3V - H2

1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Soorten bewegingen
Eenparige beweging:
Beweging waarbij de snelheid constant is (gelijk blijft)
Versnelde beweging:
Beweging waarbij de snelheid groter wordt
Vertraagde beweging:
Beweging waarbij de snelheid kleiner wordt

Slide 3 - Tekstslide

Wat is massa / gewicht

Slide 4 - Tekstslide

Wat is massa / gewicht
Massa
De hoeveelheid materiaal van een voorwerp (in kg)

Gewicht
De kracht die een voorwerp op de grond uitoefent (in N)

Massa en gewicht zijn grootheden

Slide 5 - Tekstslide

Krachten kun je voelen

Slide 6 - Tekstslide

De gevolgen van een kracht kun je zien:

Slide 7 - Tekstslide

De gevolgen van een kracht kun je zien:

Slide 8 - Tekstslide

Gevolgen van een kracht

Verandering van vorm

Verandering van beweging


Slide 9 - Tekstslide

Verandering van vorm:
.





Plastische vervorming                              Elastische vervorming

Slide 10 - Tekstslide

Verandering van beweging
.





Verandering van richting              Verandering van snelheid

Slide 11 - Tekstslide

Wat is een veer:
.




Een veer vervormt elastisch wanneer er een kracht op wordt uitgeoefend

Slide 12 - Tekstslide

Veerkracht Fveer
De kracht waarmee een veer duwt of trekt noem je de veerkracht.

Slide 13 - Tekstslide

Spierkracht Fspier
De kracht waarmee een mens (met zijn spieren) duwt of trekt noem je de spierkracht.

Slide 14 - Tekstslide

Zwaartekracht Fz
De kracht waarmee de aarde trekt noem je de zwaartekracht.

Slide 15 - Tekstslide

 Spankracht Fspan
De kracht waarmee een touw trekt noem je de spankracht.

Slide 16 - Tekstslide

 Magnetische kracht Fmag
De kracht waarmee een magneet trekt of duwt heet de magnetische kracht.

Slide 17 - Tekstslide

Kracht meten
Een kracht kun je meten met een
krachtmeter / veerunster.

In een krachtmeter zit een veer die uitrekt
(langer wordt) als er aan getrokken wordt.

Slide 18 - Tekstslide

Zwaartekracht berekenen
Zwaartekracht = massa  × valversnelling

Fzw = g
Fzw : Zwaartekracht in N
m : Massa in kg
g: Valversnelling in N/kg (9,8 N/kg op aarde)

Slide 19 - Tekstslide

Een berekening maken
De massa van een gewichtje is 50 gram.
Bereken de zwaartekracht op het gewichtje.
Gegevens:

Gevraagd:

Uitwerking (F):
                         (I):
                         (A):
Controle:

Slide 20 - Tekstslide

Eigenschappen van krachten
Een kracht heeft een...
  • Grootte
  • Richting
  • Aangrijpingspunt

Je kunt een kracht tekenen als vector (pijl)

Slide 21 - Tekstslide

Krachtenschaal
Je kiest of krijgt een 
krachtenschaal


betekent 1 cm stelt 5 N voor

Slide 22 - Tekstslide

Krachten tekenen

Slide 23 - Tekstslide

Krachten in evenwicht
De zwaartekracht Fz werkt naar beneden
De veerkracht Fv werkt omhoog


Er is krachtenevenwicht, 
dus de zwaartekracht is gelijk aan de veerkracht

Slide 24 - Tekstslide

Krachten in evenwicht
De zwaartekracht Fz werkt naar beneden
De normaalkracht Fn werkt omhoog


De normaalkracht wordt door de tafel 
uitgeoefend op de vaas

Slide 25 - Tekstslide

Resulterende kracht
De resulterende kracht Fres is de som van alle krachten.

Eigenlijk: Wat is het resultaat van de kracht.

Andere woorden hiervoor zijn:
resultante; nettokracht, somkracht

Slide 26 - Tekstslide

Resulterende kracht bij evenwicht

Al de resulterende kracht 0 N is, is er krachtenevenwicht.

Het lijkt alsof er helemaal geen kracht werkt.

Slide 27 - Tekstslide

Resulterende kracht berekenen
Als twee krachten in dezelfde richting werken, tel je deze bij elkaar op.



