4.3 Kun je meer produceren?

1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Welkom, wat fijn dat jullie er zijn!

Bij binnenkomst
Stap 1: Jas in de kluis of op de gang.
Stap 2: Eten/drinken weg & kauwgom/lolly uit.
Stap 3: Open je boek op blz. 124 en open je schrift voor een opdracht.
Stap 4: Pak je rekenmachine en etui erbij.




Slide 2 - Tekstslide

Dit gaan we doen deze les
  1. Nieuwe uitleg 4.3 - deel 1
  2. Zelfstandig werken
  3. Nakijken

Slide 3 - Tekstslide

In deze les leer je

  1. Wat investeren is
  2. Hoe je de afschrijving berekent
  3. Wat het verschil is tussen mechaniseren, robotisering en automatisering
  4. Wat arbeidsproductiviteit is

Slide 4 - Tekstslide

De productie kan beter

Investeren = kapitaalgoederen kopen, zoals een gebouw, machines of een bedrijfsauto.


Door te investeren kunnen bedrijven:
  • sneller produceren
  • goedkoper produceren
  • betere producten maken
  • duurzamer produceren.

timer
4:00

Slide 5 - Tekstslide

Steeds minder waard
Machines, vrachtwagens en gebouwen worden in de loop van de tijd minder waard.

Afschrijving = de waardevermindering per jaar.

Afschrijving berekenen stappenplan:
1. Waardedaling = aanschafprijs - restwaarde
2. Afschrijving = waardedaling : aantal gebruiksjaren


timer
3:00
Samen opgave 7 blz.  124

Slide 6 - Tekstslide

Sneller en beter produceren
Je kunt investeren in machines en apparaten.

Mechaniseren = machines nemen het zware werk van
 mensen over.
Automatiseren = computers en computerprogramma’s
 sturen de productie aan.
Robotisering = een bijzondere vorm
 van automatisering waarbij bedrijven robots het werk laten doen.



Slide 7 - Tekstslide

Sneller en beter produceren
Door mechanisering en automatisering stijgt de arbeidsproductiviteit.

Arbeidsproductiviteit = de hoeveelheid producten die een werkende in een bepaalde tijd
kan maken.

Hogere arbeidsproductiviteit betekent:
meer produceren met evenveel mensen of evenveel produceren met minder mensen.
-> Hierdoor daalt de kostprijs per product.


Slide 8 - Tekstslide

Zelfstandig werken
Stap 1: Maak opgave 7 t/m 12 blz. 119-121
Stap 2: Maak opgave 1 t/m 17 blz. 122-124v
Stap 3: Maak opgave 1 t/m 11 blz. 138-139
Stap 4: Maak opgave 1 t/m 8 blz. 140

Stap 1 & 2 zijn huiswerk
timer
7:00
timer
3:00

Slide 9 - Tekstslide

Herhalen deze les

  1. Wat is investeren is?
  2. Hoe bereken je de afschrijving?
  3. Wat is het verschil tussen mechaniseren, robotisering en automatisering?
  4. Wat is arbeidsproductiviteit?

Slide 10 - Tekstslide