5.3-2 Stambomenonderzoek deel 2 4V 2526

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
5.3 Stamboomonderzoek             - deel 2
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
5.3 Stamboomonderzoek             - deel 2

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel 5.3 deel 2 
Andere vormen van overerving 
(anders dan gewoon dominant-recessief of X chromosomaal)


Slide 2 - Tekstslide

Intermediaire overerving
Twee allelen, beide even sterk.
Een individu met beide allelen heeft een intermediair fenotype.
Bijvoorbeeld bloemkleur rood en wit en roze.
Notatie BR en BW waarbij R de ene variant van eigenschap Bloemkleur is en W de andere variant.


Slide 3 - Tekstslide

We kruisen


                                                         x

Welke nakomelingen zijn er in welke verhouding?

Slide 4 - Tekstslide

We kruisen


                                                            x
1. Welke fenotypen en genotypen zijn er mogelijk
2. Welk genotype hebben de ouders
3. Welke geslachtscellen maken ze
4. Kruisingsschema

Slide 5 - Tekstslide

We kruisen


                                                         x

Slide 6 - Tekstslide

Multipele allelen
Voor sommige eigenschappen zijn er meer dan 2 allelen: multipele allelen.
Er kan dan ook sprake zijn van co-dominantie van 2 van de drie allelen, de ander is dan recessief.

Verschil tussen intermediair en co-dominatie?
Bij intermediair is het géén recessief allel, bij co-dominantie wel.

Slide 7 - Tekstslide

Bloedgroepen
Voor bloedgroepen zijn er 3 allelen.
IA, IB en i
IA en IB zijn beide dominant over i
IA en IB zijn even sterk (co-dominant): er is een intermediair fenotype.

Slide 8 - Tekstslide

Bloedgroepen g/fenotypes
IAIA en IAi Bloedgroep A
IBIB en IBi Bloedgroep B
IAIB Bloedgroep AB
ii Bloedgroep 0 (nul)

Slide 9 - Tekstslide

Bepaal alle genotypes

Slide 10 - Tekstslide

Letale allelen
Letale zijn voor een homozygoot individu letaal (dodelijk).
Dit beïnvloed de verhouding van de eigenschappen van de nakomelingen want sommigen worden niet geboren.

Slide 11 - Tekstslide

Letale allelen
Bij grijze muizen komt een gele variant voor, veroorzaakt door een dominant allel G. Muizen met een gele vacht zijn altijd heterozygoot (Gg). Een homozygoot dominante muis (GG) sterft als embryo. 

Wat zijn de genotypes en fenotypes van de nakomelingen en in welke verhouding komen ze voor?

Slide 12 - Tekstslide

Lesdoel 5.3 deel 2 
7. Je leidt de kans op een bepaald genotype en fenotype bij de nakomelingen af uit een monohybride kruising met een codominant of intermediair fenotype.
8. Je leidt de kans op een bepaald genotype en fenotype bij de nakomelingen af uit een monohybride kruising met multipele allelen.
9. Je leidt de kans op een bepaald genotype en fenotype bij de nakomelingen af uit een monohybride kruising met letale allelen.

Slide 13 - Tekstslide

Huiswerk
Opdrachten 5.3
Leerdoelen 8, 9, 10
Opdrachten 5.4
Leerdoel 11

Slide 14 - Tekstslide