Les 2.2 Engels FD-TH1

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Present Simple
Formule
Gebruik
Voorbeeld
+: Stam + (s)
We gebruiken de present simple bij feiten, gewoontes en regelmaat
I play football.
Water boils at 100 degrees.
She speaks Spanish
?: Do/does + onderwerp + stam

Do you play football?
Does water boil at 100 degrees?
Does she speak Spanish? 
x: Don't/doesn't + stam
I don't play football.
Water doesn't boil at 100 degrees. 
She doesn't speak Spanish.

Slide 10 - Tekstslide

Leg de present simple uit
(alles wat je nog weet)

Slide 11 - Open vraag

Uitzonderingen 
Bij he/she/it
- Als het werkwoord eindigt op een s- geluid: +es
VB. Push - pushes, box - boxes, watch - watches
- Als het werkwoord eindigt op een -y: +s of +ies
Fly - Flies,   Play - Plays
- Do/Go
Does/Goes

Slide 12 - Tekstslide

I ..... (to live) in Amsterdam, but my sister ... (to live) in Schagen.

Slide 13 - Open vraag

Kelly .... (know + not) what to do.

Slide 14 - Open vraag

Leg de Past Simple uit.

Slide 15 - Open vraag

Past Simple
Formule
Gebruik
Voorbeeld
+: Stam + ed
    2e rijtje
Iets is in het verleden gebeurd en is nu afgelopen
I walked home at lunchtime. 
Tom lived in Fiji in 1998.
They went to the cinema last night. 
?: Did + onderwerp + stam
Did I walk home at lunchtime?
Did Tom live in fiji in 1998?
Did they go to the cinema last night?
x: Didn't + onderwerp + stam
I didn't walk home at lunchtime.
Tom didn't live in Fiji in 1998.
They didn't go to the cinema last night. 

Slide 16 - Tekstslide

Uitzondering
Let op! Als je did of didn't toevoegt dan laat je al zien dat je de verleden tijd gebruikt. Did is namelijk de verleden tijd van do.

Je zet maar 1  werkwoord in de zin in de verleden tijd. 
VB.
I didn't go there last night.
Did she visit him last weekend? 

Slide 17 - Tekstslide

Yesterday, I ... (to hear) a new song on the radio.

Slide 18 - Open vraag

... the Englishman ... (to wear) a black hat?

Slide 19 - Open vraag

Your cat .... (to behave) badly last night.

Slide 20 - Open vraag

Present Continuous
Formule
Gebruik
Voorbeeld
+= am/is/are + hele werkwoord + ing
- Iets gebeurd nu.
- Iets irriteert je.

The teacher is writing on the board.

She is always running late!
?= Am/is/are + onderwerp + hele werkwoord + ing?
Is the teacher writing on the board?

Is she always running late?
x= Am/is/are + not + hele werkwoord + ing.
The teacher isn't writing on the board.

She isn't always running late.

Slide 21 - Tekstslide

Present Continuous

We ... (to learn) about the present continuous.
A
are learning
B
learn
C
am learning
D
learns

Slide 22 - Quizvraag

Present Continuous
Welke zinnen staan in de Present Continuous? Selecteer ze allemaal!
A
Cathy is always yawning during our test.
B
Most birds love to eat insects.
C
Teemo has been slaying my teammates all day!
D
Dad is driving to work as we speak.

Slide 23 - Quizvraag

Present Simple
Present Continuous
Gewoonte, feit, regelmaat

Slide 24 - Sleepvraag

Present simple
present continuous
he walks 

Slide 25 - Sleepvraag

Present Simple
Present Continuous
Shit rule

Slide 26 - Sleepvraag

Present simple
Present continuous
Rebecca is watching Netflix.

Slide 27 - Sleepvraag

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide