Thema 6 Hobby's Woordenschat

Nederlands
   Thema 6 Hobby's
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Nederlands
   Thema 6 Hobby's

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 1 Woordenschat
Jouw woordenschat bestaat uit alle woorden die jij kent en begrijpt. Als je een grote woordenschat hebt, dan gaan lezen, luisteren, schrijven, spreken en gesprekken voeren vaak makkelijker.

Slide 2 - Tekstslide

Hoofdstuk 1 Woordenschat
Leerdoelen
Ik ken de betekenis van de themawoorden over hobby's.
Ik begrijp wat overdrijvingen zijn.

Slide 3 - Tekstslide

Welke woorden die met hobby's te maken hebben ken je al?
Hobby's

Slide 4 - Woordweb

de activiteit
Betekenis
Iets wat je doet of kunt doen. 

Slide 5 - Tekstslide

de club / de vereniging
Betekenis
Een groep mensen waarvan je lid kunt worden die dezelfde sport of hobby hebben, en die hiervoor regelmatig met elkaar afspreken. 

Slide 6 - Tekstslide

creatief
Betekenis
Goed zijn in het maken of bedenken van nieuwe dingen, zoals kunst, verhalen of oplossingen.

Slide 7 - Tekstslide

het evenement
Betekenis
Een georganiseerde gebeurtenis met een groot publiek, zoals een festival.

Slide 8 - Tekstslide

de hobby
Betekenis
Iets wat je graag doet in je vrije tijd.

Slide 9 - Tekstslide

de interesse
Betekenis
Iets waar je meer over wil weten.

Slide 10 - Tekstslide

Ontspannen
Betekenis
Heel rustig zijn en je prettig voelen.

Slide 11 - Tekstslide

het talent
Betekenis
Iets waar je aanleg voor hebt, waardoor je er snel goed in kunt worden. 

Slide 12 - Tekstslide

de vrije tijd
Betekenis
De tijd waarin je vrij bent om te doen wat je wilt.

Slide 13 - Tekstslide

zich vermaken
Betekenis
Plezier hebben.

Slide 14 - Tekstslide

Welke woord past in de zin?
Jamy is erg                                      . Ze schildert graag.

Milan voetbalt bij Condordia. Dat is een voetbal                                 in Wehl.

Koningsdag is een groot                                      . Dit jaar komt de Koning naar Doetinchem om het te vieren. 

Sommige leerlingen hebben                                       voor sport. Zo is Vlad erg goed in verschillende balsporten. 

talent
club
creatief
evenement

Slide 15 - Sleepvraag

Welke woord past in de zin?
Glenn heeft                                       in vrachtwagens, hij weet er veel van.

De meeste leerlingen                                        met het spel Kuddegedrag. 

Tijdens VTB kies je een                                       dat je leuk vindt om te doen. 

Gracia voelt zich                                      als ze op de laptop filmpjes kan kijken.

vermaken zich
activiteit
ontspannen
interesse

Slide 16 - Sleepvraag

De tijd waarin je vrij bent om te doen wat je zelf wilt.
A
de interesse
B
de hobby
C
de vrije tijd
D
het evenement

Slide 17 - Quizvraag

Iets waar je veel over wil weten.
A
de interesse
B
het talent
C
de hobby
D
de club

Slide 18 - Quizvraag

Maak een zin met het woord
hobby

Slide 19 - Open vraag

Maak een zin met het woord
talent

Slide 20 - Open vraag

De overdrijving
Een vorm van figuurlijk taalgebruik is de overdrijving

Als je iets overdrijft, maak je iets bijvoorbeeld groter, mooier of erger dan het is. 

Bijvoorbeeld: Lindsey is eeuwig bezig met haar make-up.

Slide 21 - Tekstslide

Wel een overdrijving
Geen overdrijving
Ik heb dat liedje al een miljoen keer gehoord.
Liza ging stuk van het lachen.
Wat is Diecke creatief!
Meneer Frank kan supergoed badmintonnen.
Ik ga kapot van de pijn!
Lindsey schrok zich dood tijdens de spooktocht.
Ik heb gisteren een lange wandeling gemaakt.

Slide 22 - Sleepvraag


Bedenk een overdrijving bij deze afbeelding.

Slide 23 - Open vraag


Bedenk een overdrijving bij deze afbeelding.

Slide 24 - Open vraag