Werkwoordsvervoeging

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"Kijk hoe het hout BRANDEN in die haard daar."
1 / 15
volgende
Slide 1: Open vraag
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"Kijk hoe het hout BRANDEN in die haard daar."

Slide 1 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"Vorig jaar LIFTEN Alesha en Marie naar Frankrijk"

Slide 2 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"WORDEN toch niet zo snel boos!"

Slide 3 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"De leerkracht heeft mijn vraag nog steeds niet BEANTWOORDEN."

Slide 4 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"Er is de laatste tijd zoveel GEBEUREN in mijn leven."

Slide 5 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"BLOEDEN je neus nu nog steeds?"

Slide 6 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"De koning SCHUDDEN op dit moment de hand van de premier."

Slide 7 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"De vrouw heeft jaren WACHTEN op een huwelijksaanzoek."

Slide 8 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"Haar ouders PLANTEN tien jaar geleden een eik in de tuin."

Slide 9 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"Het GEBEUREN wel eens dat ik het licht laat branden."

Slide 10 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"Hoe VERGOEDEN jij morgen de schade?"

Slide 11 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"Mijn nonkel heeft een kind ADOPTEREN."

Slide 12 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"Glenn TRACHTEN haar wekenlang te bereiken."

Slide 13 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"BESTEDEN je zus ook wekelijks zoveel geld aan make-up?"

Slide 14 - Open vraag

Schrijf de persoonsvorm in de juiste tijd:
"VERZENDEN onmiddellijk een bericht naar je leerkracht!"

Slide 15 - Open vraag