Multitasken levert je stress op en je bent langer bezig met je huiswerk. Je hersenen zijn namelijk continu aan het wisselen tussen taken.
1 seconde een appje versturen kost je 2 a 3 minuten om weer te focussen.
Leg je telefoon dus weg, het liefst in een andere ruimte.
Slide 4 - Tekstslide
Tip 2: de Pomodoro
Gebruik een kookwekker en zet deze op 25 minuten. Gedurende deze tijd werk je geconcentreerd aan 1 taak. Als de wekker afloopt gun je jezelf een korte pauze waarin je even iets anders mag doen.
Zet daarna de wekker weer voor de volgende taak.
Slide 5 - Tekstslide
Tip 3: lees hardop
Wanneer je een tekst hardop leest wordt informatie anders en sterker opgeslagen in je geheugen.
Slide 6 - Tekstslide
Tip 4: zorg voor voldoende slaap
Informatie die je gedurende de dag hebt opgedaan wordt opnieuw geactiveerd. Het geheugenspoor van de nieuwe informatie wordt sterker opgeslagen in het lange termijn geheugen
Je hersenen worden weer klaargestoomd om overdag te kunnen presteren.
Slide 7 - Tekstslide
Tip 5: spaced practice
Spreid je studeermomenten in de tijd. Oftewel: PLANNEN!!
Slide 8 - Tekstslide
Tip 6: retrieval practice
Door actief informatie uit je langetermijngeheugen te halen, versterk je de verbinding tussen de neuronen in je hersenen waardoor je gemakkelijker informatie op kunt halen.
Doe dit door uit je hoofd op te schrijven wat je nog weet of nog een keer oefen opgaven te maken.
Doe dit enige tijd nadat je het gelezen of geleerd hebt. Je lange termijn geheugen moet dan actiever aan de slag.
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Cornel methode
Verdeel je papier in vier stukken zoals op de tekening.
Schrijf in het bovenste veld de titel ‘Onderwerp – Vak – Datum’.
Schrijf in het linkerveld de titel ‘Belangrijke woorden’.
Schrijf in het rechterveld de titel ‘ Notities’.
Schrijf in het onderste veld de titel ‘Samenvatting.
Notities:
Maak tijdens het lezen notities.
Hou het kort. Gebruik afkortingen.
Maak eventueel tekeningen.
Schrijf vragen op.
Hou ruimte open tussen de aantekeningen.
Belangrijke woorden:
Zet hier de kernwoorden uit de notities.
Namen/sleutelbegrippen/ plaatsen. Noteer het zo kort mogelijk.
Samenvatting:
Schrijf met behulp van de kernwoorden een korte samenvatting.
Bedenk hoe je het aan iemand anders zou vertellen.