Les 9 A2-B1 Belgielaan

A2-B1
Carina Muller
carina.muller@toptaalgroep.nl
06- 57399236


1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Beroepsopleiding

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

A2-B1
Carina Muller
carina.muller@toptaalgroep.nl
06- 57399236


Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk voor 27-3
  • Oefenen voor staatsexamen - schrijven. Oefening 3. (online op LINK). Print de tekst uit en neem donderdag mee naar de les!
  • Oefening 7 (boek bladzijde 41). Stuur naar mij via LINK
  • Haal het huiswerk in dat je nog niet gedaan hebt
  • Herhaal moeilijke grammatica van thema 2.
  • Je kunt de toetsen nog een keer maken.

Slide 2 - Tekstslide

Programma
  • Oefenen voor staatsexamen- schrijven
  • Grammatica: 
--> het scheidbare werkwoord
--> werkwoorden met en zonder 'te'
--> het perfectum
  • Thema 2 - woorden (herhaling)
  • Thema 2 (herhaling)
  • Het journaal in makkelijke taal

Slide 3 - Tekstslide

Oefenen voor staatsexamen- schrijven
Maak opdracht 1 en 2. 

Kijk goed naar de plaats van het werkwoord!

Slide 4 - Tekstslide

Oefenen voor staatsexamen- schrijven
Oefening 3

Kijk de oefening van je medecursist na. Gebruik de correctiecodes!

Slide 5 - Tekstslide

Grammatica- thema 2- Het scheidbare werkwoord
Aanhebben
Je hebt een mooie trui aan!

Dichtdoen
Ik doe de deur dicht

Het eerste stuk van het werkwoord komt aan het eind van de zin:
Samenwerken – Sarah werkt met John samen


Slide 6 - Tekstslide

2.12 het werkwoord zonder en met 'te': Ik ga sporten. Ik probeer te sporten.
Werkwoorden zonder ‘te’                                                Werkwoorden met ‘te’

Ik moet morgen werken.                                                        Ik zit te bellen.
Ik mag morgen werken.                                                          Ik lig te bellen.
Ik wil morgen werken.                                                             Ik sta te bellen
Ik kan morgen werken.                                                            Ik durf niet te bellen.
Ik zal morgen werken.                                                              Ik hoef niet te bellen.
Ik ga morgen werken.                                                               Ik probeer te sporten



 

na moeten, mogen, willen, kunnen, zullen, gaan, komen: geen ‘te’

Slide 7 - Tekstslide

Grammatica: het perfectum (regelmatig en onregelmatig)
Wat weten we over het perfectum?

Slide 8 - Tekstslide

Grammatica- thema 2
1. Maak een zin in het perfectum!
2. Maak een zin in het perfectum!
3. Maak een zin in de tegenwoordige tijd met een scheidbaar werkwoord!
4. Maak een zin in de tegenwoordige tijd met een scheidbaar werkwoord!
5. Maak een zin met een werkwoord met 'te'
6. Maak een zin met een werkwoord met 'te'

Slide 9 - Tekstslide

Thema 2- woorden
Pak een woord.


Omschrijven, tekenen, uitbeelden!

Slide 10 - Tekstslide

Thema 2
We herhalen wat spreekoefeningen!

Slide 11 - Tekstslide

Het journaal in makkelijke taal

Slide 12 - Tekstslide