01-04-2025

Guten morgen!
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Guten morgen!

Slide 1 - Tekstslide

Inhalt
Herhaling: Het voltooid deelwoord
Herhaling: (fe)esttenten
An die Arbeit!

Slide 2 - Tekstslide

Het voltooid deelwoord
Meerdere categorieën:
Normaal:                  ge- + stam + t/en
Eindigt op -ieren: stam + t/en
Begint met be-:    stam + t/en
Uitzonderingen: gehen = gegangen
                                    finden = gefunden
                                    beschreiben = beschrieben

Slide 3 - Tekstslide

Opgeschreven?
Log dan in bij de LessonUp

Slide 4 - Tekstslide

(spielen) Ich habe ____

Slide 5 - Open vraag

(sehen) Wir haben den Film ______

Slide 6 - Open vraag

(studieren) Er hat viel _______

Slide 7 - Open vraag

(korrigieren) Er hat den Text ____

Slide 8 - Open vraag

(behandeln) Ich habe das Problem ____

Slide 9 - Open vraag

(bekommen) Wir haben den Brief ___

Slide 10 - Open vraag

(gehen) Er ist nach Hause _____

Slide 11 - Open vraag

(finden) Sie hat den Schlüssel _____

Slide 12 - Open vraag

(beschreiben) Wir haben die Geschichte ______

Slide 13 - Open vraag

(hören) Hast du die Vögel ____

Slide 14 - Open vraag

(fotografiere) Ich habe wilde Tiere ____

Slide 15 - Open vraag

(besuchen) Wir haben den Zoo in Berlin ____

Slide 16 - Open vraag

(spielen) Ich habe ____

Slide 17 - Open vraag

(spielen) Die Hunde haben im Garten ______

Slide 18 - Open vraag

(gehen) Wohin seid ihr ____?

Slide 19 - Open vraag

(finden) Wo hast du diesen Rucksack ______?

Slide 20 - Open vraag

(beschreiben) Du hast deinen Hamster sehr gut _____

Slide 21 - Open vraag

Fragen?
Vragen tot zover?

Slide 22 - Tekstslide

Herhaling: (fe)esttenten

Slide 23 - Tekstslide

Wat zijn de vertalingen van de persoonlijk voornaamwoorden?
Ik, jij, hij, zij, het, wij, jullie, zij, u

Slide 24 - Woordweb

Persoonlijke voornaamwoorden
Ik - ich
jij - du
hij - er
zij - sie
het - es
wij - wir
jullie - ihr
zij (mv) - sie
u - Sie

Slide 25 - Tekstslide

Hoe vind je de stam van een werkwoord?

Slide 26 - Woordweb

Welke ezelsbrug kun je gebruiken bij de vervoegingen van het werkwoord?

Slide 27 - Woordweb

ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
-t
-en
-e
-en
-st
-t

Slide 28 - Sleepvraag

Fragen?
Alles helder?

Slide 29 - Tekstslide

Zeit übrig?
Blooket!

Slide 30 - Tekstslide

Gut gemacht!

Slide 31 - Tekstslide