1E Cursus 4 Taal Formeel/informeel

Wat gaan we doen?
- Lezen
- Het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik
- Opdracht 1 t/m 3 maken
-Schrijven $5 uitleg + maken
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Wat gaan we doen?
- Lezen
- Het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik
- Opdracht 1 t/m 3 maken
-Schrijven $5 uitleg + maken

Slide 1 - Tekstslide

Lezen 
Je leest 10 min uit je boek.
timer
1:00

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Wat voor soort taal gebruikt de nieuwslezer in het filmpje?
A
streektaal (dialect)
B
standaardnederlands
C
straattaal
D
rijksstaal (overheid)

Slide 4 - Quizvraag

Wat is formeel en wat is informeel?

Slide 5 - Open vraag

serieus

Slide 6 - Tekstslide

Het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik


Formeel = zakelijk, netjes
Informeel = niet zakelijk, zoals je praat

Slide 7 - Tekstslide

Waarom is het belangrijk om te weten wanneer je welke taal gebruikt?

Slide 8 - Open vraag

Welke klinkt netter?

A
Hé, meester, ik heb een vraag!
B
Goedemiddag meneer Jansen, mag ik u iets vragen?

Slide 9 - Quizvraag

Is een sollicitatiebrief formeel of informeel?
A
Formeel
B
Informeel

Slide 10 - Quizvraag

solliciteren voor bijbaantje
Je krijgt te horen dat de supermarkt bij jou in de buurt personeel zoekt. Jij zou graag solliciteren om wat bij te verdienen en besluit een e-mail te sturen naar de manager. 
Ik doe voor hoe ik dit zou aanpakken?

Slide 11 - Tekstslide

Is de persoon een bekende? 
Nee, dus moet ik serieuze taal gebruiken.

Goedemiddag (Geachte) meneer Koops, ik ben op zoek naar een bijbaan en zag dat u personeel zoekt. Kunt u mij hier meer informatie over geven?

Met vriendelijke groeten,
Jannemieke Klinkhamer

Slide 12 - Tekstslide

Informeel (vriend):

👦 Ey, gast, ik zoek een chill baantje. Heb je nog info?


Wat zou een manager van een bedrijf denken als je de informele versie gebruikt om te solliciteren?

Slide 13 - Tekstslide

Is de tekst onder een insta post formeel of informeel
A
Informeel
B
Formeel

Slide 14 - Quizvraag

Informeel bericht

Slide 15 - Tekstslide

Formeel
Informeel (niet formeel)

Slide 16 - Tekstslide

Hoe herken je een formele en/of informele tekst?

  • Aanhef (geachte | hoi)
  • Gebruik van u | jij
  • Afsluiten (met vriendelijke groet | groetjes, moi)
  • Formeel = zonder afkortingen (a.u.b.)
  • Informeel = met afkortingen

Slide 17 - Tekstslide

Is een snap sturen naar iemand formeel of informeel?
A
Formeel
B
Informeel

Slide 18 - Quizvraag

Is een klachtenbrief formeel of informeel?
A
Formeel
B
Informeel

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht 1
Wat vind jij van de mail en vind je het voorstel een goede verbetering? Leg uit.

Slide 21 - Open vraag

Samen (voor)lezen: Tekst 1 - Taalsituaties

(1) ‘Hé Mo, nice, die nieuwe trui!’ of ‘Dag meneer Hosseini, heeft u een nieuwe trui aan?’ Wat zou je eerder zeggen tegen je docent die in een opvallende kersttrui naar school is gekomen? Dat hangt natuurlijk af van de leeftijd van je docent en van hoe jullie op school met elkaar omgaan, maar waarschijnlijk zul je in dit geval de tweede zin gebruiken.

(2) Misschien ben je je er niet altijd van bewust, maar je past je taalgebruik meestal aan de situatie aan. Sommige mensen spreek je met ‘u’ aan en tegen anderen zeg je ‘je’. Soms past een beleefd ‘Goedemorgen’ en ‘Tot ziens’, terwijl je op een ander moment ‘Hoi’ en ‘Doei’ roept. De boodschap is gelijk, maar de manier waarop je het zegt, is anders.


(3) In officiële brieven, formulieren of teksten worden vaak lastige woorden en zinnen gebruikt. We noemen dit ook wel formele taal. Je hoeft niet elk woord te kennen om de betekenis van een formele tekst te begrijpen.

(4) Waarom doen we eigenlijk zo moeilijk en gebruiken we niet altijd de informele taal die je ook voor vrienden of bekenden gebruikt? Soms willen mensen in een formele situatie een goede indruk maken. In andere gevallen is het belangrijk dat zaken heel precies worden opgeschreven, bijvoorbeeld in een werkcontract. Dan worden officiële woorden gebruikt. Elke situatie vraagt dus om ander taalgebruik.

Slide 22 - Tekstslide

een bedrijf tegen een klant
een leerling tegen de kantinejuffrouw
een leraar tegen zijn klas
een man tegen zijn hond
een moeder tegen haar zoon
een meisje tegen haar vriendin
Schenk eens even een kop thee in.
Heeft u misschien een kop thee voor mij?
Zit!
Willen jullie even gaan zitten?
Gelieve deze factuur z.s.m. te betalen.
Kun je dit Tikkie vandaag even betalen?

Slide 23 - Sleepvraag

Aan: klantenservice@sportgigant.nl
Onderwerp: Rotsneakers!
Hoi Sportgigant,
Wat een rotzooi zijn die sneakers van jullie. Ik erger me echt de blubber aan die veters. Er is er al één afgebroken. De zool is ook echt prut: die ligt er al helemaal af.
Doe me superfast een nieuw paar, anders koop ik nooit meer iets bij jou!
Doei,
Dennis

Aan: klantenservice@sportgigant.nl
Onderwerp: Rotsneakers!

Hoi Sportgigant,
Wat een rotzooi zijn die sneakers van jullie. Ik erger me echt de blubber aan die veters. Er is er al één afgebroken. De zool is ook echt prut: die ligt er al helemaal af.
Doe me superfast een nieuw paar, anders koop ik nooit meer iets bij jou!
Doei,
Dennis

Slide 24 - Tekstslide

Wat valt je op aan het taalgebruik
van Dennis?

Slide 25 - Open vraag

Wat denk je dat zijn mail voor effect heeft? Leg je antwoord uit.

Slide 26 - Open vraag

Zelfstandig aan de slag!

Aan: klantenservice@sportgigant.nl
Onderwerp: Rotsneakers!

Hoi Sportgigant,
Wat een rotzooi zijn die sneakers van jullie. Ik erger me echt de blubber aan die veters. Er is er al één afgebroken. De zool is ook echt prut: die ligt er al helemaal af.
Doe me superfast een nieuw paar, anders koop ik nooit meer iets bij jou!
Doei,
Dennis

timer
5:00
Wat? Herschrijf de mail van Dennis, zodat hij meer kans maakt op een nieuw paar sneakers.
Hoe? Outlook (mail naar docent)
j.klinkhamer@avantiscollege.nl
Hulp? Docent (steek je hand omhoog)
Tijd? 5 minuten
Uitkomst? mail versturen (volgende les bespreken)
Klaar? Ga lezen in je leesboek

Niet af? Huiswerk voor maandag

Slide 27 - Tekstslide

Ik kan het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik herkennen en goed gebruiken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll