CE Lezen en Luisteren - Tekst doelen- Hoofdgedachte en onderwerp - tekstopbouw

Lezen/Luisteren
NED Periode 3
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Lezen/Luisteren
NED Periode 3

Slide 1 - Tekstslide

Tekstdoelen en tekstsoorten
tekstdoel
Uitleg
Tekstsoort
Informeren
De schrijver wil de lezer informatie geven. Dit zijn vooral feiten
Nieuwsbericht, artikel, informatiefolder
Instrueren
De schrijver legt uit hoe je iets moet doen. Vaak door stapjes
Recept, handleiding
Overtuigen
De schrijver wil de lezer overtuigen van zijn mening door bijv. argumenten
Klachtenbrief
Activeren
De schrijver wil dat de lezer iets gaat doen
Advertentie 
Amuseren
De schrijver wil de lezer vermaken
Gedicht, verhaal, boek

Slide 2 - Tekstslide


Wat voor tekstsoort is dit?
A
Informatief
B
Instructief
C
Betogend
D
Verhalend

Slide 3 - Quizvraag


Je wilt weten wat een backhand is, welke leesstrategie gebruik je?
A
Verkennend
B
Globaal
C
Gericht
D
Intensief

Slide 4 - Quizvraag


Wat voor tekstsoort is dit?
A
Informatief
B
Instructief
C
Betogend
D
Verhalend

Slide 5 - Quizvraag


Wat voor doel heeft deze campagne?
A
Mensen informeren over de PvdA
B
Mensen overhalen om op de PvdA te stemmen
C
Mensen instructie geven hoe ze op PvdA moeten stemmen

Slide 6 - Quizvraag

Lezen/Luisteren 
01 Tekstsoorten
02 Onderwerp en hoofdgedachte
03 Inleiding, kern en slot
04 Samenhang
05 Hoofd- en bijzaken
06 Informatie en meningen (3F argumenteren)
07 Evalueren
08 Samenvatten

Slide 7 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
02 Onderwerp en hoofdgedachte, je leert deze les..
Hoe je het onderwerp van een tekst benoemt
Hoe je een hoofdgedachte 
vindt
Wat het verschil tussen een hoofdgedachte en een onderwerp is
1
2
3

Slide 8 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
Onderwerp & hoofdgedachte 
van een tekst

Slide 9 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
Onderwerp
Hoofgedachte
Samenvatten in één zin
Samenvatten in één of een paar woorden
Verkennend lezen
Globaal of intensief lezen
Waarover gaat de tekst
Wat is de belangrijkste informatie in de tekst
#
caption

Slide 10 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 

Slide 11 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
Onderwerp: Inchecken

Slide 12 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
Onderwerp: Inchecken
Hoofdgedachte:

Slide 13 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 

Slide 14 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
Onderwerp: Luchtalarm

Slide 15 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
Onderwerp: Luchtalarm
Hoofdgedachte:

Slide 16 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
03 Tekstopbouw, je leert..
Wat de 
vier vaste onderdelen van een tekst zijn
Hoe je
titel, inleiding, kern en slot in een tekst herkent
1
2

Slide 17 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
03 Tekstopbouw
Titel
1
Inleiding
Middenstuk
Slot
2
3
4
niet meer dan één zin
hierin staat altijd de aanleiding: waarom iemand schrijft
is altijd meer dan één alinea en heeft alle argumenten (ten eerste, ten tweede, ten derde...), vaak tussenkopjes
met belangrijkste conclusies van een tekst (kortom, samenvattend..)

Slide 18 - Tekstslide


'een titel kan nooit een vraag zijn'
A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quizvraag


'aanleiding betekent hetzelfde als inleiding'
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quizvraag


'in een krantenbericht staat de naam van de schrijver altijd na de titel'
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quizvraag


'de inleiding is altijd een dikgedrukt stuk tekst'
A
waar
B
niet waar

Slide 22 - Quizvraag


'in het slot word je enthousiast gemaakt om de tekst te lezen'
A
waar
B
niet waar

Slide 23 - Quizvraag


'onder een tussenkopje staat altijd maar één alinea'
A
waar
B
niet waar

Slide 24 - Quizvraag


'het antwoord op de hoofdvraag van een tekst staat in het slot'
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quizvraag


'in een sollicitatiebrief noem je in de inleiding de vacature waarop je reageert'
A
waar
B
niet waar

Slide 26 - Quizvraag

Bij welk onderdeel hoort de zin..?
6 vragen | 1 minuut per vraag

Slide 27 - Tekstslide

zin:

'Ten derde zorgen telefoons ervoor dat studenten veel te veel tijd achter een scherm zitten'
A
titel
B
inleiding
C
middenstuk
D
slot

Slide 28 - Quizvraag

zin:

'Gisteren zei minister Wiersma dat hij telefoons in de klas wil verbieden. Daar ben ik het niet mee eens. In deze tekst vertel ik waarom'
A
titel
B
inleiding
C
middenstuk
D
slot

Slide 29 - Quizvraag

zin:

'Voorstanders van het verbod zeggen dat de concentratie van studenten achteruit gaat, maar dat is een slecht argument want...'
A
titel
B
inleiding
C
middenstuk
D
slot

Slide 30 - Quizvraag

zin:

'Studenten hebben de telefoon in de klas nodig. Een voorbeeld daarvoor is de LessonUp'
A
titel
B
inleiding
C
middenstuk
D
slot

Slide 31 - Quizvraag

zin:

'Telefoonverbod heeft negatief effect op studenten'
A
titel
B
inleiding
C
middenstuk
D
slot

Slide 32 - Quizvraag

zin:

'Kortom: het verbod van minister Wiersma heeft een negatief effect op studenten'
A
titel
B
inleiding
C
middenstuk
D
slot

Slide 33 - Quizvraag

Aan de slag! 

Tekstsoort
Tekstdoel
Verkennend en globaal lezen
Tekstindeling 
Kritisch lezen 
Zoekend lezen 

Slide 34 - Tekstslide