2223 Talent H3, Betoog, les 5

Talent H3, Betogende teksten, les 5
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Talent H3, Betogende teksten, les 5

Slide 1 - Tekstslide

timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Programma
  • Denken jullie aan de deadline voor de taken 13, 14, 15? 
     -> 13 april , 14.15 uur.
  • 10 minuten lezen.
  • De stelling van het betoog voor de betoogtoets gaat over welke van de twee door jou gelezen werken op literaire gronden het beste boek is. dat moet je gaan beargumenteren.
  • Opdracht uit het boek van TalentH3, tekst 6 en 7.

Slide 3 - Tekstslide

Talent, H3 Betogende teksten, par.4
Aan de slag:
Lees vraag 1 op p. 61 van je boek, lees nu tekst 6, beantwoord de vragen.

Lees nu vraag 2 op p. 61 en lees dan tekst 7, beantwoord de vragen.





Slide 4 - Tekstslide

Programma
Vraag 1 en 2, bespreken in de klas.

HUISWERK voor volgende les:
Rest van de vragen tot en met vraag 5 is voorbereidend huiswerk.
Volgende les heb je de voorbereiding nodig want dan gaan we een debatoefening doen met dit huiswerk. 
Let op we doen géén Lagerhuis debat, maar een oefening voor het beleidsdebat.




Aan de slag:
Maak de Test jezelf van H3 (online)
Huiswerk: lees Tekst 1 en maak de opdrachten bij tekst 1, vraag 1 t/m 6 op p. 45, behalve vraag 3, die hoeft niet.

Slide 5 - Tekstslide

Het schrijfplan
  • Je gaat een recensie van minstens 500 woorden schrijven
  • Je hanteert een indeling in drieën, namelijk een inleiding, kern en een slot
  • In de inleiding: je geeft hier een beschrijving van hetgeen je gaat recenseren en je standpunt
  • In de kern:  geef je twee argumenten op basis van criteria(zie vakboek blz. 45): Kies er twee uit deze: structuurcriterium, realiteitscriterium, cognitief criterium, emotief criterium, moreel criterium en geef je een tegenargument + een weerlegging van het tegenargument
  • In het slot: geef je je evaluatie en je eindoordeel

Slide 6 - Tekstslide

kern:
alinea 2: argument 1 (criterium 1)
Je kiest een criterium en werk dat uit volgens S EX I:
tate it: je geeft de kern van je argument
ex plain it: je legt je argument duidelijk uit
i llustrate it: je geeft voorbeelden (uit je boek film, enz.)
Lees en gebruik je recensies, zodat je weet waarop je kunt letten. 

Slide 7 - Tekstslide

kern:
alinea 3: argument 2 (criterium 2)
Je kiest nog een criterium en werkt dat uit volgens S EX I:
s tate it: je geeft de kern van je argument
ex plain it: je legt je argument duidelijk uit
i llustrate it: je geeft voorbeelden (uit je boek film, enz.)

Slide 8 - Tekstslide

kern
alinea 4: tegenargument + weerlegging
Wat doe je hier? Denk na over het volgende:
er zijn natuurlijk altijd mensen die het niet met jou standpunt eens zullen zijn. Je verplaatst je in hen en beschrijft wat zij zullen vinden. Gebruik hiervoor je recensies.
Vervolgens ga jij dat weerleggen: je spreekt ze dus a.h.w. tegen en legt uit dat ze het niet bij het rechte eind hebben. Jij hebt ten slotte gelijk ; )

Slide 9 - Tekstslide

slot
alinea 5: 
In deze alinea geef je een evaluatie aan de hand van je beschreven criteria en je eindoordeel. Je probeert je lezer in positieve (of in negatieve) zin te beïnvloeden. Je eindigt met een pakkende zin (uitsmijter).
De cirkel is nu rond: je bent weer aangeland bij wat je in de inleiding al hebt gezegd.

Slide 10 - Tekstslide

Het schrijfplan
Je vult het in met kernwoorden.
Je schrijft geen complete zinnen.
Gebruik daarom werkwoorden, zelfstandige naamwoorden en evt. bijvoeglijke naamwoorden + getallen.

Dit is de basis voor je tekst.

Slide 11 - Tekstslide