Fres = F1 + F2
Fres = 3 + 4 = 7 N

Slide 28 - Tekstslide

Resulterende kracht berekenen
Als twee krachten in tegengestelde richting werken, 
trek je deze van elkaar af.



Fres = F2 + F1
Fres = 4 -3 = 1 N  en wijst rechts
De resulterende kracht wijst in de richting van de grootste kracht.

Slide 29 - Tekstslide

Resulterende kracht bepalen
Als twee krachten een hoek maken,
 gebruik je de parallellogrammethode.




Je maakt een tekening op schaal (constructie); de diagonaal (rode lijn) is de resulterende kracht.

Slide 30 - Tekstslide

Parallellogrammethode stap-voor-stap

Slide 31 - Tekstslide

Resulterende kracht bij evenwicht

Als de resulterende kracht 0 N is, is er krachtenevenwicht.

Het lijkt alsof er helemaal geen kracht werkt.

Als er geen kracht werkt, is er geen verandering.

Slide 32 - Tekstslide

Eerste wet van Newton

Als de resulterende kracht 0 N is, is het voorwerp in rust, of het beweegt met een constante snelheid langs een rechte lijn.

Met andere woorden:
Als er geen kracht werkt, is er geen verandering.

Slide 33 - Tekstslide

Verandering van beweging
1) Fres wijst naar voor
     De snelheid wordt groter
2) Fres wijst naar achter
     De snelheid wordt kleiner
3) Fres wijst naar links of rechts
     De richting verandert

Slide 34 - Tekstslide

In de ruimte is geen lucht (vacuüm) en zijn er dus geen weerstandskrachten

Slide 35 - Tekstslide

Weerstandskrachten
Weestandskrachten = krachten die tegenwerken.

1) Luchtweerstandskracht
2) Schuifweerstandskracht
3) Rolweerstandkracht

Slide 36 - Tekstslide

Luchtweerstandskracht
Omdat je de lucht opzij moet duwen, 
ondervindt je luchtweerstandskracht.
(die voel je als je hard fietst)

Je kan de luchtweerstandkracht kleiner maken door:
Frontaal oppervlak te verkleinen, of het voorwerp te stroomlijnen.




Slide 37 - Tekstslide

Schuifweerstandkracht
Een voorwerp dat over een opper-
vlak schuift, ondervindt
schuifweerstandkracht.

Je kan de schuifweerstandkracht kleiner maken door
het oppervlak zo glad mogelijk te maken.
(of groter maken voor grip!)

Slide 38 - Tekstslide

Rolweerstandkracht
Een voorwerp dat over een 
oppervlak rolt, ondervindt 
rolweerstandkracht.

Je kan de rolweerstandkracht kleiner maken door
het oppervlak zo hard mogelijk te maken.
(banden oppompen!)

Slide 39 - Tekstslide

Zonnestelsel

Slide 40 - Tekstslide

Zonnestelsel
a) De zon oefent een kracht uit op de planeten (zwaartekracht)
 




Slide 41 - Tekstslide

Zonnestelsel
a) De zon oefent een kracht uit op de planeten (zwaartekracht)
b) Hierdoor verandert de richting van de planeet




Slide 42 - Tekstslide

Zonnestelsel
De planeten draaien rond de zon in elliptische banen
Vaak zijn dit bijna cirkels 


Slide 43 - Tekstslide

Middelpuntzoekende kracht
De kracht die zorgt dat en voorwerp (planeet) van richting verandert heet ook wel de middelpuntzoekende kracht.



Slide 44 - Tekstslide

Gewicht 
Gewicht is de kracht waarmee jij tegen de grond duwt.
Dat is iets anders dan zwaartekracht!





Zwaartekracht werkt op de persoon; gewicht werkt op de weegschaal

Slide 45 - Tekstslide

Vrije val
Als je niet op een ondergrond staat (of ergens aan hangt) ben je dus gewichtloos. 

Je maakt dan een vrije val. Er werkt alleen een zwaartekracht!

Slide 46 - Tekstslide

Begrippen uit deze les
Eenparige beweging
Versnelde beweging
Vertraagde beweging
Massa
Gewicht

Slide 47 - Tekstslide

Begrippen uit deze les

Slide 48 - Tekstslide


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 49 - Open vraag


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 50 - Open vraag