3.3 Europa en de Wereld

3.3 Europa en de wereld
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

Onderdelen in deze les

3.3 Europa en de wereld

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

In deze paragraaf leer je:
  • hoe de handel tussen alle werelddelen groeide in de 17e eeuw.
  • hoe Europeanen hun activiteiten in Azië en Oost-Afrika uitbreidden. 
  • hoe Europeanen hun activiteiten in Amerika en West-Afrika uitbreidden. 

Kenmerkend aspect: ontstaan van handelskapitalisme en begin van een wereldeconomie. 


Slide 3 - Tekstslide

Handel op de hele wereld 
  • 1595: begin handel tussen Republiek en Zuidoost-Azië. 

  • Rijke handelaren richten compagnieën (handelsmaatschappijen) op om handel te drijven met de inheemse inwoners. 

  • We spreken in de 17e eeuw van een wereldeconomie (economisch systeem van wereldwijde handelscontacten). 


Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Welke producten:
  • Suikerriet: Zuid-Amerika
  • Thee: China, later India
  • Koffie: Arabische regio, later ook Amerika
  • Tabak: Amerika
  • Specerijen: Zuidoost-Azië
  • Katoen: India, later Noord-Amerika

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

  • Invloed vraag en aanbod!
  • Suiker was aanvankelijk een luxeproduct, tot de 17e eeuw.... Suiker wordt steeds goedkoper en raakt in trek bij de 'gewone burger'.
  • Productie en consumptie van suiker creëert veel werkgelegenheid!
Suikerplantage in Zuid-Amerika

Slide 8 - Tekstslide


Atlas Major
1662




Door de Europese expansie nam de kennis over de wereld toe. 
De Amsterdamse Joan Blaeu brengt een grote hoeveelheid kaarten
en tekeningen uit, gebundeld in een serie boeken: de Atlas Major

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Leg uit hoe we de Atlas Major van Blaeu kunnen koppelen aan handelskapitalisme en wereldeconomie?

Slide 11 - Open vraag

Europese expansie in Azië 
  • 16e eeuw: Portugezen stichtten in Zuid- en Oost-Azie factorijen (handelsposten met kantoren en pakhuizen).

  •  17e eeuw: Portugezen behielden enkele kolonies in India, China en Afrika, waar zij handelden in goederen en slaven. 

  • De Portugezen concurreerden met de Engelsen en Nederlanders.

Slide 12 - Tekstslide

Van Voorcompagnie naar VOC 
  • Vóór de oprichting van de VOC in 1602 waren er ook al handelsmaatschappijen (Voorcompagnieën). 

  • Aantekening Voorcompagnieën (whiteboard). 

Slide 13 - Tekstslide

Van Voorcompagnie naar VOC 
  • Doel: 
- Monopolie Aziatische handel.
- Risico's vermijden door samenwerking.
- Genereren van winst.
  • Kenmerken:
- Dreven handel in een specifiek gebied of met één bepaald product, bijvoorbeeld specerijen of suiker.
  • Ondergang:
- Moordende concurrentie en stijgende inkoopprijzen!

Slide 14 - Tekstslide

Volgens een tijdgenoot "zeilde men elkaar het geld uit de beurs en de schoenen van de voeten".

Slide 15 - Tekstslide

  • Johan van Oldenbarnevelt had een plan. Een plan dat de onderlinge concurrentie uit moest schakelen en de Republiek als (handels)macht sterker zou maken. Ook handig, want.......er woedt nog een oorlog met Spanje!
  • Met toezegging van de Staten-Generaal wordt in maart 1602 de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) opgericht. 
  • De VOC bestond uit de handelsmaatschappijen die handelden in Zuidoost-Azië. 

Leider VOC in Azië: gouverneur-generaal (hoogste autoriteit in een koloniaal gebied). 
Hoofdkwartier: Batavia (tegenwoordig Jakarta). 
Inlands bestuur: er werd met binnenlandse vorsten gehandeld. 



 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Wat onderscheid een handelsonderneming van de VOC? Zoom hierbij in op de rechten en plichten van Voorcompagnieën en de VOC.

Slide 18 - Open vraag

Rechten

  • Handelsmonopolie

  • Oprichten van vestigingen

  • Verdragen sluiten met vorsten

  • Oorlog voeren

  • Bevoegdheid om recht te spreken
Plichten


  • Genereren winst

  • Zorg en bescherming koloniën

  • Controleren of regels in koloniën werden nageleefd (orde)

  • Afgeven van aandelen en winst





Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Slide 23 - Tekstslide

  • Werkgever/werknemer-verhouding komt duidelijk naar voren met de VOC. 
  • Er was tussen de VOC-lieden en binnenlandse vorsten zowel sprake van vreedzame overeenstemming als van geweld (denk aan J. P. Coen en de Banda-eilanden). 
  • Ook Engelsen stichtten factorijen en kolonies in Azië (East Indian Company).  

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Europese expansie in Amerika en Afrika
  • Net als Spanje en Portugal stichtte de VOC in de 17e eeuw ook kolonies in Amerika en factorijen in West-Afrika. 
  • 1621: oprichting WIC (West-Indische Compagnie). 
       Doel(en) oprichting: 
       - oorlog tegen Spanje 
       - driehoekshandel 
  • Verovering Caribische eilanden door de WIC. 

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Piet Hein 
Zilvervloot

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

  • Republiek sticht in Noord-Amerika de kolonie 'Nieuw Nederland' (hoofdstad: New Amsterdam).
  • Engeland verovert New Amsterdam in 1664. Vanaf dat moment 'New York'. 
  • Engelsen stichtten nog meer kolonies aan de oostkust van Noord-Amerika (vooruitblik 4.1).

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Ondergang VOC (1799)

Intern:
- VOC té afhankelijk van financiële en militaire steun van staat. 
-Corruptie bestuur VOC. 
- Financiën: salarissen VOC. 

Extern:
- Financiën: oorlog. 
- Verlies van handelsmonopolies.
- Concurrentie koloniale machten (Eng + FR). 
 

Ondergang WIC (1792) 

Intern:
- Nederlandse particulieren dreven handel buiten de compagnie om.
- Corruptie bestuur WIC. 
- Financiën: slecht beheer van geld.

Extern:
- Financiën: Oorlogen (Vierde Engelse Oorlog gaf de genadeslag) en dure slavenhandel. 
- Compagnie verloor terrein aan concurrenten.
- Verlies koloniën. 


Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

De gedachte achter 'Slave Songs'....
  • 'Ontsnappingen en ontsnappen aan de ellende'.  
Voorbeelden volgende dia's:
- Drinking Gourd
- Strange Fruit

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

Slide 39 - Tekstslide

Werkvorm: Strange Fruit
Je hebt zojuist naar het liedje geluisterd van Billie Holiday (met NL vertaling). 
Beantwoord de bijbehorende vragen. 

Bijbehorende vragen
1. Leg uit wat voor emotie de zangeres uitstraalt tijdens het zingen van dit lied (is ze blij, verdrietig, wanhopig, etc.?).
2. Naar wie zou de zangeres verwijzen met de woorden ‘vreemde vrucht’? Schrijf ook op waaraan je dat kunt afleiden.
3. Wat is er volgens de zangeres gebeurd in het liedje? Leg dit uit in minimaal 2 en maximaal 4 zinnen.

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Video