Zowel de constante als de variabele kosten worden meegenomen bij de bepaling van de kostprijs van een product of dienst.
Absorption Costing gaat dus verder dan alleen maar kijken naar de nodige variabele (productie)kosten zoals arbeid en grondstoffen. In deze berekening worden naast de directe materiaal- en arbeidskosten, ook de nodige overheadkosten (constante kosten) meegenomen.
We maken een begroting en vergelijken achteraf met de werkelijkheid.
Slide 4 - Tekstslide
Kostprijsberekening
Standaard kostprijs = C/N + V/B
C = Constant
N = Normaal
V = Variabel
B = Begroot
Slide 5 - Tekstslide
Budgetresultaten voorcalculatie
Kan bestaan uit:
Bezettingsresultaat
(heel soms)
Prijsresultaat
Efficiencyresultaat
Slide 6 - Tekstslide
Bezettingsresultaat
Bezettingsresultaat: (B-N) x C/N
In welke mate worden de constante kosten (naar verwachting) terugverdiend?
Wanneer de begrote hoeveelheid afwijkt van de normale hoeveelheid is er meer of minder dekking voor de CK.
Slide 7 - Tekstslide
Budgetresultaten nacalculatie
Kan bestaan uit:
Bezettingsresultaat
Prijsresultaat
Efficiencyresultaat
Slide 8 - Tekstslide
Efficiencyresultaat (SH-WH) x sp
SH = standaard hoeveelheid
WH = werkelijke hoeveelheid
sp = standaard prijs (voorcalculatie)
Slide 9 - Tekstslide
Prijsresultaat variabele kosten
Ook bij de prijzen kunnen zich verschillen voordoen tussen voorcalculatie (toegestaan) en nacalculatie (werkelijk)
(sp-wp) x WH
sp = prijs per kilo/ uur/ ...bij standaard kostprijs
wp= prijs per kilo/uur/.. werkelijk betaald
WH = werkelijk gebruikte hoeveelheid
Slide 10 - Tekstslide
De onderneming neemt beleidsbeslissingen o.b.v. vergelijking tussen voor- en nacalculatie
Voorbeelden:
*Waarom was de verkoopprijs lager? Te vaak kortingen? Product oké?
*Waarom is de afzet veel hoger dan verwacht? Groeimarkt? P te laag?
*Groot positief efficiencyresultaat op grondstoffen: kostprijs bijstellen?
*Negatief prijsresultaat op loonkosten: teveel dure overuren?
etc. etc.
Slide 11 - Tekstslide
Variabele kostencalculatie
Staat ook bekend als Direct Costing
Kostprijs en Verkoopprijs gebaseerd op variabele kosten
Met de dekkingsbijdrage worden constante kosten terugverdiend en wordt daar bovenop winst gemaakt
voorraadwaarde tegen alleen variabele kosten
Verkoopprijs berekening risicovol
Slide 12 - Tekstslide
De begrote Nettowinst wordt bij DC als volgt berekend:
Verkoopprijs (begroot) € ...
- Variabele kosten (toegestaan) per product € ...
= Dekkingsbijdrage per product (begroot) € ...
Totale dekkingsbijdrage (dekkingsbijdrage p.pr. x begrote afzet) €...
- Constante Kosten (toegestaan) €...
= Bedrijfsresultaat (begroot) €...
Slide 13 - Tekstslide
Dekkingsbijdrage wordt ook wel contributiemarge genoemd.
De werkelijke dekkingsbijdrage kan afwijken van de begrote dekkingsbijdrage --> resultaat op variabele kosten
Slide 14 - Tekstslide
Nacalculatie, analyse en beleid
Verschillenanalyse bij DC kan bestaan uit:
verschil in verkoopresultaat
efficiency- en prijsresultaat op variabele kosten
Géén resultaten op Constante Kosten omdat deze niet in de kostprijs zijn opgenomen (alleen een prijsresultaat kan, maar blijft buiten lesstof)
> beleidsbeslissingen hetzelfde als bij absorbtion costing
Slide 15 - Tekstslide
Hulpmiddel voor keuze
Als een groot deel van de kosten variabel is, kan men met de dekkingsbijdrage bepalen of een opdracht wordt uitgevoerd.
> beslissingen op de korte termijn
Is ook goed stuurmiddel voor de variabele kosten
Gevaar is dat beslissing de lange termijn beinvloed (constante kosten)
Slide 16 - Tekstslide
Verschil tussen AC en DC
(Absorption- en Direct Costing)
Het resultaat (de winst) van beide methoden is gelijk als de afzet in een periode gelijk is aan de productie
Slide 17 - Tekstslide
Als verkopen < productie voorraad toename
minder kosten (kostprijs vd omzet) op de W&V
bij AC nóg minder kosten dan bij DC
winst is dan hoger bij AC (t.o.v. DC)
En andersom:
Als verkopen > productie voorraad afname
meer kosten (kostprijs vd omzet) op de W&V
bij AC nóg meer kosten dan bij DC
winst is dan lager bij AC (t.o.v. DC)
Slide 18 - Tekstslide
Snel verschil in winst berekenen
verschil =
(eindvoorraad - beginvoorraad) x constante kosten per product
Nb: als de voorraad is gedaald, is de winst bij absorption costing lager dan bij direct costing.
Slide 19 - Tekstslide
hoofdstuk 32
Kosten en uitgaven
Opbrengsten en ontvangsten
Het matchingprincipe
Alle varianten op een rij
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Tekstslide
Slide 22 - Tekstslide
Permanentie
Wanneer is er sprake van permanentie? Als een onderneming vaker dan eens per jaar een balans en winst en-verliesrekening opstelt.
Wat is het doel? Permanent beschikken over een actueel beeld van de financiële positie en de resultaten van de onderneming.
Slide 23 - Tekstslide
Transitorische posten: kosten
Wanneer het moment van het maken van kosten en het moment van betaling niet gelijk vallen maken we gebruik van transitorische posten
vb. premies, abonnementen etc
vb. interest...
Slide 24 - Tekstslide
Uitstel - of anticipatiepost?
Er zijn twee soorten transitorische posten; uitstelposten en anticipatieposten. Bij een uitstelpost wordt de verwerking in de winst-en-verliesrekening UITgesteld.
Ezelsbruggetje: "voorUIT = Uitgesteld"
Slide 25 - Tekstslide
Accrual-accounting (periodetoerekeningstelsel)
De gevolgen van transactie verwerken in het boekjaar waarin zij zich voordoen en niet wanneer de daarmee samenhangende uitgaven worden gedaan.
Slide 26 - Tekstslide
Kasstelsel
Het moment waarop het geld ontvangen wordt of betaald wordt door de onderneming. Het kasstelsel wordt gebruikt bij het opstellen van de liquiditeitsbegroting of het liquiditeitsoverzicht.
Slide 27 - Tekstslide
Gevolgen
Opbrengsten en inkomsten en Kosten en uitgave kunnen los van elkaar geboekt worden
Slide 28 - Tekstslide
Matchingprincipe
Het matchingprincipe houdt in dat kosten aan de opbrengsten gematcht moeten worden. Dit betekent dat de kosten in dezelfde periode verantwoord moeten worden als waarin de samenhangende opbrengsten worden behaald.
Voorbeeld: inkoopwaarde van de omzet
Slide 29 - Tekstslide
Varianten
Opbrengsten & Ontvangsten.
Ontvangsten die (nog) geen opbrengsten zijn (debiteuren, leningen)
Ontvangsten die ook opbrengsten zijn
Opbrengsten die geen ontvangsten zijn (ontvangen aandelen)