In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Voorbereiding toets
H3 Arm & Rijk
§1-2-3-4-7-8
Slide 1 - Tekstslide
Wat is geen ontwikkelingskenmerk?
A
analfabetisme
B
gezondheidszorg
C
onderwijs
D
werkgelegenheid
Slide 2 - Quizvraag
Sleep alle kenmerken naar de juiste plaats.
let op: 3horen bij centrum en 3horen bij (semi-) periferie.
Centrum
(semi-) periferie
Veel mensen onder armoedegrens
Goed onderwijs
Rijkdom en macht
Westerse landen
Veel mensen werken in de industrie
Vooral export van landbouwproducten
Slide 3 - Sleepvraag
Als je wil weten of een land arm of rijk is, kan je beter naar het BBP-per hoofd kijken, dan alleen naar het BBP. Opdracht: Leg uit waarom dit zo is.
Slide 4 - Open vraag
In welke landen komt waarschijnlijk veel analfabetisme voor?
A
In landen met een laag bbp
B
In landen met een lage HDI
C
In landen met een hoge HDI
D
In landen met een hoog bbp per hoofd
Slide 5 - Quizvraag
Over het algemeen geldt voor landen: hoe hoger het bbp per hoofd, hoe lager het cijfer voor analfabetisme. Opdracht: Leg dit uit.
Slide 6 - Open vraag
Centrum of periferie?
A
Centrum
B
Periferie
Slide 7 - Quizvraag
Centrum of periferie?
A
Centrum
B
Periferie
Slide 8 - Quizvraag
Wat is de periferie van Europa?
A
West Europa
(Nederland, Duitsland, België, Frankrijk)
B
Noord-Europa
(Scandinavië, Ijsland)
C
Oost Europa
(Polen, Hongarije, Tsjechië,)
D
Zuid Europa
(Griekenland, Kroatië, Italië)
Slide 9 - Quizvraag
Welke kleur hoort bij de periferie?
A
Rood
B
Blauw
Slide 10 - Quizvraag
Wat hoort in Nederland bij de periferie?
A
Zakencentrum Amsterdam
B
Havenstad Rotterdam
C
Woonstad Barendrecht
D
Vergrijsd werkeloos Oude Pekela (O-Groningen)
Slide 11 - Quizvraag
Centrum of periferie?
A
Centrum
B
Periferie
Slide 12 - Quizvraag
"Nederland is een centrumland"
Noem twee ontwikkelingskenmerken die dit bevestigen.
Slide 13 - Open vraag
Met welke ontwikkelingskenmerken bepaal je of een land arm of rijk is?
Slide 14 - Open vraag
Maak de zinnen kloppend, door de drie woorden naar de juiste plaats te slepen.
1. Landen in de periferie worden ook wel of genoemd.
2. Landen in het centrum noemen we ook wel landen.
...
...
...
ontwikkelingslanden
derdewereldlanden
westerse
Slide 15 - Sleepvraag
Welke twee eigenschappen horen bij de landen in het centrum? (alleen de letters van de twee juiste antwoorden noteren is voldoende) A Er is vooral arbeidsintensieve industrie. B Er zijn hoofdkantoren van bedrijven gevestigd. C Ze exporteren vooral grondstoffen en landbouwproducten. D Ze hebben een hoog HDI
Slide 16 - Open vraag
Waarom worden Nike-schoenen in landen als China en India gemaakt?
A
Omdat daar de lonen laag zijn
B
Omdat daar de wegen en havens erg goed zijn
C
Omdat daar veel mensen wonen die de schoenen kopen
D
Omdat daar veel grondstoffen vandaan komen
Slide 17 - Quizvraag
Wat zegt de verdeling van de beroepsbevolking over de ontwikkeling van een land?
A
Hoe meer commerciële landbouw, hoe armer het land
B
Hoe meer visserij, hoe rijker het land.
C
Hoe meer informele sector, hoe rijker het land.
D
Hoe meer zelfvoorzienende landbouw, hoe armer het land.
Slide 18 - Quizvraag
Welke uitspraak is waar?
A
De Nike-fabrieken staan in de landen waar de grondstoffen vandaan komen.
B
De Nike-fabrieken vind je vooral in de V.S.
C
Nike heeft hoofdkantoren over de hele wereld.
D
Nike-schoenen worden in de V.S. ontworpen.
Slide 19 - Quizvraag
Maak de zin af. Hoe rijker het land, hoe groter de …
A
beroepsbevolking.
B
dienstensector.
C
export van landbouwproducten.
D
informele sector.
Slide 20 - Quizvraag
Welke zin uit de tekst hiernaast zegt het meeste over de invloed van Wageningen University op mondiaal niveau? Schijf alleen het nummer van de juiste zin op.
Slide 21 - Open vraag
De binnenstad van Amersfoort heeft meerdere kenmerken waardoor het tot het centrum van de stad behoort, en niet tot de periferie. Opdracht: Noteer twee van deze kenmerken
Slide 22 - Open vraag
Niet kunnen lezen en schrijven
A
analfabetisme
B
microkrediet
C
Bestaansmiddelen
D
levensverwachting
Slide 23 - Quizvraag
Indeling van de werkende mensen in: landbouw, industrie en diensten