Herhaling 'wederkerende werkwoorden' in het Spaans + bijbehorende oefening (25m)
Uitleg leestekst C en werken aan opdrachten (25m)
Korte break (5m)
Oefening 17 over je eigen dagindeling (20m)
Slide 2 - Tekstslide
Wederkerende werkwoorden
Schrijf mee!
llamarse
=
heten
Slide 3 - Tekstslide
Wederkerende werkwoorden
levantarse
=
opstaan
Slide 4 - Tekstslide
Irse = weggan
Slide 5 - Tekstslide
Nog wat voorbeelden
levantarse
opstaan
despertarse e --> ie
wakker worden
acostarse o --> ue
naar bed gaan
llamarse
heten
presentarse
zich presenteren
irse
weggaan
vestirse e --> i
zich aankleden
divertirse e --> ie
zich vermaken
ponerse ik-vorm: pongo
aantrekken (kleding)
Slide 6 - Tekstslide
Maken ejercicio 14b
Bij oefening 14b (WB blz. 62) moet je de juiste vorm van het wederkerende werkwoord invullen in iedere zin.
Gebruik bron D (TB blz. 50) + woordenlijst blz. 84
timer
10:00
Slide 7 - Tekstslide
Respuestas 14b
Esta mañana mi hermano y yo nos levantamos a las siete.
Primero mis padres se duchan y después nosotros.
Desayunamos y luego nos vestimos.
Mi hermano se pone sus zapatillas y yo me pongo mis chanclas.
Slide 8 - Tekstslide
Respuestas 14b
5. Nos vamos de casa ....
6. ¿Nunca os aburrís en clase?
7. Mis compañeros y yo nos divertimos siempre muy bien.
8. Sin embargo, mi hermano se aburre a veces.
Slide 9 - Tekstslide
Bron C - TB blz. 49
Isabel is een meisje van de Canarische Eilanden, die op uitwisseling is in Nederland. Ze schrijft over haar ervaringen aan haar vriendin die 'thuis' is gebleven.
Slide 10 - Tekstslide
Ejercicio 9a/9b/9c
Bij 9a lees je de titel en de introductie.
Bij 9b lees je alle 5 de fragmenten.
Bij 9c kies je het juiste antwoord.
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Respuestas 9a
1. Isabel in Nederland: een ander dagelijks leven
2. Van de Canarische eilanden
3. Ze heeft een uitwisseling met een school in Utrecht
4. Bij Eline
5. Aan haar beste vriendin op Gran Canaria
Slide 13 - Tekstslide
Respuestas 9b
Slide 14 - Tekstslide
9c
Slide 15 - Tekstslide
Ejercicio 17 - WB blz. 64 =HW
Hoe ziet jouw dag(indeling) eruit?
ducharse
comer en el colegio
ir al colegio
hacer los deberes
vestirse
(e --> i)
cenar
volver a casa (o --> ue)
acostarse
(o --> ue)
levantarse
desayunar
timer
10:00
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
Los deberes
Maak oefening 17: schrijfopdracht over je dagroutine
Oefen de werkwoorden (wederkerend + 'gewoon') via de Blooket