Thema 2 - BS 4, het verteringsstelsel

Thema 2 - BS 1, voedingsmiddelen
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Thema 2 - BS 1, voedingsmiddelen

Slide 1 - Tekstslide

Welkom 
  • Aanwezigheid
  • Wat weten we nog van de vorige les?  

Slide 2 - Tekstslide

Brandstoffen
Bouwstoffen
Beschermende stoffen
Reservestoffen

Slide 3 - Sleepvraag

Herhaling BS 1 en 2
Combineer de functies van voedingsstoffen met de juiste omschrijving. 
Brandstoffen
Bouwstoffen
Reservestoffen
Beschermende stoffen
Zorgen ervoor dat je niet ziek wordt
Niet direct nodig, worden opgeslagen in lichaam
Leveren energie, nodig voor verbranding
Nodig voor groei, ontwikkeling en herstel bij schade, om nieuwe cellen en weefsels te maken

Slide 4 - Sleepvraag

T2, BS 4 - het verteringsstelsel  

Lesdoel: 
Na deze les kan je in eigen woorden uitleggen hoe het verteringsstelsel werkt en welke organen een belangrijke rol spelen bij de vertering van voedsel. 

Slide 5 - Tekstslide

0

Slide 6 - Video

Samen lezen 
Blz. 79 t/m 87

Slide 7 - Tekstslide

Opdrachten
Hoe? 
In stilte 
Met wie? 
Zelfstandig
Hulp?
Eerste 10 minuten zelfstandig, daarna loop ik rond 
Klaar?
Nakijken!
Wat?
Vanaf Blz. 79, opdr. 1 t/m 4, 6, 8, 9, 10
timer
10:00

Slide 8 - Tekstslide

Welke stof kan zo zonder vertering in het bloed worden opgenomen?
A
Mineralen
B
Eiwitten
C
Vetten
D
Koolhydraten

Slide 9 - Quizvraag

Wat doen enzymen?
A
Enzymen verbranden voedingsstoffen
B
Enzymen maken voedingsstoffen kleiner
C
Enzymen bevatten verteringssappen
D
Enzymen nemen voedingstoffen op in het bloed

Slide 10 - Quizvraag

Wat is geen functie van darmperistaltiek?
A
Voedselbrij kneden
B
Voedselbrij mengen
C
Voedselbrij voortduwen
D
Voedselbrij filteren

Slide 11 - Quizvraag

Welke voedingsstoffen moeten worden verteerd?
A
Vitaminen, eiwitten, koolhydraten
B
Vetten, koolhydraten, mineralen
C
Eiwitten, vetten, koolhydraten
D
Koolhydraten, vitamine, mineralen

Slide 12 - Quizvraag


Door kauwen wordt het oppervlak van het voedsel vergroot. Waarom?
A
Speeksel werkt beter in op het voedsel
B
Het wordt niet vergroot, daar gaat het niet om
C
De dunne darm werkt beter
D
Dan werkt de dikke darm beter

Slide 13 - Quizvraag