In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
SE 2 Maatschappijleer - vrijdag 15 december
Politiek
Maatschappelijke vraagstukken 1&2
Slide 1 - Tekstslide
Schoolexamen Maatschappijleer
MAVO 4
Politiek en vraagstukken
Het schoolexamen bestaat uit twee onderdelen:
9 open vragen over de gehele stof (15 pt)
20 meerkeuze vragen over de gehele stof (24pt)
Ik wens jullie veel succes, en natuurlijk een fijne kerstvakantie!
Dhr. Mulders
Slide 2 - Tekstslide
Par 1. Wat is politiek
Slide 3 - Tekstslide
Lees tekst 1
De koning heeft meer macht dan een gemiddelde burger in Nederland. Wat is zijn machtsmiddel?
A
Deskundigheid.
B
Charisma. (uitstraling)
C
Functie of symbolisch
D
Bewondering.
Slide 4 - Quizvraag
Leest tekst 1 De koning heeft geen politieke macht. Wie is dan verantwoordelijk voor wat de koning zegt tijdens de troonrede?
Slide 5 - Open vraag
Lees tekst 1
In regel 12 staat het begrip “rechtsstaat”.
Wat is GEEN kenmerk van een rechtsstaat?
A
Burgers worden beschermd.
B
Er is een machtenscheiding.
C
De rechtelijke macht is het belangrijkst.
D
Er zijn grondrechten.
Slide 6 - Quizvraag
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Rechterlijke macht
Trias Politica
Sleep de juiste onderdelen naar elkaar toe
Parlement
Regering
Rechters
Slide 7 - Sleepvraag
stelling
Omdat de Grondwet zo belangrijk is, kan ie ook snel veranderd worden als het volk dat wil.
A
juist
B
onjuist
Slide 8 - Quizvraag
stelling
Volgens de Grondwet is elke burger gelijk.
A
juist
B
onjuist
Slide 9 - Quizvraag
stelling
In de Grondwet staan naast rechten ook plichten waar burgers zich aan moeten houden
A
juist
B
onjuist
Slide 10 - Quizvraag
Par 1. Wat is politiek
Slide 11 - Tekstslide
Par 2. Democratie
Slide 12 - Tekstslide
Lees nogmaals tekst 1
In regel 12 staat het begrip “democratie”. Geef een omschrijving van dit begrip.
Slide 13 - Open vraag
Wat is GEEN kenmerk van een parlementaire democratie?
A
De koning staat aan het hoofd van de regering
B
De macht van de regering staat in de wet vastgelegd
C
De volksvertegenwoordigers hebben de macht
D
Beslissingen worden met meerderheid van stemmen aangenomen
Slide 14 - Quizvraag
Citaat Methode M Par 2. "In een democratie kennen we ook een aantal bestuurslagen"
Noem twee bestuurslagen in Nederland waarop gestemd kan worden tijdens de verkiezingen.
Slide 15 - Open vraag
Een parlementaire democratie heeft 8 kenmerken die je kon leren bij par 2. Eén van zo'n kenmerk is bijvoorbeeld: 'De macht van bestuurders is vastgelegd in wetten'
Noem 1 ander kenmerk
Slide 16 - Open vraag
Par 2. Democratie
Slide 17 - Tekstslide
Par 6.3 Politieke partijen
Slide 18 - Tekstslide
Lees tekst 2 over het legaliseren van drugs
In de tekst 2 worden D66 en ChristenUnie genoemd. Geef van beide partijen aan of ze vóór of tégen legalisering van drugs zijn.
Slide 19 - Open vraag
Lees tekst 2 over het legaliseren van drugs
Is één van deze partijen progressief? Zo ja, geef ook aan waarom!
Slide 20 - Open vraag
Geef van onderstaande voorbeeld aan of dit een links standpunt of een rechts standpunt is.
Voor Geert is het helder: Geen cent meer naar armere landen binnen de Europese Unie.
A
links
B
rechts
Slide 21 - Quizvraag
Geef van onderstaande voorbeeld aan of dit een links standpunt of een rechts standpunt is.
