Examentraining blok 3 (2025)

Examenvoorbereiding blok 3 (2025)
1 / 55
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 55 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Examenvoorbereiding blok 3 (2025)

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Basis rekenwerk
  • Rekenen aan pH's en pOH's
  • Rekenen met percentages
  • Rekenen aan massapercentage /gehaltes
  • Rekenen aan duurzaamheid
  • Rekenen aan ADI etc.
  • Kleine rekendingetjes / tips!

Slide 2 - Tekstslide

H5
Chemisch rekenen

Slide 3 - Tekstslide

Molaire massa
  • De molecuulmassa druk je uit in u (1 u = 1,66*10-27 kg)
  • De molaire massa (M) druk je uit in gram per mol (g mol-1)
  • Molecuulmassa en molaire massa zijn gelijk, maar met een andere eenheid. (Dankzij Avogadro)
  • Molecuulmassa H2O = 18,016 u
  • Molaire massa H2O = 18,016 g/mol


Slide 4 - Tekstslide

Van gram naar mol rekenen
Onthoud van gram naar mol gedeeld door de molaire massa(M) en van mol naar gram maal (keer) de molaire massa (M).

Slide 5 - Tekstslide

Chloropreenfabriek vraag 11 (examen 2021 - eerste tijdvak). 

Slide 6 - Tekstslide

Enkele rekenvragen uit examens met gram - mol - moraliteit 


zie opgaveblad
timer
15:00

Slide 7 - Tekstslide

H7
Zuren en basen

Slide 8 - Tekstslide

pH en pOH (BINAS)
pH is de concentratie [H+] op een logaritmische schaal. 
pH = - log [H+]
[H+] = 10-pH

Slide 9 - Tekstslide

pH en pOH
pOH is de concentratie [OH-] op een logaritmische schaal. 
pOH = - log [OH-]
[OH-] = 10-pOH

Slide 10 - Tekstslide

Significantie
Het aantal decimalen bij pH-waarde = 
aantal significante cijfers in [H+].
 [H+] = 3,5 x 10-4 mol/L
pH = 3,46

Slide 11 - Tekstslide

Vraag pH bij base

Een basische oplossing bevat 0,365 mol  OH--ionen per liter. 

Bereken de pH van deze oplossing in het juiste aantal decimalen.

Slide 12 - Tekstslide

Antwoord vraag pH bij base

pOH = - log [OH-
pOH = - log (0,365) = 0,438
pH = 14,000 - pOH = 14,000 - 0,438 = 13,556


Slide 13 - Tekstslide

pH vraag in Alpaca (2023)
timer
2:00

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

pH vraag in goede wijn
Maak de pH vraag
timer
2:00

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

pOH vraag (2017)
timer
2:00

Slide 18 - Tekstslide

pOH vraag (2017)

Slide 19 - Tekstslide

Rekenen met percentage
Zorg dat je goed leest van welke stof een percentage wordt genomen. Zelfde regels bij wiskunde. 

Slide 20 - Tekstslide

Voorbeeld 2022 - III

Slide 21 - Tekstslide

Antwoord 

Slide 22 - Tekstslide

Massapercentage
In 200 gram jam zit 15 gram suiker, wat is het massapercentage van de suiker?

Massapercentage=(15 gram/200gram)x100%

Massapercentage = 7,5%

Slide 23 - Tekstslide

K. Rekenen aan gehaltes met massa%, ppm, ppb of met volume%, ppm, ppb
%
ppm = parts per million
ppb = parts per billion

Slide 24 - Tekstslide

Massa/volume% - ppm/ppb
- Alplaca (2023-I) massa%
- Schip (2024 - II) ppm
Examenopdracht kopergehalte van een munt (2019 I): 
- aflezen grafiek
- massapercentage
Maak 4 en 5
timer
15:00

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Rekenen aan duurzaamheid

Hoe krijgen we cijfermatig een beeld van de "groene chemie" ?

1. Atoomeconomie
2. Rendement
3. E-factor 


Slide 27 - Tekstslide

Atoomeconomie
Een optimale atoomeconomie houdt in dat het eindproduct zoveel mogelijk atomen van de in het proces gebruikte grondstoffen bevat. 

                                                                                                                           %
Atoomeconomie=MassabeginstoffenMassaproduct100

Slide 28 - Tekstslide

Atoomeconomie berekenen

Slide 29 - Tekstslide

Atoomeconomie bij Lignine (2018)
timer
2:00

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

E-factor
E-factor, Environmental factor, is het aantal kg afval per kg product. 
                                                                                                               


Let op: Bij de M van het reactieproduct moet je rekening houden met het rendement!
Werkelijke product, daar moet je het rendement bij gebruiken!

