Trauma's en ongevallen G3VPR

Ongevallen en trauma's 
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Ongevallen en trauma's 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een trauma?
Een trauma kan ontstaan wanneer iemand één of meerdere schokkende gebeurtenissen meemaakt, zoals een ernstig verkeersongeluk, een brand, het overlijden van een belangrijk persoon, seksueel misbruik of geweld.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke hulp wordt ingeschakeld?
  • Ambulance
Gespecialiseerd verpleegkundige
Chauffeur

  • Brandweer

  • Mobiel medisch team/ MMT (traumahelikopter)
Arts
Verpleegkundige
Piloot

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Triage
  • Wat is de ernst van de situatie?
  • Hoe urgent is het probleem?
  • Hoe snel moet er gehandeld
   worden?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk soort trauma's kom je tegen in de praktijk?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indeling trauma's 

  • neurotrauma
  • Wervelletsel
  • thoraxtrauma
  • buik- en bekkentrauma
  • extremiteitentrauma

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neurotrauma
  • commotio cerebri(hersenschudding)
  • contusio cerebri; (bewusteloosheid > 15 min)
  • schedelfractuur; buitenste gedeelte.
  • schedelbasisfractuur; binnenste gedeelte.
  • epidurale bloeding
  • subdurale bloeding

Slide 9 - Tekstslide

epidurale bloeding = optreedt tussen het harde hersenvlies (de dura mater) en de schedel. Dit type bloeding ontstaat meestal als gevolg van een traumatisch hersenletsel, bijvoorbeeld door een val, verkeersongeluk of harde klap op het hoofd.
subdurale bloeding =  ophoping van bloed tussen het harde hersenvlies (dura mater) en het spinnenwebvlies (arachnoidea). Het ontstaat meestal door schade aan aderen, zoals de zogenaamde brugvenen, die het hersenweefsel met de aderen in de dura verbinden.
Bloedingen
  • epiduraal hematoom: bloeduitstorting tussen het harde hersenvlies en het schedelbot
  • subarachnoïdale bloeding: hersenbloeding in de hersenvliezen tussen de hersenen en de schedel
  • subduraal hematoom: bloeduitstorting tussen het harde hersenvlies en het hersenweefsel

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

💡 Samenvatting:
✅ Epiduraal hematoom = arterieel, snel en gevaarlijk, met een lucide interval.
✅ Subduraal hematoom = veneus, kan acuut of langzaam ontstaan, vaker bij ouderen.
✅ Subarachnoïdale bloeding = door aneurysmaruptuur, gekenmerkt door donderslaghoofdpijn.
Verpleegkundige aandachtspunten bij neurotrauma
  • Glasgow coma score/EMV 
  • ICP meting (meting van de druk in de hersenen)
  • Vitale functies
  • Misselijkheid/braken




Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wervelletsel 
  • Whiplash: beschadiging van de banden, spieren of botten in de nek.
  • Wervelfractuur -> stabiel of instabiel: een breuk in een van de wervels.
  • Stabiel: het wervellichaam is gebroken en er bestaat geen kans dat het ruggenmerg beschadigd zal raken. 
  • Instabiele breuk bestaat de kans dat het ruggenmerg beschadigd wordt.
  • Dwarslaesie :  het ruggenmerg is beschadigd of doorgesneden (incomplete/complete dwarsleasie).

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verpleegkundige aandachtspunten bij wervelletsel
  • oedeem in armen, benen
  • bloeddrukdaling
  • urineretentie
  • obstipatie
  • decubitus
  • diep veneuze trombose


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Thoraxtrauma
  • rib-, long-, borstbeen- of hartkneuzing (contusie)
  • rib- en borstbeenbreuk (fractuur)
  • middenrif- of bloedvat (bijvoorbeeld aorta) ruptuur (scheur)
  • pneumothorax of hematothorax (klaplong/ opening in de pleuraholte of bloed in de pleuraruimte)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een rib- en borstbeencontusie zorgt voor pijnklachten bij het ademhalen. Wat voor risico geeft dit?
A
Kans op een pneumothorax
B
Kans op een pneumonie
C
Ribfracturen
D
Ruptuur van de luchtpijp

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan een ribfractuur veroorzaken?
A
Een pneumothorax
B
Een hematothorax
C
Een pneumonie
D
Een ruptuur van de trachea

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Buiktrauma's
  • letsel aan maag, darmen, lever, milt, en nieren
  • bekkenfractuur

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het grootste risico bij een buiktrauma?
A
ademhalingsdepressie
B
fractuur
C
bloeding
D
peritonitis

Slide 20 - Quizvraag

ademhalingsdepressie =  een aandoening waarbij de ademhaling vertraagt en onvoldoende effectief wordt, waardoor het zuurstofgehalte in het bloed daalt en het koolstofdioxidegehalte stijgt

Peritonitis = ontsteking van het peritoneum, het vlies dat de buikholte en de meeste organen in de buik bekleedt. Het is een ernstige aandoening die meestal ontstaat door infectie en die onbehandeld levensbedreigend kan zijn.
Verpleegkundige observatiepunten
  • vitale functies
  • bloedverlies
  • huidskleur
  • diurese 
  • bewustzijn

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fracturen
Wat houden deze termen in?
  • crushletsel
  • crushsyndroom

Slide 22 - Tekstslide

Crushletsel is wanneer er lokale spier een weefselschade is door verdrukking van het gebied. 

Definitie:
Het crushsyndroom is een levensbedreigende systemische reactie die ontstaat wanneer beschadigd spierweefsel grote hoeveelheden toxische stoffen vrijgeeft in de bloedbaan. Dit gebeurt meestal als de beknelling wordt opgeheven.

🔹 Pathofysiologie:
Wanneer spiercellen door druk afsterven (rhabdomyolyse), komen schadelijke stoffen vrij, zoals:

Kalium → kan hartritmestoornissen veroorzaken.
Myoglobine → kan de nieren verstoppen en leiden tot acuut nierfalen.
Zuren en toxines → kunnen metabole acidose veroorzaken.
🔹 Gevolgen:

Ernstige hyperkaliëmie → kan leiden tot hartstilstand.
Acuut nierfalen → door neerslag van myoglobine in de nieren.
Shock → door vochtverlies en toxische effecten.