In deze les zitten 42 slides, met tekstslides en 7 videos.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Thema 3
Gaswisseling en uitscheiding
BINAS tabellen 82D, 83, 85, 87A-B
Slide 1 - Tekstslide
Basisstof 1
- Je kunt van delen van het ademhalingsstelsel de functies en kenmerken benoemen
- Je kunt beschrijven hoe zuurstof en koolstofdioxide door bloed worden getransporteerd
- Je kunt bij insecten en vissen beschrijven hoe gaswisseling plaatsvindt en hoe zuurstof naar de cellen wordt getransporteerd
Slide 2 - Tekstslide
In je eigen woorden
Leg in je eigen woorden uit wat de Wet van Fick en het Bohr effect inhouden en wat het verband hiervan is met het ademhalingsstelsel
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
De wet van Fick
Slide 6 - Tekstslide
Transport O2
Hemaglobine: vier heemgroepen met ijzeratoom
Als zuurstof bindt aan ijzer vormt het oxyhemoglobine
Hb + O2 ↔ HbO2
Hoge zuurstofspanning: bindt zuurstof (reactie naar rechts)
Lage zuurstofspanning: zuurstof laat los (reactie naar links)
Slide 7 - Tekstslide
Bohr-effect
Actief weefsel lagere pO2, dus minder zuurstofverzadiging Hb
Actief weefsel hogere pCO2, lagere pH, meer zuurstofmoleculen komen vrij
Hoge temperatuur zorgt ervoor dat er meer zuurstof vrijkomt uit oxyhemoglobine
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Transport CO2
Deel als CO2 door bloedplasma vervoerd
Deel CO2 gebonden aan hemoglobine
Grootste deel bindt met water tot H2CO3, valt uiteen tot HCO3- (ook door koolzuuranhydrase) en diffundeert naar bloedplasma. Ladingsverschil rode bloedcellen opgelost door Cl-, vrijgekomen H+ gebonden aan hemoglobine, O2 komt vrij
Slide 10 - Tekstslide
Transport CO2
Longhaarvaten opgeloste CO2 vanuit bloedplasma naar alveolaire vocht
Hemoglobine gebonden CO2 en H+ komt vrij
HCO3- vanuit bloedplasma naar rode bloedcellen, vormt H2CO3 met H+ , wordt door koolzuuranhydrase meteen gesplitst in CO2 en H20
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Video
Tracheeën
Kieuwen
Slide 14 - Tekstslide
Basisstof 2
- Je kunt uitleggen op welke wijze longventilatie tot stand komt
- Je kunt beschrijven hoe het longvolume verandert tijdens ventilatiebewegingen
- Je kunt beschrijven hoe de ademfrequentie wordt geregeld
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Video
Interpleurale ruimte
Dunne laag vloeistof in ruimte tussen longvlies en borstvlies
Lagere druk dan buitenlucht
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
Luchtdruk
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Video
Respirogram
V = ademvolume
IRV = inspiratoir reservevolume
ERV = expiratoir reservevolume
RV = restvolume
VC = vitale capaciteit
Slide 22 - Tekstslide
Chemoreceptoren
Rekreceptoren
Slide 23 - Tekstslide
Basisstof 3
- Je kunt de bouw, werking en functies van de lever beschrijven en je kunt uitleggen hoe het interne milieu min of meer constant wordt gehouden door de lever (homeostase)
Slide 24 - Tekstslide
Functies lever
- Welke drie functies heeft de lever behalve stofwisseling?
- Wat gebeurt er in de lever met de koolhydraat-, eiwit-, en lipidenstofwisseling?
Slide 25 - Tekstslide
Slide 26 - Video
Bouw lever
Op hoekpunt elk leverlobje aftakkingen poortader, leverslagader, galgang
Midden leverlobje aftakking leverader
Slide 27 - Tekstslide
Cellen leverlobjes produceren gal
Afbraak bilirubine
Slide 28 - Tekstslide
Koolhydraatstofwisseling
Eiwitstofwisseling
Slide 29 - Tekstslide
Lipidenstofwisseling
Detoxificatie
Slide 30 - Tekstslide
Leerdoelen basisstof 4
- Je kunt de bouw, werking en functie van de nieren en de urinewegen beschrijven
- Je kunt uitleggen hoe het interne milieu min of meer constant wordt gehouden door de nieren (homeostase)
Slide 31 - Tekstslide
Maak een vergelijkbaar diagram als het voorbeeld. Lees basisstof 4 door en vul in waar er passief en actief transport plaatsvindt (en van welke stoffen), wat er met de osmotische waarde gebeurt en waar hormonen effect hebben (en welke).
Slide 32 - Tekstslide
Slide 33 - Tekstslide
Nieren
Uitscheiding afvalstoffen (ureum), lichaamsvreemde stoffen (medicijnen), overtollig water en zouten
Osmotische waarde inwendig milieu constant houden
Slide 34 - Tekstslide
Nieren
In nierschors en niermerg liggen nefronen
Nefronen bestaan uit nierbuisjes
Nierbuisjes monden uit in verzamelbuisjes en die weer in nierbekken
Nierbuisje start met nierkapseltje (kapsel van Bowman), heeft twee gekronkelde delen en een lus (lis van Henle)
Haarvaten uit nierslagader: glomerulus
Diameter afvoerende arteriolen klein, zorgt voor hoge bloeddruk glomerulus
Veroorzaakt ultrafiltratie naar nierkapsel
Slide 35 - Tekstslide
Slide 36 - Video
Basisstof 5
- Je kunt de bouw en functie van de huid beschrijven
- Je kunt uitleggen hoe het interne milieu (lichaamstemperatuur) min of meer constant wordt gehouden door de huid (homeostase)