Shock en Flauwte

Shock, flauwte en stabiele zijligging
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Shock, flauwte en stabiele zijligging

Slide 1 - Tekstslide

Een shock ontstaat doordat de bloedsomloop verstoord is.​

Iemand valt flauw wanneer zijn hersenen tijdelijk onvoldoende bloed toegevoerd krijgen. ​   

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
Na deze les weet je wat een shock en een flauwte is.
Na deze les kan je iemand in stabiele zijligging leggen.

Slide 3 - Tekstslide

Shock
Bij shock krijgen de organen steeds minder zuurstof en uiteindelijk helemaal geen zuurstof meer wat leidt tot de dood.

Er zijn verschillende vormen van shock maar de belangrijkste zijn shock obv bloedverlies of obv allergie(anafylaxie).

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Video

Slide 7 - Tekstslide

Eerste hulp bij shock door bloedverlies
  1. Oorzaak wegnemen
  2. Stelp bloedingen
  3. Prettig mogelijke houding
  4. Geef niets te eten of te drinken
  5. Voorkom afkoeling, warm niet op
  6. Vermijd angst en onrust
  7. Controleer de pols en de ademhaling
  8. Alarmeer zo snel mogelijk 112

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Flauwte
Een flauwte is een kortdurende vermindering van het bewustzijn doordat de bloedtoevoer naar de hersenen tijdelijk minder is, waardoor een tijdelijk zuurstoftekort ontstaat. Hierdoor kan iemand ineenzakken. 
Dat heet flauwvallen of collaberen. Wanneer de zuurstofconcentratie in de hersenen stijgt, komt het slachtoffer weer bij bewustzijn.

Slide 10 - Tekstslide

Verschijnselen van flauwte
  • Zwakte en misselijkheid
  • zweten en een koude huid
  • bleekheid
  • kortdurend verminderd bewustzijn en flauwvallen
  • klachten van oorsuizingen en sterretjes/vlekjes zien

Slide 11 - Tekstslide

Oorzaken flauwte
Kortdurend te weinig bloed en dus te weinig zuurstof in de   hersenen door:
  • Angst/schrik emoties
  • Spanning
  • Pijn
  • Bloedarmoede
  • Honger/uitdroging
  • Warmte/hitte
  • Te snel opstaan

Slide 12 - Tekstslide

Hoe handelen bij flauwte?
  • Laat het slachtoffer op de grond liggen. Vaak helpt dit binnen een paar minuten
  • Knapt het slachtoffer niet binnen 2 minuten op of verliest hij/zij het bewustzijn? bel 112
  • Controleer bewustzijn en ademhaling
  • Bij bewusteloosheid --> Stabiele zijligging

Slide 13 - Tekstslide

EHBO - Stabiele Zijligging
Stabiele zijligging

Slide 14 - Tekstslide

Wanneer moet je iemand in de  stabiele zijligging leggen?

  • Slachtoffer reageert niet, dus bewusteloos is.

Slide 15 - Tekstslide

Waarom stabiele zijligging
Wanneer een slachtoffer bewusteloos is verslappen de spieren in de keelholten waardoor de tong in de keelholte kan zakken en het slachtoffer kan stikken. De stabiele zijligging zorgt ervoor dat de luchtweg vrij blijft. Ook kan het slachtoffer in de stabiele zijligging niet stikken in eventueel braaksel.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Hoe voer je het uit
  • benaderen kant gezicht
  • Kinlift - Luisteren, kijken, voelen
  • bril af -> Veiligheid
  • Indien alleen: telefoon bij hoofd slachtoffer
  • Arm over de grond slepen - niet optillen


Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Oefenen
  • Maak tweetallen 
  • Oefen samen de stabiele zijligging

Slide 20 - Tekstslide

1. Aanspreken
2. Schudden
3. Kinlift + ademhalingscontrole 10 sec.
4. 112 bellen 
5. Bril af
6. Arm die het dichtst bij ligt in een rechte hoek (90 graden) 
7. Handrug naar oor, hand in hand (niet meer loslaten)
8. Verste knie omhoog
9. Draaien
10. Hoofd omhoog kantelen
11. Elleboog op de grond
12. Knie rechte hoek (90 graden)
13. Ademhaling controle buik-rug iedere minuut 10 sec. 

Slide 21 - Tekstslide

Wat is een flauwte
A
tijdelijk minder bloed naar de hersenen
B
tijdelijk minder bloed naar de organen
C
tijdelijk meer bloed naar de hersenen
D
tijdelijk meer bloed naar de organen

Slide 22 - Quizvraag

Wanneer moet je iemand in de stabiele zijligging leggen?
A
Als iemand zich niet lekker voelt
B
Als iemand geen adem meer haalt
C
Als iemand buiten bewustzijn is maar ademhaalt
D
Als iemand misselijk is

Slide 23 - Quizvraag

Een shock is ernstiger dan een flauwte
A
Ja
B
Nee

Slide 24 - Quizvraag

De tong van het slachtoffer kan de luchtweg blokkeren
A
Waar
B
Niet waar

Slide 25 - Quizvraag

Hoeveel seconden moet de ademhaling gecontroleerd worden bij een bewusteloos cliënt?
A
1 minuut
B
10 seconden
C
5 seconden
D
20 seconden

Slide 26 - Quizvraag

Symptomen van shock zijn:
A
grauw/bleek of rood gezicht
B
zweten
C
dorstig
D
hevige pijn

Slide 27 - Quizvraag

Waarom moet je iemand in de "Stabiele Zijligging" leggen?
A
Zodat hij stabiel ligt en niet om kan vallen
B
Dat ligt prettiger voor het slachtoffer
C
Dan kan je beter op het slachtoffer letten
D
Om de luchtweg van het slachtoffer vrij te houden

Slide 28 - Quizvraag

Oorzaken van shock kunnen zijn
A
Bloeding
B
Brandwond
C
Bijensteek
D
Honger

Slide 29 - Quizvraag

Shock is...
A
levensbedreigend
B
niet-levensbedreigend

Slide 30 - Quizvraag

Een slachtoffer heeft een ernstig ongeval gehad en is bewusteloos. Mag ik het slachtoffer in de stabiele zijligging leggen?

A
Ja, een bewusteloos slachtoffer moet altijd in de stabiele zijligging gelegd worden
B
Ja, maar pas als de ademhaling belemmerd dreigt te raken
C
Nee, alleen als het slachtoffer moet braken
D
Nee dit mag absoluut niet

Slide 31 - Quizvraag

wanneer voer je de stabiele zijligging niet uit?
A
Als iemand bewusteloos is
B
Als iemand is flauw gevallen
C
Als iemand geen adem haalt

Slide 32 - Quizvraag

Jongedame van 16 jaar is niet lekker geworden in de discotheek.
Zij transpireert en ziet erg bleek.
Haar vriendinnen vertellen dat zij ongesteld is.
Haar vriendinnen vinden dat zij raar reageert, ze ziet sterretjes.
Waar denk je aan en hoe handel je in deze situatie

A
Shock
B
Flauwte

Slide 33 - Quizvraag

Is dit de stabiele zijligging?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quizvraag

Frits is in de tuin tussen de zonnehoedjes aan het snoeien.
Plots voelt hij een steek en valt neer tussen de struiken.
Waar denk je aan en hoe handel je in deze situatie

A
Shock
B
Flauwte

Slide 35 - Quizvraag