Rens wil dat iedereen gratis gebruik kan maken van de gezondheidszorg.
A
links
B
rechts
Slide 22 - Quizvraag
Geef van onderstaande voorbeeld aan of dit een links standpunt of een rechts standpunt is.
Youri wil dat iedereen gebruik kan maken van het openbaar vervoer.
A
links
B
rechts
Slide 23 - Quizvraag
In par 3 Politieke Partijen zien we dat we politieke partijen kunnen indelen in een stroming: hun idealen.
Er zijn 5 stromingen. Noem 2 soorten stromingen op
Slide 24 - Open vraag
Sleep de juiste woorden naar de woorden in de tekst
Minister-president
Staatssecretarissen
verkiezingen
regeerakkoord
compromissen
Slide 25 - Sleepvraag
Par 6.3 Politieke partijen
Slide 26 - Tekstslide
Par 4: Kabinet en Parlement
Slide 27 - Tekstslide
A
Op de foto hierboven staat het kabinet
B
Op de foto hierboven staat de 1e kamer
C
Op de foto hierboven staat het parlement
D
Op de foto hierboven staat de regering
Slide 28 - Quizvraag
Welke uitspraak over het kabinet en de Tweede Kamer is juist?
A
Het kabinet heeft vier jaar de tijd om haar plannen uit te voeren.
B
Het kabinet blijft soms hetzelfde ook al zijn er Tweede Kamerverkiezingen geweest.
C
De Tweede Kamer mag wel een mening geven over een minister, maar niet over een staatssecretaris.
D
Alleen de Tweede Kamer mag wetten maken.
Slide 29 - Quizvraag
WAAR
NIET WAAR
De Tweede Kamer heeft 150 leden
De Eerste Kamer heeft 150 leden
Ministers zitten in de Tweede Kamer
Regering is een ander woord voor Eerste- en Tweede Kamer
De Tweede Kamer mag wetsvoorstellen aanpassen
Het parlement controleert de ministers
Slide 30 - Sleepvraag
Wat is het verschil tussen een coalitiepartij en een oppositiepartij?
Slide 31 - Open vraag
Geef bij de onderstaande voorbeelden aan of het gaat om een controlerende of wetgevende taak van het parlement.
De VVD stelt een wijziging aan een wetsvoorstel voor.
A
controlerende taak
B
wetgevende taak
Slide 32 - Quizvraag
Geef bij de onderstaande voorbeelden aan of het gaat om een controlerende of wetgevende taak van het parlement.
Het wetsvoorstel wordt met 81 van de 150 zetels aangenomen.
A
controlerende taak
B
wetgevende taak
Slide 33 - Quizvraag
Par 4: Kabinet en Parlement
Slide 34 - Tekstslide
Par 5: Hoe komt een wet tot stand
Slide 35 - Tekstslide
Lees tekst 3 voor het beantwoorden van de vraag.
Politieke besluitvorming kent verschillende fasen. Tekst 3 is een voorbeeld van ?
A
agendavorming
B
beleidsvoorbereiding
C
beleidsbepaling
D
beleidsuitvoering
Slide 36 - Quizvraag
Lees tekst 3 voor het beantwoorden van de vraag.
Noem een manier die de AVS (zie laatste regel van de tekst) heeft om invloed op de politiek uit te oefenen.
Slide 37 - Open vraag
Wat doet een minister?
A
Die presenteert een wetsvoorstel aan de Koning
B
Die beslist of wetsvoorstellen worden aangenomen
C
Hij geeft leiding aan een ministerie
D
Die geeft leiding aan zijn partijleden in het parlement
Slide 38 - Quizvraag
Wat is de functie van Prinsjesdag in Nederland?
A
Het vieren van de verjaardag van de koning.
B
Het presenteren van de plannen van de regering.
C
Het controleren van de regering door het parlement.
D
Het kiezen van nieuwe regeringsleden.
Slide 39 - Quizvraag
Waarom is Prinsjesdag belangrijk voor de Nederlandse maatschappij?
A
Het symboliseert de eenheid van de koninklijke familie.
B
Het is een gelegenheid om nieuwe wetten aan te kondigen.