3.3 Afronden

Welkom jongens en meisjes, 


Ga rustig op je vaste plek zitten.
Leg je wiskundespullen op tafel en open je boek op blz. 208.
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom jongens en meisjes, 


Ga rustig op je vaste plek zitten.
Leg je wiskundespullen op tafel en open je boek op blz. 208.

Slide 1 - Tekstslide

Planning

- Uitleg regels afronden.
- Quiz
-Zelfstandig  oefenen.


Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen


- Ik kan afronden op een gegeven aantal decimalen.

- Ik kan afronden op een heel getal.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Afronden

Hoe meer cijfers een getal heeft, hoe moeilijker het is om het te onthouden. Daarom ronden we getallen af. Een getal afronden betekent dat je een getal kleiner maakt. Je laat dan een aantal decimalen weg. Decimalen zijn de cijfers achter de komma.




Slide 5 - Tekstslide

20,7486 

Slide 6 - Tekstslide

20,7486 
eerste decimaal

Slide 7 - Tekstslide

20,7486 
eerste decimaal
tweede decimaal

Slide 8 - Tekstslide

20,7486 
eerste decimaal
tweede decimaal
derde decimaal
vierde decimaal

Slide 9 - Tekstslide

Werkschema afronden decimale getallen

  • Stap 1: Zet een streep achter het decimaal dat je wilt houden.
  • Stap 2: Zet het cijfer achter de streep in een vlaggetje.
  • Stap 3: Is dat cijfer een 5 of hoger? Dan tel je bij het cijfer dat voor het vlaggetje staat 1 erbij op. Dit is afronden naar boven.
  • Stap 4: Is het cijfer lager dan 5, dan verandert het cijfer voor het vlaggetje niet. Dit is afronden naar beneden.
Regels voor afronden

Slide 10 - Tekstslide

Voorbeeld afronden naar boven
Vraag: Rond 20,7486 af op twee decimalen.
Uitwerking:
  • Zet een streep achter het decimaal dat je wilt houden.
  • Zet het cijfer achter de streep in een vlaggetje.
  • Is dat cijfer een 5 of hoger? Dan tel je bij het cijfer dat voor het vlaggetje staat 1 erbij op. Dit is afronden naar boven. 
  • Antwoord is dus: 20,75.

2 0 , 7 4 8 6

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld afronden naar beneden
Vraag: Rond 16,4385 af op één decimalen.
Uitwerking:
  • Zet een streep achter het decimaal dat je wilt houden.
  • Zet het cijfer achter de streep in een vlaggetje.
  • Is dat cijfer lager dan een 5? Dan verandert er niks. Dit is afronden naar beneden. 
  • Antwoord is dus: 16,4.

1 6 , 4 3 8 5

Slide 12 - Tekstslide

Afronden op een heel getal
Vraag: Rond 2,5163 af op een heel getal.
Uitwerking:
  • Je moet afronden op een heel getal. Zet een streep bij de komma.
  • Zet het cijfer achter de streep in een vlaggetje.
  • 5 of hoger     ->    1 erbij optellen
  • lager dan 5    ->    verandert niks
  • Antwoord is dus: 3.
2 , 5 1 6 3

Slide 13 - Tekstslide

Rond af op twee decimalen
7,93567843

Slide 14 - Open vraag

Rond af op twee decimalen
135,595996

Slide 15 - Open vraag

Rond af op één decimaal
7,934

Slide 16 - Open vraag

Rond af op een heel getal
18,8

Slide 17 - Open vraag

Rond af op een heel getal
7,234

Slide 18 - Open vraag

Het bedrag op de bon van de spruiten bereken
je met 0,52 × 1,561. Bereken het antwoord.
Rond af op twee decimalen.
A
€ 0,82
B
€ 0,81
C
€ 0,18
D
€ 0,812

Slide 19 - Quizvraag

Bereken het bedrag op de bon van de
bananen. Rond af op twee decimalen.
A
€ 1,42
B
€ 1,32
C
€ 1,30
D
€ 1,31

Slide 20 - Quizvraag

Bereken het bedrag op de bon van de
appels. Rond af op twee decimalen.
A
€ 2,25
B
€ 1,12
C
€ 2,30
D
€ 2,24

Slide 21 - Quizvraag

Ligt 349 dichter bij 300 of dichter bij 400?
A
300
B
400

Slide 22 - Quizvraag

Ligt 6897 dichter bij 6000 of dichter bij 7000?
A
6000
B
7000

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide

Ik kan afronden op een gegeven aantal decimalen
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

Ik kan afronden op een heel getal.
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

Zelfstandig werken
Maken:          Kader: Opgave 48 t/m 54 en 56 t/m 61 op blz. 189 t/m 192. 
                   Basis : Opgave 47 t/m 53 en 55 t/m 60 op blz. 185 t/m 188.       



Hoe:      




Klaar:                  Kijk je werk na. 


Niet overleggen, geen vragen         -->
Niet overleggen, wel vragen           -->
Overleg én vragen wel toegestaan  -->

Slide 27 - Tekstslide