Thema 7, lezen

Nederlands
Thema 7 hoofdstuk 3

Lezen
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Nederlands
Thema 7 hoofdstuk 3

Lezen

Slide 1 - Tekstslide

Voor deze les moet je het knipblad van thema 7 (blz 353) kopiëren.
Doel
Aan het einde van deze les:

Kan ik een deelonderwerp herkennen en opschrijven.

Kan ik een kernzin herkennen en opschrijven.

Kan ik een verhaal in een logische volgorde zetten. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorkennis
Wat weet jij al van een tekst?
Schrijf dit op je wisbordje. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelonderwerp:

Een alinea is een stuk tekst. Elke alinea heeft zijn eigen onderwerp. Je noemt dit een deelonderwerp
Je kunt het deelonderwerp meestal in één of een paar woorden opschrijven. 
Kernzin:

In elke alinea staat één zin die het belangrijkst is. Je noemt deze zin de kernzin
Vaak is de eerste zin van een alinea de kernzin. In de kernzin vind je het deelonderwerp dat bij de alinea hoort. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen
Samen: Straathond krijgt vast baan
Zelfstandig: Briefgeld, wat is dat?


timer
1:00

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het onderwerp van de tekst?
A
het vervalsen van geld
B
katoen
C
briefgeld

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de hoofdgedachte van de tekst?
A
Het papier van briefgeld moet heel stevig zijn.
B
Briefgeld is papier van katoen waar iets op gedrukt staat.
C
Door speciale kenmerken is briefgeld niet te vervalsen.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lees alinea 2 "katoen" nog een keer

Wat is het deelonderwerp?
A
Bedrukt geld
B
Briefgeld
C
Scheuren
D
Katoenen papier

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het de kernzin in alinea 2?
A
In een fabriek drukken grote drukpersen de afbeelding op het papier.
B
Briefgeld wordt gemaakt van pluizige zaden van een plant.
C
Het papier wordt voorzien van een watermerk en plaatje
D
Dit papier moet heel stevig zijn.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg
Volgorde van alinea's:
De alinea's van een tekst staan altijd in een bepaalde volgorde. Deze volgorde moet logisch zijn. 
Logisch betekent dat de volgorde klopt
Als de volgorde van alinea's logisch is, kun je informatie in de tekst beter begrijpen. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken
Opdracht: Zet het stripverhaal in de goede volgorde

Klaar? Maak opdracht 3. 
Klaar? Studiemeter, Thema 7, Lezen, deelonderwerp en kernzin + begrijpend lezen
Klaar? spellingoefenen.nl (herhaling werkwoorden vervoegen in de verleden tijd) 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan een deelonderwerp herkennen en opschrijven
A
Ja
B
Ik ben goed op weg
C
Ik vind het nog een beetje lastig
D
Nee

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan een kernzin herkennen en opschrijven
A
Ja
B
Ik ben goed op weg
C
Ik vind het nog een beetje lastig
D
Nee

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan een verhaal in een logische volgorde zetten.
A
Ja
B
Ik ben goed op weg
C
Ik vind het nog een beetje lastig
D
Nee

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies