6.4 Noordelijk bezoek RZ

6.4 Noordelijk bezoek
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

6.4 Noordelijk bezoek

Slide 1 - Tekstslide

6.4
Noordelijk bezoek.
Op tafel: Ipad, schrift voor aantekeningen GS + pen!

Slide 2 - Tekstslide

Routeplanner
  • Klassenlijst
  • HW opdrachten nabespreken
  • Nieuwe paragraaf
  • Vakvaardigheid betrouwbaarheid bronnen
  • Huiswerkopdrachten = vooral opdracht 7, volgende week bespreken

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Hier zie je een hele bekende schoolplaat over de Vikingen. Kun jij alle onderdelen vinden? 
Plunderaar met helm
Loopplank
Drakekop
Zeil
Muzikant
Plundering/brand

Slide 5 - Sleepvraag

Leerdoelen deze les: 
  • Je kunt voorbeelden geven van de invloed van de Noormannen op Noord-Europa.
  • Je kunt verschillende voorbeelden geven waarom de plunderingen van de Noormannen in de elfde eeuw afgenomen zijn.
  • Je kunt de betrouwbaarheid van bronnen controleren aan de hand van auteur, inhoud en tijd.

Slide 6 - Tekstslide

Wat weet je van de
Noormannen?

Slide 7 - Woordweb

Slide 8 - Video

Noormannen
  • 800 n.C. invallen in EU vanaf zee
  •  de meest fantastische verhalen en mythen gaan over de Noormannen rond
  • barbaarse geweldplegers, waar?
  • Oorspronkelijk kwamen zij uit de Scandinavische landen. Een deel van hen wordt ook wel Vikingen genoemd.

Slide 9 - Tekstslide

Vikingen
  • De Vikingen of Noormannen waren een Germaans volk, net als de Friezen.

  • De Vikingen waren echter niet 
    " bekeerd" (gekerstend)  tot het Christendom, maar geloofden in de Germaanse goden.

Slide 10 - Tekstslide

Germaanse/Noorse Mythologie
  • De mensen in noord Europa geloofden in goden met de namen Wodan/Odin en Donar/Thor en nog vele andere.

  • Wij vieren nu kerst en andere feesten op de momenten dat deze mensen hun religieuze feesten vierden.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

  • 'Vik' betekent zoiets als fjord.
  • De Vikingen in  Noorwegen woonden bij fjorden.
  • 'Fjord' is een oude Vikingterm die ook wel betekent 'waar je doorheen reist'

Slide 14 - Tekstslide

Dit is GEEN viking helm
Ze dronken NIET uit de schedels van hun vijanden
Feitjes/weetjes: 

Slide 15 - Tekstslide

Dit is een vikinghelm

Slide 16 - Tekstslide

Nog een feitje/weetje:
  • Vikingen hielden van lange baarden.

  • Deze verzorgden ze goed.

  • Soms versierden ze de baarden en hadden ze er vlechten in.

Slide 17 - Tekstslide

Noormannen
  • Rond het jaar 900 vertrekken de Noormannen (of Vikingen) vanuit Scandinavie.

  • De Vikingen hebben erg goede schepen.

  • Ze gebruikten hun schepen om handel te drijven, maar ook om op rooftocht te gaan.
De Vikingen geloofden dat ze in het Walhalla (de Vikinghemel) kwamen als zij dapper vochten. Sterven in de strijd was de hoogste mogelijke eer.
Valt het je ook op dat de Vikingen op de afbeelding helmen zonder hoorns dragen... Dat komt omdat de hoorns er later bij bedacht zijn, in het echt hadden ze dat helemaal niet!

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

De schepen van de Noormannen

Slide 20 - Tekstslide





Schepen
Om te reizen bouwden de Vikingen goede schepen, de bekendste is het langschip. Dit schip was snel en licht, en geschikt voor handel en oorlog. Ze konden met die schepen goed op de zee en goed op de rivieren varen, een groot voordeel!
Op de voorkant werd vaak uit hout een draken- of slangenkop gesneden om tegenstanders bang te maken en boze geesten te verjagen.

Slide 21 - Tekstslide

Karvi 15 meter 13 roeiplaatsen
Snekkja 17 meter 16 roeiplaatsen

Slide 22 - Tekstslide

Skeid 30 meter
Drakkar 30 roeiplaatsen

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Koloniseren
  • Snelle groei bevolking Scandinavië, veel tekorten
  •  Daarom koloniseerden zij in 874 IJsland en in 985 Groenland om boer te worden
  • maar....

