PW Hoofdstuk 4

PW Hoofdstuk 4 (BK)
Deze toets maak je in LessonUp. Zorg er voor dat je de toets inlevert wanneer je klaar bent.
Succes!
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

PW Hoofdstuk 4 (BK)
Deze toets maak je in LessonUp. Zorg er voor dat je de toets inlevert wanneer je klaar bent.
Succes!

Slide 1 - Tekstslide


Bekijk de tijdbalk
Van wanneer tot wanneer loopt tijdvak 4 'Steden en Staten'?
A
van het jaar 750 tot 1250
B
van het jaar 250 tot 750
C
van het jaar 500 tot 1000
D
van het jaar 1000 tot 1500

Slide 2 - Quizvraag

Waarom gingen mensen op kruistocht? Noem minstens 2 redenen.

Slide 3 - Open vraag

De ...1... wilde met een groot ...2... de moslims verslaan. Soldaten, ...3... en gewone mensen konden deelnemen aan de ...4... . Het was een lange ...5...  en niet zonder gevaar. Maar je hele ...6... hoefde je geen ...7... meer te betalen. Je kreeg w..8... en e..9... en kwam zeker in de ...10... als je ...11... ging.
Vul de juiste woorden in op de gaten.
belasting
dood
edelen
eten
hemel
kruistocht
leger
leven
paus
reis
wapens

Slide 4 - Sleepvraag

Kies het juiste woord.
'In totaal zijn er ....... kruistochten gehouden'.
A
zes
B
acht
C
vier
D
negen

Slide 5 - Quizvraag

Kies het juiste woord.
'De reis naar het Heilige Land duurde .....'.
A
maanden
B
jaren
C
weken
D
dagen

Slide 6 - Quizvraag

Kies het juiste woord.
'Onderweg naar het Heilige land werd gevochten met de .....'.
A
christenen
B
heidenen
C
joden
D
romeinen

Slide 7 - Quizvraag

Kies het juiste woord.
'Meer dan .... van het legerstierf onderweg aan honger, dorst en ziekten'.
A
een kwart
B
de helft
C
een vierde
D
drie kwart

Slide 8 - Quizvraag


Waarom waren de kruistochten uiteindelijk niet succesvol?
A
De heidenen versloegen het leger al onderweg naar het Heilige Land.
B
Er gingen in het Heilige Land veel mensen dood.
C
De christenen werden in het Heilige Land door de moslims verslagen.
D
De heidenen hadden de christenen in West-Europa verjaagd.

Slide 9 - Quizvraag

Is de uitspraak waar of niet waar?

'Het doel van de kruistocht was het heroveren van het Heilige Land'.
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Is de uitspraak waar of niet waar?

'Veel mensen gingen op kruistocht om er zelf beter van te worden.'.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Is de uitspraak waar of niet waar?

'Iedereen die op kruistocht ging, was ridder'.
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Is de uitspraak waar of niet waar?

'De mensen die op kruistocht gingen, hadden in het begin succes.'.
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Leg het begrip 'Heilige land' uit.

Slide 14 - Open vraag

Leg het begrip 'kruistocht' uit.

Slide 15 - Open vraag

In deze tijd ontstaan er steden. 
Sleep de stad naar de plek waar deze gebouwd zou zijn.

Zet deze stad op de goede plek in de kaart

Slide 16 - Sleepvraag


Waarom zouden de mensen voor die plek (antwoord vorige vraag) gekozen hebben?

Slide 17 - Open vraag


Een stad kon stadsrechten krijgen. 
Wat is GEEN stadsrecht?
A
De stad mocht zelf rechtszaken houden
B
De stad mocht zelf belasting ophalen
C
De stad mocht stadsmuren bouwen
D
De stad hoefde de landheer niks meer te betalen

Slide 18 - Quizvraag

Maak de juiste combinaties
handel
voedsel
bestuurders
inwoners van de stad
markt
stadhuis
burgers
boeren

Slide 19 - Sleepvraag

Kies het juiste antwoord.
a: .... konden de mensen niet meer zelf hun eten verbouwen. 
A
In de stad
B
Op het platteland

Slide 20 - Quizvraag

Kies het juiste antwoord.
b: Eten kochten ze daarom van een .... . 
A
marktkoopman
B
handwerkman

Slide 21 - Quizvraag

Kies het juiste antwoord.
c: Het beroep van .... was een ambacht.
A
handelaar
B
timmerman

Slide 22 - Quizvraag

Zet de woorden op de goede plek.
stadhuis
rivier
kooplui met vracht
stadsmuur
producten te koop
stadspoort
kerk
dief

Slide 23 - Sleepvraag

Rond 1350 gingen heel veel mensen dood.
Waardoor kwam dat?
A
Er was veel honger en dorst.
B
Er heerste een besmettelijke ziekte.
C
Dokters sneden aders door.
D
Te weinig mensen woonden op het platteland.

Slide 24 - Quizvraag

Maak de juiste combinaties
handwerkslieden
specerijen
schout
boeren
beter gereedschap
controleren
meer produceren
kruiden
smid
meester
midden-oosten
wetten

Slide 25 - Sleepvraag

Zet de zinnen in de juiste volgorde.
1
2
3
4
Op een dag mocht hij zijn meesterstuk maken.
Na een jaar of zeven was Joost een ervaren leerling.
Het gilde benoemde hem tot meester.
Joost werd leerling bij meester Nicolaas.

Slide 26 - Sleepvraag

Leg het begrip 'aderlaten' uit:

Slide 27 - Open vraag

Leg het begrip 'Schutterij' uit:

Slide 28 - Open vraag