Slide 32 - Tekstslide

E-factor berekenen

Slide 33 - Tekstslide

Bereken de E-factor van reactie 1. 
Klaar? Dan ook reactie 2.

Slide 34 - Tekstslide

E-factor  = (m beginstoffen - m werkelijke opbrengst ) / m werkelijke opbrengst
  •           m beginstoffen = 4x 81,38 + 16,042 = 341,562 u
  •           m werkelijke opbrengst :
    er kan 4x 65,38 = 261,5 u aan zink ontstaan theoretisch. Het rendement is              70% dus er de werkelijke opbrengst is: 0,7 x 261,5 = 183 u
  • E-factor = (341,562 - 183) / 183 = 0,866
Reactie 1

Slide 35 - Tekstslide


E-factor = (m beginstoffen - m werkelijke opbrengst ) / m werkelijke opbrengst
  •           m beginstoffen = 81,38 + 28,01 = 109,39 u
  •           m werkelijke opbrengst : 
    er kan 65,38 u aan zink ontstaan theoretisch. Het rendement is 92,2% dus er de werkelijke opbrengst is: 0,922 x 65,38 = 60,3 u
  • E-factor = (109,39 - 60,3) / 60,3 = 0,815
Reactie 2

Slide 36 - Tekstslide

Rendement

Rendement= opbrengst (wat je feitelijk heb gekregen). 

Hier moet je rekenen met mol.


Slide 37 - Tekstslide

Twee vragen rendement (37 Toner / 13 Kunststofafval)
timer
8:00

Slide 38 - Tekstslide

Toner

Slide 39 - Tekstslide

Kunststofafval

Slide 40 - Tekstslide

Rekenen aan waarden

Slide 41 - Tekstslide

ADI waarde
ADI-waarde: aanvaardbare dagelijkse inname

  • Uitgedrukt in mg/kg lichaamsgewicht.

Slide 42 - Tekstslide

LD-50   (Lethale Dosis 50% kans)

  • LD-50 is maat voor acute giftigheid (lethal dose). Dus direct.
  • Dit is de dosis waarbij de helft (50%) van de proefdieren overlijdt, 
  • uitgedrukt in mg per kg lichaamsgewicht.    
  •            mg/kg      of       mg kg-1         let op: per betekent delen

Slide 43 - Tekstslide

TGG-waarde
  • Tijd Gewogen Gemiddelde

  • Maximale concentratie van een stof waar een volwassen persoon gedurende 8 uur (soms 15 min) per dag, gedurende een heel arbeidsleven, aan mag worden blootgesteld zonder gezondheidsproblemen.
  • Uitgedrukt in ppm of mg per m3



Slide 44 - Tekstslide

MAC-waarde
De MAC waarde is de maximaal aanvaardbare concentratie (mg/m3) van een stof die je per dag mag binnen krijgen.

Slide 45 - Tekstslide

MAC-waarde uit 2003
timer
3:00

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

ADI-waarde 2018

Slide 48 - Tekstslide

Andere berekeningen / tips

Slide 49 - Tekstslide

temperatuur 
NOTEER 
graden Celsius en Kelvin in elkaar omrekenen
-273 

Slide 50 - Tekstslide


Tigo en Mads willen duralum gaan maken. hiervoor gebruiken ze een smeltoven. Tigo en Mads hebben twee smeltovens tot hun beschikking
oven 1 -  maximale temperatuur 1200°C
oven 2 - maximale temperatuur 1250°C 
Leg uit doormiddel van een berekening welke smeltoven geschikt is voor het maken van Duralum
Ik kan omrekenen van Celcius naar Kelvin en andersom.

Slide 51 - Open vraag

Reactievergelijking polymeer
Een polymeer kan uit ontzettend veel monomeren bestaan. 

Omdat dit eigenlijk te groot is om een reactievergelijking op te stellen (en omdat niet alle ketens even lang zijn), gebruik je de letter n

Bijvoorbeeld: Etheen wordt C2H4(g) -> (C2H4)n(s) 

Slide 52 - Tekstslide

(C6H10O5)n + n H2O --> n C6H12O6

je gebruikt de index 'n' zoals je ook een getal zou gebruiken

(de index hoort laag te staan, maar wordt niet goed weergegeven)

Reactievergelijking hydrolyse

Slide 53 - Tekstslide

Reactievergelijking met n
timer
4:00

Slide 54 - Tekstslide

Slide 55 - Tekstslide