H3; L4 (much/many)

Welcome
Grab your books and get into the lesson up!
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welcome
Grab your books and get into the lesson up!

Slide 1 - Tekstslide

Schedule
Last lesson:
SO

This lesson:
Grammar much/many/little/few
You will understand when to use much and many.
You will understand when to use little and few.

Slide 2 - Tekstslide

Wat betekenen de woorden Much/Many/few/little?

Slide 3 - Woordweb

Much/many/little/few

much/many => veel
a little => een beetje
a few => een paar
little/few => weinig

Wanneer gebruik je welke?

Slide 4 - Tekstslide

Telbare en ontelbare woorden
Telbare woorden: Deze woorden kun je tellen. Je kan ze in het meervoud zetten Bijv. Baby -> Babies    Person -> People

Ontelbare woorden: Deze woorden kun je niet tellen. Je kan ze niet in het meervoud zetten. Bijv. Water,  Money,  time

Slide 5 - Tekstslide

Telbaar of ontelbaar?

Milk
A
telbaar
B
ontelbaar

Slide 6 - Quizvraag

Telbaar of ontelbaar?

Beer
A
telbaar
B
ontelbaar

Slide 7 - Quizvraag

Telbaar of ontelbaar?

Sugar
A
telbaar
B
ontelbaar

Slide 8 - Quizvraag

Telbaar of ontelbaar?

Time
A
telbaar
B
ontelbaar

Slide 9 - Quizvraag

Telbaar of ontelbaar?

Question
A
telbaar
B
ontelbaar

Slide 10 - Quizvraag

Alleen bij ontkennende en vragende zinnen!

Slide 11 - Tekstslide

much / many / a lot of in een tabel
a lot of

Slide 12 - Tekstslide


                       little / few = weinig

little > niet telbaar, geen meervoud van maken
             

few > telbaar, je kunt er meervoud van maken

Slide 13 - Tekstslide

little - few = weinig
Enkelvoud
Meervoud
little sugar
few cars
little honey
few people
little money
few babies
little milk
few tables

Slide 14 - Tekstslide

Much / many / little / few
Telbaar
Ontelbaar
Veel
Weinig
Many
Much
Few
Little

Slide 15 - Tekstslide

Samenvatting
telbaar:                                         ontelbaar:
many => veel                              much => veel
few => weinig                             little => weinig
a few => een paar                     a little => een beetje

LET OP! much en many krijg je alleen bij ontkennende en vragende zinnen! Bij normale zinnen gebruik je 'a lot of'. 

Slide 16 - Tekstslide

There are ... children in our school.
A
much
B
many
C
a lot of

Slide 17 - Quizvraag


Sarah has ..... friends.
A
much
B
many

Slide 18 - Quizvraag

Can I borrow ...... (een beetje) money?
A
a little
B
a few

Slide 19 - Quizvraag

___ (weinig) people tell the truth!
A
little
B
few
C
a little
D
a few

Slide 20 - Quizvraag


There are ............. (veel) students in this class.
A
much
B
many
C
few
D
little

Slide 21 - Quizvraag

They have ..... (weinig) time.
A
little
B
few
C
a little
D
a few

Slide 22 - Quizvraag

... (een paar) teachers can speak Russian.
A
little
B
few
C
a little
D
a few

Slide 23 - Quizvraag

Telbaar
Ontelbaar
Veel
Weinig
many
much
(a) little
(a) few

Slide 24 - Sleepvraag

Let's get to work
Assignments 8, 9, 10 
(page 105/106)

Individually, 10 minutes
Need help? raise your hand.
Finished? Let me know!
timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

Conclusion
This lesson;
much/many

Next lesson:
Homework 8, 9, 10 (page 105/106)
Study words lesson 4 (page 120)
Start lesson 5

Slide 26 - Tekstslide

much/many?

............... umbrellas
A
much
B
many

Slide 27 - Quizvraag

Much, many, little, few
I've bought .... candy bars.
A
a few
B
a little
C
much
D
many

Slide 28 - Quizvraag

Much, many, lots of, little, few
He makes ...... errors
A
much
B
many
C
little
D
few

Slide 29 - Quizvraag

My brother has ... books.
A
much
B
many
C
a lot of

Slide 30 - Quizvraag

We're not having ... fun.
A
much
B
many

Slide 31 - Quizvraag