Slide 25 - Tekstslide

Plundertochten
  • Elke zomer tussen 800 en 900
  • Door heel Europa
  • Weinig weerstand
  • Veel schatten

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Karel de Grote komt in conflict met de Noormannen:

  • 1. zijn vijanden, de Saksen, waren vrienden van de Noormannen.
  • 2. De Noormannen wilden de rijkdommen uit zijn gebied veroveren.
  • 3. De Noormannen wilden zich niet bekeren tot het Christendom.


Slide 29 - Tekstslide

Vanaf de 11e eeuw minder plunderingen, want:
  • de Noormannen vermengden zich met de plaatselijke bevolking.
  • de Noormannen bekeerden zich tot het Christendom.
  • de Noormannen sloten verdragen met de vorsten in Europa (Normandië in leen)
  • In 911 een vredesverdrag tussen de West-Frankische koning Karel de Eenvoudige en de Noorman Rollo. De Franse streek Normandië aan de Noormannen in leen in ruil voor einde aan de plundertochten.

Slide 30 - Tekstslide

Vikingen/Noormannen
Kenmerken:
  • Denemarken, Zweden, Noorwegen
  • Kleine dorpjes.
  • Goede boten.
  • Voedseltekort in Scandinavië.
  • Handel en oorlog.
  • Walhalla.

Slide 31 - Tekstslide

Betrouwbaarheid bronnen: 
  • Als historicus gebruik je bronnen om het verleden te onderzoeken. Belangrijk is dat je deze bronnen op waarde kunt schatten. Niet alle bronnen zijn even betrouwbaar, bijvoorbeeld omdat mensen overdrijven of dingen weglaten. Hoe weet je welke bronnen wel en niet betrouwbaar zijn?
  • Wanneer? Een bron is betrouwbaar als de auteur betrouwbaar is, de tekst of inhoud betrouwbaar is en de tijd betrouwbaar is.
Vakvaardigheid: 

Slide 32 - Tekstslide

Hoe en wat betrouwbaarheid:
  • Auteur: Wie heeft de bron geschreven? Is deze persoon onafhankelijk en objectief of heeft hij er belang bij iets mooier of slechter uit te beelden?
  • Tekst/Inhoud: Wat staat er in de bron of wat is er te zien op de afbeelding? Klopt dit met wat je geleerd hebt? Zijn het vooral meningen of feiten?
  • Tijd: Is de bron afkomstig van een ooggetuige of is het pas later opgeschreven?

  • Vervolgens moet je goed uit kunnen leggen wat je conclusie is, argumenteren noemen we dat

Slide 33 - Tekstslide

Betekenis: 
  • Onafhankelijk: je zit nergens of aan niemand vast
  • Objectief: alleen letten op feiten
Feit versus mening:
  • Feit = iets dat vast staat 
  • Mening = iets wat iemand ergens van vindt


Slide 34 - Tekstslide

Hoe zag een viking eruit? Sleep het plaatje naar het juiste vak,
Verzonnen / niet waar 
Feit / waar

Slide 35 - Sleepvraag

Stripboeken
De serie Vikings

Slide 36 - Tekstslide

De Vikingen kwamen van IJsland.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 37 - Quizvraag

Waarom was het voor de Vikingen makkelijk om kloosters te veroveren?

Slide 38 - Open vraag

Geef twee redenen waarom de verteller niet meer ging veroveren.

Slide 39 - Open vraag

Wijs het juiste leefgebied van de Vikingen aan op de kaart.

Slide 40 - Sleepvraag

Sleep de afbeeldingen naar het juiste vak. Kies of de afbeelding een oorzaak of gevolg is van de komst van de vikingen.
                         
Oorzaak
Gevolg

Slide 41 - Sleepvraag

Welke landen hebben de Vikingen allemaal ontdekt?
A
Walhalla - IJsland - Amerika
B
IJsland - Groenland - Amerika
C
Walhalla - IJsland - Groenland
D
Walhalla - Groenland - Amerika

Slide 42 - Quizvraag

Leerdoelen deze les: 
  • Je kunt voorbeelden geven van de invloed van de Noormannen op Noord-Europa.
  • Je kunt verschillende voorbeelden geven waarom de plunderingen van de Noormannen in de elfde eeuw afgenomen zijn.
  • Je kunt de betrouwbaarheid van bronnen controleren aan de hand van auteur, inhoud en tijd.

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Video

Slide 45 - Video

Huiswerk
Maken van 6.4 Noordelijk bezoek
Vragen 1 t/m 7, waarvan 6 en 7 extra zorgvuldig, nabespreken in de les! 

Slide 46 - Tekstslide