide

Herhaling: blw, olw, zn, bn, vz 
Noteer van de onderstaande zinnen: blw, olw, zn, bn en vz.
Als een woordsoort er niet in zit, doe je een X

1. Wiskunde is een leuk vak, maar biologie is toch interessanter.
2. De stoere kickbokser kocht een gloednieuwe paarse scooter voor zijn Amerikaanse vriendin. 

Slide 5 - Tekstslide

Antwoorden: zin 1
Wiskunde is een leuk vak, maar biologie is toch interessanter.
blw= x
olw= een
zn = wiskunde, vak, biologie
bn= leuk, interessanter
vz= x

Slide 6 - Tekstslide

Antwoorden zin 2
 De stoere kickbokser kocht een gloednieuwe paarse scooter voor zijn Amerikaanse vriendin. 
blw= de
olw= een
zn= kickbokser, scooter, vriending
bn= stoere, gloednieuwe, paarse, Amerikaanse
vz= voor

Slide 7 - Tekstslide

Uitleg: zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
Zelfstandig werkwoord (zww): het belangrijkste werkwoord in de zin.
Als een zin maar één werkwoord heeft, dan is dat het zelfstandig werkwoord.

Heeft een zin meerdere werkwoorden, kijk dan waar de zin om draait: gaat het om het ene werkwoord of toch het andere werkwoord?

Hulpwerkwoord( hww): Komen alléén voor in zinnen met meerdere werkwoorden. Ze helpen om het gezegde te maken.

Hulpwerkwoorden zijn vaak vormen van: kunnen, zullen, hebben, zijn, worden en mogen.
Voorbeeld: Ik zou een cadeau hebben gekocht.  



Slide 8 - Tekstslide

Benoem van de volgende zin de werkwoorden (zww of hww): De fiets wordt door mijn broer gerepareerd.

Slide 9 - Open vraag

Benoem van de volgende zin de werkwoorden (zww of hww): Vanmorgen zou de favoriete Nederlandse coureur de Grand Prix van Monaco moeten hebben gewonnen.

Slide 10 - Open vraag

Vooruitblik volgende lessen
27 maart: Boek B meenemen: persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord.
31 maart: aanwijzend en vragend voornaamwoord
3 april: boek uit
7 april: oefenen + fictieopdracht maken
10 april: inleveren fictieopdracht + oefentoets
14 april: toets grammatica woordsoorten
Na de meivakantie: boek 4: 12 +

Slide 11 - Tekstslide